C.L. Onderdelinden neemt afscheid van hervormd Driedorp

DRIEDORP – De eerwaarde heer C. L. Onderdelinden heeft gisteravond afscheid genomen van de hervormde evangelisatie in Driedorp. Gekomen van Vaassen, heeft hij ruim zes jaar de gemeente in Driedorp gediend. Onderdelinden vertrekt naar Oldebroek, waar hij voorganger wordt van de Vrije Oud Gereformeerde Gemeente.

onze correspondent

Tijdens de afscheidsdienst las Onderdelinden Handelingen 20:17-38 voor, waar Paulus afscheid neemt van de ouderlingen in Efeze. Als tekst koos de voorganger vers 32: „En nu, broeders, ik bevele u Gode, en den woorde Zijner genade, Die machtig is u op te bouwen, en u een erfdeel te geven onder al de geheiligden”. Onderdelinden sprak naar aanleiding daarvan over een eerlijke terugblik, een emstvolle opdracht en een liefdevolle zegenbede.

Na de dienst sprak Onderdelinden een afscheidswoord, waarin hij zei te hopen dat de banden die nu rekken, niet zullen breken. Namens de evangelisatiecommissie sprak de heer Van Wincoop de scheidende voorganger toe.

Reformatorisch Dagblad, 25 november 1993

 

Ds Franzen bedankt voor Vaassen

BEROEPEN TE:

Gaasperdam: M. J. H. Mulder te Assendelft Hendrik Ido Ambacht: C. H. Bax te Emmeloord Nieuwveen: kand. J. A. P. Vlasblom te De Bilt Wierden: J. H. Lammers te St. Philipsland Elim: I. Hoornaar te Giessen-Nieuwkerk Winschoten (BW): R. Reitsma te Hoogeveen Westervoort: G. J. van der Stouw te Eindhoven.

AANGENOMEN NAAR:

Nijkerk: J. de Jong te Schoonrewoerd Melissant: J. G. Blom te Zuilichem/Nieuwaal.

BEDANKT VOOR:

Usselmuiden/Grafhorst: J. G. Blom te Zuilichem Ommen: F. van Slooten te Nw. Leusen Wapenveld: J. de Jong te Schoonrewoerd Vaassen: H. J. Franzen te Rhoon.

De Waarheidsvriend, 1 april 1993

 

Peter Eilander: „We doen misschien niet aan sport, maar hebben wel onze eigen idolen”

Over Beun de Haas, een Holpijp en een strijker

. Vermeulen

Het begon vijfentwintig jaar geleden nogal spontaan. Een van de organisten in Vaassen vroeg aan de toen tienjarige Peter Eilander of die niet in zijn plaats de kerkdienst wilde begeleiden. Het was het begin van een loopbaan in de muziek, die nu dus alweer een kwart eeuw duurt. Morgen hoopt Peter Eilander een jubileumconcert te geven in de Grote Kerk aan de Loolaan te Apeldoorn. In een gesprek naar aanleiding van het jubileum kijkt hij niet alleen terug, maar ook om zich heen in die wonderlijke Nederlandse orgelwereld van vandaag. „Je denkt als knaap van tien jaar niet na als je zoiets gevraagd wordt, je speelt gewoon. Nu zit je een week te studeren en dan zie je er nog tegen op”. In ieder geval was het een duidelijke stap in de richting van een muzikale loopbaan, want van jongsaf aan wilde Peter Eilander graag de gemeentezang begeleiden. Een opleiding voor leraar Muziek en Handvaardigheid werd dan ook afgebroken om naar net conservatorium te gaan. Dat betekende het loslaten van de betrekkelijke zekerheid van een baan in loondienst. „Maar op die leeftijd vraag je je niet af of er in de muziek wel brood te verdienen is”, zegt Eilander nu. „Armoe lijden in de muziek is trouwens niet echt nodig. Er zullen er bij zijn die pech hebben, maar vaak is dat ook te wijten aan gebrek aan nuchterheid en zakelijkheid. Als je zelf niet zakelijk bent, moet je dat een ander voor je laten regelen. Dat is heel belangrijk”.

