Engelse orgels (II)

Het kerkorgel is in Engeland in 1920 en in 1970 ook al gerestaureerd. De Vaassenaren hebben de restauratie in eigen hand gehouden. Acht vrijwilligers (een gepensioneerde, een vutter, een leraar houtbewerking, nog een gepensioneerde, de hoofdorganist en enkele mensen met twee rechterhanden) staan iedere dinsdag en donderdag te zwoegen tussen de orgelpijpen. Projectleider is Hans Kriek.

Kriek is bijna lyrisch over Engelse orgels. In ons land staan inmiddels pakweg tien van deze gerestaureerde orgels. Verscheidene restauratieprojecten heeft Kriek zelf begeleid. De restaurateur heeft berekend dat er aan de andere kant van de Noordzee honderden kerken zijn of worden gesloten. In veel kerken staat nog een orgel van goede kwaliteit. “Maar er is ook veel kaf onder het koren”, waarschuwt hij. “Het is daarom verstandig als kerken niet zelf gaan rommelen. Ongeveer 10 procent van de orgels verkeert in goede staat. Dat zijn prima instrumenten. Daar kun je de samenzang goed mee begeleiden”.

Kriek is van mening dat Engelse orgels ronder van toon zijn dan bijvoorbeeld de Noordduitse. De Engelse orgels zijn daarmee “uitstekend geschikt” voor muziek uit de Romantiek. “Barok moet je er niet op spelen. Maar voor de gebruikelijke recht-toe-recht-aan-begeleiding van de gemeentezang zijn ze buitengewoon bruikbaar”. Engelse orgels zijn – eventueel met een flinke opknapbeurt – de oplossing voor kerken met een krappe kas, zegt Kriek. Tegen “een elektronische oplossing” heeft Kriek “principiële” bezwaren. Wijzend op de registers van een Johannus: “Kijk, een roerfluit. Er valt echter niets te roeren. Zo’n orgel heeft noch roer noch fluit. Hier een Prestant, dat betekent zoiets als: “staat vooraan”. Er staat hier helemaal niets vooraan. Thuis moet iedereen zelf weten wat hij doet, maar in de kerk lieg je niet”.

Reformatorisch Dagblad, 13 april 1992

 

Ds Terlouw beroepen door Vaassen

BEROEPEN TE:

Kamperland: Kand. P. J. v. d. Gaag te Ede. Surhuizum: Kand. P. A. Verbaan te Utrecht. Klazienaveen-Zwartemeer: E. J. Bluemink te Apeldoorn. Katwijk a/d Rijn: J. F. Tanghé te Oostwold. Sommelsdijk: J. Harteman te Wijk bij Heusden. Vriezenveen: D. v. d. Streek te Mastenbroek. Hoek: Kand. A. P. v. d. Maas te Rotterdam. ‘s-Gravenmoer: Kand. C. Bos te Rotterdam. Nieuwland en Oosterwijk: T. E. van Spanje te Herkingen. Goes: L. D. Horjus te Steenderen-Bronkhorst. Siddeburen en Wagenborgen: G. D. Hoff te Waspik. Ermelo (Nieuwe Kerk zuid): J. Boer te Benthuizen. Vaassen: L. Terlouw te Bodegraven. Berlikum: A. Wiebenga te Geesteren. Harlingen: J. van Walsum te Uitwijk. Kampen: M. van Campen te Woerden. Dedemsvaart: P. W. de Nooy te Mijnsherenland. Emmeloord: H. G. Fonteyn te Tricht. Amersfoort (Zon en Schild): G. Bomer te Rheden, die dit beroep aannam.

De Waarheidsvriend, 10 december 1992

Van Mieris, zilver en een boekenbeurs

Een verloren, maar nu herontdekt olieverfschilderij van de 17e-eeuwse meester Frans van Mieris de Oude (Leiden 1635-1681) is een topstuk op de kunstbeurs (European Fine Art Fair), van 14 tot 22 maart in het MECC in Maastricht.

