De herder met zijn herdershond

Wanneer ik in mijn Beetsterzwaagse studeerkamer om me heen kijk, zie ik, – behalve de afscheidscadeau’s – verschillende dingen die mij aan Vaassen doen herinneren.

Drie orgelpijpen van het oude orgel op mijn boekenkast doen de tijd herleven van het zoeken en vinden van een volwaardige opvolger en natuurlijk de complete herbouw van het aangekochte Engelse orgel, inclusief de discussies over de grootte en kleur ervan. Dat nieuwe orgel is voor mij ook een symbool voor Vaassen als een gemeente van initiatiefrijke en meewerkende gemeenteleden.

Als predikant had je een behoorlijke groep mensen om je heen die meedachten en meededen, je uitdaagden om nieuwe wegen in te slaan. Dat gold met name voor de Commissie bijzondere diensten en het catecheseteam. De brainstormavonden voor de gemeentezondagen, de voorbereidingen voor de vespers en het samen lessen maken over de ’10 geboden’ zijn ervaringen waar ik niet alleen met plezier aan terugdenk, maar waar ik nog steeds de vruchten van pluk.

Vervolgens hangt er – nu al bijna 7 jaar – een ansichtkaart van de ‘Tabernakel’ op mijn prikbord. Wat is en blijft het een prachtig kerkgebouw, een waarachtige ‘tent der samenkomst’, het mooiste moderne – en toch intieme – kerkgebouw dat ik ken. Ook aan de hal bewaar ik goede herinneringen, het ongedwongen samenzijn na de diensten of in de (rook)pauzes van de kerkenraad en tussen de catechisaties door; steeds cirkelend rond die koffiemolen: moest je daar als predikant nu ook steeds iets indoen?

Tenslotte staat er op mijn bureau een gipsen beeldje van een herder met zijn herdershond, een cadeautje van – de inmiddels overleden – mevrouw Honig uit Emst. ‘Een predikant is niet meer, maar ook niet minder dan de zorgzame hond van de Goede Herder’ vertelde ze me. Het is inderdaad goed om je daarvan steeds bewust te zijn, zowel als opdracht als tegelijk de relativering ervan.

Dat beeldje herinnert me aan haar, ook in die zin dat zij zomaar één van die boeiende persoonlijkheden was die royaal in Gereformeerd Vaassen te vinden waren; karakteristieke figuren met uiteenlopende opvattingen. Het is het geheim van Vaassen dat zij toch samen één gemeente willen vormen. Toen ik in ’91 arriveerde was dat de tijd van de gepolariseerde IKV-ICTO discussies. Hoe groot was mijn verbazing dat beide ‘groeperingen’ niet alleen in de kerkenraad vertegenwoordigd waren, maar zelfs naast elkaar gingen zitten en vriendelijk met elkaar omgingen! Voor mij toen een openbaring. Die club bij elkaar houden vergde weliswaar flexibiliteit, maar wanneer het lukte, gaf het ook veel voldoening.

Het enige waar ik met gemengde gevoelens op terugkijk is het Vaassense SOW-proces. Vooral nu we in Beetsterzwaag een federatie vormen en ik ervaar hoe plezierig dat is en hoeveel tijd je bespaart doordat de onderlinge verhouding geen punt van discussie meer hoeft te zijn, valt des te meer te betreuren dat Vaassen, ondanks onze inspanningen, toch meer Veluwse trekken heeft dan velen lief is. Royaal overwegen positieve gevoelens dus, als predikant, maar ook als gezin.

‘Berkenholt’ heeft voor onze kinderen een warme gevoelswaarde; ze begonnen of eindigden alle drie hun basisschoolperiode. In de verscholen pastorie konden we onszelf zijn en kregen we (Speel)ruimte om letterlijk en figuurlijk te groeien.

Van ganser harte willen we u tenslotte feliciteren met uw vijftigjarig jubileum. ‘50’ is het getal van de Geest: vijftig dagen na Pasen werd het immers Pinksteren. Moge ook vijftig jaar nadat u als gemeente tot leven werd gewekt, de Heilige Geest u blijven inspireren, zodat de vrede van Christus ervaren wordt en de hoop op zijn baanbrekend koninkrijk u motiveert om in woord en daad, voor leden en buitenstaanders, een hartverwarmende gemeente te blijven.

Ds. Jan de Haan