Eerst het kooitje en dan het vogeltje

Toen ik precies 25 jaar geleden in 1973 de eerste contacten met de Gereformeerde Kerk van Vaassen kreeg, bestond de gemeente al 25 jaar. In het jaarboek van de Gereformeerde kerken in Nederland stond: VAASSEN: vacant sedert maart 1948. In de loop van de jaren was het aantal leden uitgegroeid tot 462. En na de bouw van het prachtige eigentijdse kerkgebouw “De Tabernakel” had men besloten nu ook maar eens een eigen predikant te beroepen. Dat alles onder het motto: “eerst het kooitje en dan het vogeltje” zoals mij later werd uitgelegd. Het gaf iets aan van toen al zelfstandig denken van de gemeente.

Wat trof ik dus in 1973 in Vaassen aan? Naast een modern kerkgebouw, een enthousiaste, jonge bonte, groeiende gemeente, op zoek naar een eigen stijl en identiteit. Want vogels van divers pluimage hadden in de loop der jaren in Vaassen hun plek gevonden naast een kleine groep autochtone bevolking. Samen met de kerkenraad probeerde een Coördinerende Actiegroep daar leiding aan te geven.

Voor een beginnende gemeentepredikant een ideale uitdaging om het werk te leren. Het was bovendien de tijd waarin in de Gereformeerde wereld van alles in beweging kwam. Bijvoorbeeld het was de tijd van het nieuwe liedboek en van aandacht voor de liturgie en kunst in de kerk (denk maar aan het mooie glasraam), de tijd ook van gemeente-opbouw en kerk en samenleving (gastarbeiders en Molukkers) van oecumene en Raad van Kerken. Kortom een spannende tijd, waar ik dan ook heel veel goede herinneringen aan bewaar. Bovendien was het voor mijn vrouw en kinderen het eerste echte huis waarin we kwamen te wonen op Berkenoord. Afkomstig van een Amsterdamse zolder midden in de stad was het een ongekende luxe qua ruimte en natuur, een heerlijke leefplek.

Terugdenkend aan die tijd, waarin we zoveel mensen hebben leren kennen in allerlei omstandigheden, is er één naam die ik met heel veel waardering en liefde hier wil noemen. De naam van de scriba uit die dagen: mevr. Henny Brand-Kamphof. Vanwege onze wel erg verschillende lichaamsomvang (ik was toen nog erg mager) zei ze wel eens gekscherend: “U bent de smalle kerkenraad en ik ben de brede”. En zo was het ook, kerkelijk breed geïnformeerd als zij was deed ze volop mee aan het zoeken van nieuwe wegen en een eigentijdse vorm van kerk-zijn, daarbij ook volop begrip hebben voor mensen die dat niet zo vanzelfsprekend vonden. Zo stond ook zij mede aan de wieg van het maandelijks Informatieblad, dat sinds 1974 is verschenen en waar al het ‘wel en wee’  van de Gereformeerde Kerk te Vaassen in terug te vinden is.

Toen ik zelf na 6 jaar – vrij lang voor een kandidaatsgemeente, maar die was intussen ook gegroeid tot 702 leden – naar een volgende gemeente vertrok, ontving ik o.a. als afscheidscadeau een vlaggenstok, met de Nederlandse driekleur en een wimpel. En nog elke keer als ik bij bepaalde gelegenheden de vlag mag uithangen, denk ik weer aan de goede tijd in Vaassen, mijn eerste gemeente, waar ik bovendien het “eerste vogeltje” in de prachtige “Tabernakel-kooi” mocht zijn. Vandaar heel hartelijk gefeliciteerd bij het vijftigjarig jubileum van de Gereformeerde Kerk van Vaassen en daarbij de wens voor allen: “Vrede en alle goeds”!

Ds. C.A. van Nood