Pictura

Het schilderij was al sinds 1950 zoek, maar een Nederlandse kunsthandelaar ontdekte het in een Belgische particuliere verzameling. Het werk, een opvallend olieverfpaneel met een vrij zeldzame voorstelling, zal voor 1,5 miljoen gulden in het MECC worden aangeboden. Het stelt Pictura voor, een jonge, schitterend geklede vrouw, die in haar linkerhand een masker vasthoudt, waarmee zij de schilderkunst uitbeeldt. Boeken, een beeld, de maalsteen voor verfstoffen, een schildersezel en palet illustreren de artisrieke vorming en studie.

Een soortgelijk schilderij is in bezit van hetj. P. Getty Museum in Malibu. Dat was twee jaar geleden in het Mauritshuis te zien op de expositie “Hollandse Meesters uit Amerika”. Frans van Mieris was een getalenteerde leerling van Gerard Dou, zelf leerling van Rembrandt. Al in de 17e eeuw zelfwas Van Mieris populair. Thans geldt hij als de belangrijkste Leidse fijnschilder. Op deze beurs zijn diverse schilderijen uit de Hollandse en Vlaamse School te zien. Naast Van Mieris zijn er werken van onder anderen Jacob van Ruysdael, Meindert Hobbema, Pieter Breughel de Jonge, Jan van Kessel-Lo en Joos de Momper.

Voor liefhebbers van edelsmeedkunst zijn er ook een paar interessante zaken te melden: niet om te kopen, alleen om te kijken. De eicpositie “Vernieuwing in Zilver”, van 23 februari tot 26 april in Museum Boymans-Van Beuningen in Rotterdam, toont “Internationale hoogtepunten uit de edelsmeedkunst 1880-1940”. Na Boymans gaat “Vernieuwing in Zilver” naar andere musea in Europa en Amerika. Er komt een Engelse catalogus. De siersmeedvoorwerpen vertonen alle kenmerken van de bekende kunststromingen in deze periode: Jugendstil, Art Déco, Bauhaus. Er is ook een zilveren servies van Eisenlöfifel, dat de gemeente Amsterdam in 1901 aan koningin Wilhelina schonk bij haar huwelijk met prins Hendrik.

Ook het Arnhems Gemeentemuseum heeft mooi en oud zilverwerk. Die bescheiden verzameling in drie vitrines bestaat voor een flink deel uit kerkzilver van Rome èn de Reformatie sinds de 17e eeuw, met daarnaast diverse gildebekers. Zo is er een van binnen en buiten geheel vergulde ciborie (kelk om de hostie te bewaren), in 666 in Utrecht gesmeed door Thymen van Leeuwen.

Avondmaalsbekers

De herkomst van deze kelk is niet helemaal zeker. Onder de voet is het wapen van Cornells van Steenier gegraveerd. Die was in 1674 extraordinaris Raad van het Hof van Gelderland. Wellicht is deze ciborie in 1699 door de magistraat van Arnhem in beslag genomen ten huize van Wilhelm van Steenier, die de kelk daar in veiligheid had gebracht toenïle pastoor van de St. Janskerk gevangen was genomen, omdat hij de landsplakkaten had overtreden. Zo kan een simpele beker soms een boeiend kerk- en staatkundig historisch verhaal vertellen.

Ander kerkzilver in Arnhem zijn avondmaalsbekers uit Vaassen, ZaJtbommel, Nijmegen en Arnhem uit de 17e en 18e eeuw en een avondmaalsschotel uit Düsseldorf, omstreeks 1675, met gegraveerd alliantiewapen van het echtpaar Rutger te Boekhorst en Fycken Wolterinck. Boven het echtpaar staat een aangrijpend vers te lezen: „lek draeg de Doot, en ’t Leven mede/ Verdoemnis ende Zaligheit/ Elende voor geveinsde Leden/ en voor de vrome d’Heerlickheit.// Een hert dat truert om sijne Sonden/ een eerlick en bekeerlik hert/ Een hert dat schreeuwt na Christi wonden/ Dat is ’t dat hier versadight wert”.