Beun de Haas

„De meeste last heb je soms van de beunhaas en de semi-professional. Wel op de een of andere manier muzikaal geschoold, een baan op het gemeentehuis, en in de muziek wat bijsnabbelen. Dat is een heel andere basis dan wanneer je een ei-, gen bedrijfje hebt in de muziek. Je wordt bij voorbeeld gebeld met het verzoek om ergens te concerteren, maar er wordt meteen bij gezegd: „We betalen niet meer dan honderdvijftig gulden”. Dat kan eigenlijk niet. Voor zo’n concert neem je ’s morgens nog wat door, je gaat om twee uur van huis om in de kerk voor te bereiden en je bent om elf uur weer thuis. Buiten je normale studietijd draai je dan voor zo’n concert zeker tien uur. En daarvoor moet je dan op zaterdag uit je gezin weg. Maar je kunt het bijna niet doorbreken, want dan prijs je jezelf uit de markt. Anderen doen het wel voor dat geld.

Het is trouwens toch tergend watje soms om je heen ziet gebeuren. Het amateurisme viert hoogtij. Iemand die een koraalbewerking in elkaar timmert, krijgt bij maatschappijen de kans om direct een cd uit te brengen. Daar is blijkbaar een markt voor. Er is een deel ^’an ons volk dat consumptief geniet van zulke hapklare brokken; daaruit spreekt een stuk geestelijke armoede. We drinken ons dan laveloos aan de ene na de andere koraalbewerking. Als het maar geestelijk klinkt, is het wel goed”.

„We doen dan bovendien niet aan sport, maar we hebben wel onze eigen idolen: dominees, organisten, dirigenten. Musici geven daar soms aanleiding toe of gaan er met een zeker zakelijk gevoel graag op in. Natuurlijk kan het soms wel iets zijn dat je overkomt. Feike Asma kon er betrekkelijk weinig aan doen dat hij vereerd werd. Maar hij bleef wel de eenvoud zelve, hij wist zich afhankelijk van zijn Schepper. Het heeft ook een beetje te maken met je eigen karakter en geloofsbeleving.

Hoe ga je bij voorbeeld om met applaus. Ik heb daar best wel moeite mee, maatje kunt er niet altijd omheen. Ik leef in de gelukkige omstandigheid dat ik mijn beide ouders nog heb en ze komen graag naar mijn concerten. Mijn moeder zal altijd meedoen met het applaus, maar mijn vader nooit. Toch danken beiden ’s avonds de Heere voor wat er gebracht is. En daar gaat het om! Iemand mag mijn spel wel waarderen, als ik de eer maar niet naar me toe haal. Het grijpt me altijd heel erg aan hoe er van Herodus staat dat hij door de wormen gegeten werd, omdat hij God de eer niet gaf’.

Uit je dak

We filosoferen wat over de invloed van muziek op de toehoorder. Niet alleen bij popconcerten gaan mensen uit hun dak, ook bij orgelconcerten die beginnen en eindigen met een koraalbewerking. De extase wordt met gefluit en paraplugezwaai duidelijk gemaakt. „Met de juiste instelling mag het: alle remmen los. Ik denk aan David, huppelend voor de ark. Dat was ter eer van God. Je hebt soms als speler niet in de gaten wat er gebeurt. Je bent er echt helemaal in en het publiek voelt dat aan. Als de mensen dan concluderen: Fijn dat we de gave van de muziek buiten het paradijs nog hebben. Niet: Eilander zus en Eilander zo. Het gevaar van de zonde ligt overal op de loer”.

Misschien functioneert Eilander wel liever binnen de eredienst of op de Psalmzangdagen. Daar is de muziek dienstbaar aan het Woord en komt ze ook, bij voorbeeld in een voorspel, óp uit dat Woord. „De rijkdom van de psalmen frappeert me elke keer weer. Dat is ook een vrucht van de Psalmzangdagen, het werkt verrijkend en verdiepend. Als het zingen van de psalmen alleen maar een adempauze in de eredienst is, is dat armoe troef. In de eredienst na de Reformatie kan de gemeente zó alleen haar respons geven. Als daar slordig mee omgesprongen wordt (en dat gebeurt helaas), dan ligt er zeker bij de predikant een grote verantwoordelijkheid”.