Na het kerkzilver vinden we in het Arnhems museum ook een laat 16e-eeuwse muntenbeker en tal van Arnhemse gildebekers: van de bakkers en brouwers (die kennelijk één gilde vormden), van de tappers (met Bacchus, gezeten op een wijnvat), van de smeden (het St. Eloysgilde), van de kleermakers (die St. Franciscus van Assissi in hun schild voerden), van de kramers en kooplieden (St. Nicolaas), de timmerlieden (St. Jozef) en van de St. Antoniusschutterij “De Eendracht” in Doetinchem, mogelijk gesmeed door Heinrich van Beek in Kleef.

Oude-boekenvrienden -die zeker op 27, 28 of 29 februari naar de 13e Europese Antiquarische Boeken- en Prentenbeurs in de RAI gaan- kunnen al eerder hun hart ophalen aan het oude boek: op de 31e verkoopexpositie van het Verband Deutscher Anriquare (VDA) en de Vereinigung von Buchantiquaren, in Stuttgart.

Duitse boekenbeurs
Deze Stuttgarter Antiquariats-Messe wordt van 20 tot 23 februari gehouden in de Württembergische Kunstverein aan de Schlofiplatz 2. Op deze beurs staan ruim 70 exposanten; naast Duitse antiquaren ook firma’s uit ons land (antiquariaten Junk en Erlemann, Amsterdam), Engeland, Frankrijk, Zwitserland en Scandinavië. Het aanbod is zeer gevarieerd, ook in middeleeuwse handschriften en vroege gedrukte boeken. Er zijn eigenhandig geschreven brieven van koningin Luise van Pruisen (2400 DMark), van de vroegere Bondspresident Theodor Heuss (uit 1937, 1900 DM), grafiek van Ernst Barlach, Otto Dix en Georg Grosz, Latijnse handschriften (waaronder een “Vitae Patrum”: levens van de vroeg-christelijke kerkvaders in Egypte, in Zuid-Duitsland vervaardigd in de vroege 15e eeuw, aangeboden voor 125.000 DM). Reiss & Auvermann uit Königstein biedt een Kurfürstenbibel uit 1720 aan. Voor een in Bazel anno 1489 verschenen blokboek met houtsneden, “Itinerarius” van L. Eisenhut, moet men 105.000 DM meebrengen. En Interlibrum uit Vaduz komt met een (nog niet echt antiquarisch…) werk over de 500e verjaardag van Columbus’ ontdekking van Amerika in 1992.

Er is voor 10 DM een rijk verluchte catalogus. Informatie bij het VDA: Braubachstrafie 34 te D-6000 Frankfurt/Main 1.

Reformatorisch Dagblad, 14 februari 1992

 

Een kalf hinderde de Reformatie

Gedwongen Hervorming verliep bar moeizaam in Apeldoorn

APELDOORN – Moeizaam kwam de Reformatie in Apeldoorn van de grond. De kerkhervorming in de zestiende eeuw werd van Iiogerhand verordineerd en verliep daardoor traag als stroop. De Apeldoornse pastoor Cornells Voet vond dat de „Romische Kercke die waere kercke sy” en liet zich pas in 1595 verdrijven door ds. Th. Jacobi.
. Vogelaar

, Toen de predikant zijn eerste preek hield, kwamen de dorpelingen in groten getale opdagen. Twee derde van hen bleef echter buiten staan en zorgde er door geschreeuw en gejoel voor dat de dominee zich nauwelijks verstaanbaar kon maken. Een kalf en een lallende dronken man werden de kerk in gejaagd, „daerover sulck gelach in I die kerck ontstonden dat men heefft pnoch horen noch sien connen”. •^ Het is een van de voorvallen uit de Apeldoornse kerkhistorie die beschreven zijn in deel 3 van de serie “Ach lieve tijd”. Dit derde deel in tijdschriftformaat behandelt “Twaalf eeuwen Apeldoorn, de Apeldoorners en hun geloof’. Evenals in andere delen van deze boeiende serie slagen de auteurs, M. Jochems en H. Ummels, erin in twintig pagina’s de lezers een schat aan gedetailleerde informatie voor te schotelen, zonder dat de brochure door die details onleesbaar wordt. Behalve aan Apeldoorn schenken Jochems en Ummels ook wat aandacht aan Beekbergen. Uddel blijft nagenoeg buiten beeld, wellicht ook in verband met de komende uitgave van een jubileumboek in dit dorp bij het 1200jarig bestaan. De kerkhistorie van Apeldoorn stond echter niet los van ontwikkelingen op de rest van de Veluwe. Deze blijven wat onderbelicht in deze uitgave.