Tempo
Peter Eilander houdt zich niet alleen bezig met orgelspelen, hij dirigeert ook enkele koren en geeft orgelles. „Dat zijn heel plezierige werkzaamheden. Je bent bezig met levend materiaal en dat is vooral bij een koor heel boeiend. Elke keer is het weer een uitdaging. Een koorconcert heeft ook altijd een zekere risicofactor in zich: het is altijd afwachten of er zieken zijn en hoe de omstandigheden zijn. Daarbij ligt er een grote taak voor de dirigent: het koor moet geïnspireerd worden. Je functioneert eigenlijk als doorgeefluik. Als we inspiratie nodig hebben, moet dat van Boven komen, daar moet je je ook voor openstellen. Maar dan moet het koor wel de techniek hebben en aan je vingers hangen.

Dirigeren is zwaar werk, het kost veel energie. Kwaliteit moetje min of meer afdwingen, niet toelaten dat men even verslapt. Daarbij moetje soms knaleigenwijs zijn. Ik vind ook dat je die kwaliteitseis móet stellen: het christelijke lied kun je niet zómaar zingen. Kijk eens naar de tempelkoren, die waren zeer zorgvuldig geregeld en dat waren allemaal vakmusici. Dan mogen wij niet denken dat het met een geestelijk sopje erover wel goed is. God de eer toe te zingen, is een kwaliteitsdictaat dat er niet om liegt. Als je dan het beste doet, heb je nog maar alleen je plicht gedaan”.

Incidenteel is Peter Eilander ook betrokken bij de orgelbouw. Momenteel verkeert hij in de riante positie mee te kunnen werken aan het tot stand komen van ‘zijn eigen orgel’: de kerkelijke gemeente in Apeldoorn waar Eilander organist is, laat een nieuw kerkgebouw én een hieuw orgel bouwen. Zo’n uitgelezen kans vindt een organist niet vaak. Het ideale orgel voor Eilander is een romantisch instrument, maar ook zo’n omschrijving heeft invulling nodig. „Het moet een instrument zijn met veel draagkracht en een goede balans tussen sterke en zachte registers. Momenteel is de trend in Nederland het “Hollandse gemeentezang-orgel”: in de discant fel gedisponeerd, met onder andere een Cornet, en daartegenover één Subbasje op het pedaal. Daarbij is de zachtste stem de Holpijp op het tweede klavier. Daar moet ik in mijn begeleidingspraktijk niet aan denken. Je mist dan een aantal strijkers in een zwelkast. Denk bij voorbeeld eens aan de sacramentsbediening: als je bij het verlaten van de tafel iets toepasselijks speelt, geeft dat eerbied. Dan wordt er wel afkeurend gezegd dat de gereformeerde gezindte zo aan de Franse Romantiek hangt, maar die Franse kerkgebouwen hebben ook die stilte en die eerbied. Dat hebben vooral mensen als Franck, Widor, Guilmant goed aangevoeld. Het mystieke karakter dat uit die muziek spreekt, herkennen wij, ook wij kennen die gewijde momenten. Wat moet ik op zo’n moment met een boeren-Holpijp, dan heb ik behoefte aan een zwelkast. Ligt daar niet iets van het raakvlak tussen gereformeerde gezindte en Franse Romantiek? Je ruikt in die muziek niet de wierook, maar je proeft de eerbied”.

Reformatorisch Dagblad, 5 februari 1993

 

Ds Franzen beroepen in Vaassen

Beroepingswerk

NED. HERV. KERK

Beroepen: te Vaassen, H. J. Franzen te Rhoon; te Vriezenveen (toezegging), J. W. Goossen te Waddinxveen; te BUtterswijck-Venray, mevr. W. C. P. Weersma, kand. te Laag-Soeren, die dit beroep heeft aangenomen.

Aangenomen: naar Dedemsvaart, M. Heij te Hendrik-Ido-Ambacht; naar Oenkerk ca., D. G. Wiersma te Wommels-Hijdaard.

Bedankt: voor Colijnsplaat, drs. R. Luijk te Genderen; voor Stolwijk, C. J. van der Plas te Zwijndrecht.

Reformatorisch Dagblad, 9 maart 1993

 

Ds Franzen bedankt voor Vaassen

Beroepingswerk

NED. HERV. KERK

Beroepen: te Winschoten (buitengewone wijkgemeente), R. Reitsma te Hoogeveen; te Westervoort, G. J. van der Stouw te Eindhoven.

Bedankt: voor Vaassen, H. J. Franzen te Rhoon.

Reformatorisch Dagblad, 25 maart 1993