Tegenstrijdig

Klik hier!

De omgeving van Apeldoorn werd vrij vroeg gekerstend door Britse zendelingen, meldt deel 3 van “Ach lieve tijd”. „Zoals de Reformatie Iaat tot de Veluwe doordrong, zo was de kerstening hier tevens aan de late kant”, schrijft de uitgever echter in zijn folder. In 765 vestigde missionaris Lebumus zich in Wilp en bouwde er een kerk. Van hier uit bedreef hij zending in de IJsselstreek en het land der Saksen. Aan de overkant van de IJssel was de Deventer boeteprediker Geert Groote omstreeks 1380 de aanstichter van een nieuwe kerkelijke stroming: de Moderne Devotie.

De Reformatie vond op de Veluwe inderdaad Iaat en langzaam plaats. Het bijgeloof hield ondanks de HervorDe Grote Kerk van Apeldoorn werd in 1891/1892 gebouwd nadat de vorigekerk afgebrand was. ming nog lang stand. Ook de „papen” gaven het niet op en verklaarden de gereformeerde streken tot zendingsgebied. Kasteelheren van Het Loo bij Apeldoorn, de Cannenburch in Vaassen en het Loenense kasteel Ter Horst verleenden in het geheim onderdak aan priesters. Geconstateerd werd „dat die jonckeren groot afbreuk doen aen die gereformeerde religion”. Erg veel invloed hadden de ‘zendelingen’ toch niet, want rond 1750 telde Apeldoorn 2731 hervormden en maar 350 roomskatholieken.

Tijdens de remonstrantse twisten in het begin van de zeventiende eeuw was het aan de Harderwijkse predikant ds. E. van Mehen, schoonzoon van ds. Johannes Fontanus (de “Hervormer. van Gelderland”), te danken dat het arminianisme geen voet aan de grond kreeg.

Handtastelijk

Zo’n heel erg „goeie ouwe tijd” was het vroeger nu ook weer niet. De vijftiende en zestiende eeuw waren vol plunderingen en oorlogsgeweld. In Apeldoorn, in vroeger dagen een behoudend Veluws dorp, was de levensstijl niet altijd in overeenstemming met de leer. Een stroom van klachten brak in 1741 los over ds. Jacobus Crayenhoff. De herder ging wat onbesuisd met zijn schaapjes om en timmerde er af en toe lustig op los. MishandeUngen tijdens huisbezoeken, ruziezoekerij, verduistering van diaconiegeld en overspel leidden in 1749 tot Crayenhoffs afzetting.

Grote schrik in 1630, toen „de kercktoom omgewaeyt ende op de kercke gestortet” was. In 1817 werd de torenspits na blikseminslag door brand verwoest. De kerk zelf kon in dat laatste jaar ternauwernood behouden worden.

Toen de rond 1480 herbouwde dorpskérk in de negentiende eeuw te klein werd voor de snelgroeiende hervormde gemeente en muurankers en gewelven scheuren bleken te vertonen, werd koninklijke hulp gevraagd. Willem I droeg de Apeldoorners een goed hart toe, maar bepaalde in 1835 wel dat de kerk niet in het hart van het dorp, maar tussen Apeldoorn en Het Loo gebouwd zou worden. Dat laatste was niet geheel tot genoegen van de Apeldoorners, die de decentrale Ugging van het bedehuis niet zo geweldig vonden.

Kerk in brand

Deze Nieuwe Kerk kreeg in het voorjaar van 1890 een opknapbeurt.

Reformatorisch Dagblad, 8 januari 1992

 

Engelse orgels (I)

Een nieuwe kerk bouwen, maar geen geld meer hebben voor een behoorlijk orgel. Een spookbeeld voor menige gemeente. De gereformeerde Tabernakelkerk in het Veluwse Vaassen herkent het probleem. Zo’n 25 jaar geleden verrees een karakteristiek kerkgebouw. Maar een orgel… tja, het geld was eigenlijk een beetje op. Orgelbouwer Koch bood uitkomst. Orgelpijpje hier, orgelpijpje daar, en de gemeente zong naar hartelust. De Vaassense gemeente is inmiddels hard toe aan een nieuw orgel. Restauratie van het bestaande instrument is niet mogelijk. De in het orgel verwerkte tuinslangen verkeerden in een dermate slechte staat, dat het orgel met pijn en moeite hooguit spelend gehouden kon worden, vertelt A. de Putter, lid van de Vaassense orgelcommissie. „Je kunt je achteraf afvragen of het destijds verstandig is geweest zo’n orgel neer te zetten”. Een in het leven geroepen orgelcommissie toog aldus met een krappe beurs aan het werk om een ander orgel te vinden. Enkele offertes maakten al spoedig duidelijk dat de aanschaf van een nieuw orgel niet tot de financiële mogelijkheden behoorde. Zo’n 250.000 tot 300.000 gulden kon de gemeente gewoonweg niet opbrengen. De commissie zocht naarstig naar alternatieven. Nood stimuleert de creativiteit. Via de bekende orgelrestaurateur Hans Kriek kwam de commissie in contact met de firma Boersma, importeur van oude Engelse orgels. In het Friese plaatsje Landweer lag een in duizend stukken gedemonteerd Forster en Andrews-orgel, gebouwd in het Engelse Huil. Voor een prikkie kocht de gereformeerde kerk in Vaassen het kerkorgel. Boven de klavieren glimt inmiddels en koperen bordje: “1885”.

Reformatorisch Dagblad, 13 april 1992

 

Ontboden

De Hervorming had nu vaste voet gekregen in de steden. Het Hof van Gelre voelde zich ook verantwoordelijk voor de bevolking op het platteland. In 1583 leek het er even op dat de Spaanse (en dus roomse) invloed in Gelderland zover was teruggedrongen dat er kon worden gewerkt aan een verdere Hervorming van de gehele Veluwse bevolking. Het Hof in Arnhem vaardigde een plakkaat uit waarbij werd bevolen dat de protestantse godsdienst moest worden ingevoerd. Dit gebeurde op 22 februari 1583.

Kort daarna werden echter de steden Nijmegen, Zutphen en Deventer ingenomen door de Spanjaarden. Het Gelderse Hof trok het plakkaat voorlopig in. Acht jaar later werden deze steden weer bevrijd. Prins Maurits was toen stadhouder. Het Hof van Gelre deelde mee dat het plakkaat weer van kracht was.

Ds. Johannes Fontanus van Arnhem organiseerde op 4 juli 1592 de eerste classisvergadering in de Grote Kerk van Harderwijk. De pastoors van Ermelo. Putten, Nunspeet, Doomspijk, Heerde, Vaassen, Oene en Voorthuizen moesten op deze vergadering verschijnen. In het plakkaat van februari 1592 stond ondere andere: „pastoren en anderen geestlijcken ten plattelande bevolen werd om op de bestemde dagh tot Amheim off in de naast gelegen stadt te komen om geëxamineert te worden en rekenschap van haer gelooff te geven om also te sien wie tot den kerckendienst bequaam sijn”.

Vier eeuwen geleden werd de Reformatie ook op het Veluwse platteland doorgevoerd.

Reformatorisch Dagblad, 26 mei 1992

 

…organist Peter Eilander

Groep 7/8 van de Johannes Calvijnschool in Veenendaal heeft hard gewerkt met het RD-werkkrantje Reporter. Zij willen graag vijf vragen stellen aan mijnheer Peter Eilander. Claxon stuurde de muziekredacteur eropaf. Hij kwam met de volgende antwoorden terug.

1. Hoe oud was u toen u begon met orgelspelen?

,Als peuter van vier, vijf, hing ik al aan de toetsen van het harmonium. Ik had alleen nog geen les gehad, dus van ’t Hijgend hert’ kwam niks terecht. Eindelijk mocht ik, toen ik zes jaar oud was, in de leer bij de organist van de hervormde kerk te Vaassen”.

2. Bij wie had u orgelles?

„Mijn eerste orgelleraar was Heymen van t Einde. Vervolgens ging ik naar Mario Telnekes in Epe en Piet en Willem Hendrik Zwart, allebei in Kampen. Op het Conservatorium te Zwolle studeerde ik bij Dorthy de Rooy”.
3. Geeft u zelf ook orgelles?

„Ik geef les aan beginners en aan gevorderden. Dat doe ik op verschillende plaatsen. In Holten geef ik les aan het Muziek Onderwijs Centrum, een instituut waar op 12 verschillende instrumenten les wordt gegeven. Ook thuis heb ik een lespraktijk”.

4. In welke kerk gaf u het eerste orgelconcert?

„Dat was in de Hervormde kerk te Oosterwolde (Gld.). 13 maart 1976. Historisch ogenblik voor ons. Mijn vriend Hans van der Maten speelde daarbij op zijn bugel. Mijn registrant was, ik weet het nog, Gert van de Hoef uit Veenendaal. De organisatie had bijna 600 programma’s laten drukken. Ze hielden er 513

5. Geeft u ook concerten in het buitenland?

,Als organist niet, wel als dirigent. Met mijn koor “Cantate Deo” ging ik tweemaal op toernee naar de Verenigde Staten en Canada. In 1987 zongen we in Hongarije”. Als je héél veel van dieren houdt, er veel van wilt weten en graag mooie boekjes bekijkt, heb ik hier wat voor jou! Er is een serie boekjes die heet “Kijk hoe ik groei”. Je kunt op foto’s zien hóe bij voorbeeld dat pasgeboren lammetje eruitziet, hoe het groeit en hoe het als dik wollig schaap in de wei loopt. Of hoe kleine, piepende babymuisjes groeien tot muis. Kijk je mama of papa maar eens lief aan en zeg dat je veel uit het boekje kunt leren! Misschien krijg je het dan wel voor je verjaardag. Bram gaat voor zijn moeder boodschappen doen. Hij moet melk en bloemkool halen. Voor zijn vriendje, dat bijna jarig is, mag hij een trein kopen. In welke volgorde gaat hij de boodschappen halen? Volg de sterretjes als eerste, de vierkantjes als tweede en de rondjes als derde. Het antwoord vind je ergens anders op z’n kop op deze pagina.

Reformatorisch Dagblad, 10 juli 1992

 

Ds Terlouw bedankt voor Vaassen

Beroepingswerk

NED. HERV. KERK

Aangenomen: naar Arnhem (nieuwe predikantsplaats), J. van der Wal te Diepenheim. Bedankt: voor Vaassen, L. Terlouw te Bodegraven; voor Harlingen, J. van Walsum te Uitwijk; voor Dedemsvaart, P. W. de Nooy te Mijnsheerenland.

Reformatorisch Dagblad, 16 december 1992

 

Ds Terlouw beroepen in Vaassen

Beroepingswerk

NED. HERV. KERK

Beroepen: te Ermelo, wijkgemeente Nieuwe Kerk zuid, J. Boer te Benthuizen; te Vaassen, L. Terlouw te Bodegraven; te Zaandam (toezegging) (beiden part-time), J. P. Neels te Emmen en kandidaat mevrouw A. G. Neels-Los te Emmen.

Aangenomen: naar Oostermeer en Eestrum, kandidaat P. A. Verbaan te Utrecht, die bedankte voor Surhuizum.

Reformatorisch Dagblad, 30 november 1992