Interview met ons kostersechtpaar van Dijk

Een zonnige vrijdag in de maand juni 1997. Bij onze Tabernakel aangekomen kan ik vaststellen dat alles er rondom de kerk perfect uitziet. Het gras is gemaaid en de planten staan er vrij van onkruid keurig verzorgd te pronken in het zonlicht. Het gesprek vindt dan ook plaats op het bankje achter de kosterswoning in de buitenlucht. Het fotoboek, eigenlijk de mini-geschiedenis van onze kerk, wordt doorgebladerd en bij het jaartal 1971 zie ik een trotse moeder van Dijk met 3 dochters en een zoon staande voor de deur van de kosterswoning. De koster vertelt dat hij in Vaassen is geboren. Het ouderlijk huis stond aan de Prins Bernhardlaan; hij heeft de instituering van onze kerk als 13-jarige jongen meegemaakt.

Hij vertelt dat er in de beginperiode van onze kerk voor de jeugd nog niets was geregeld. Hij stapte op zondag op de fiets, reed naar Epe en bezocht na de kerkdienst de knapenvereniging en later de jongelingsvereniging. Mw. Van Dijk vertelt hoe later het jeugdwerk in Vaassen werd opgezet, in de beginperiode jeugdclubs aan huis. Mw. Van Dijk (geboren en getogen in Barneveld) was in Barneveld actief betrokken bij het jeugdwerk. Er vond een uitwisseling van jeugd met Vaassen plaats; een vonkje sloeg over, vandaar het kostersechtpaar van Dijk.

De koster vertelt verder over onze kerkelijke gemeenschap in Vaassen, waarbij er een taak voor elk lid van de gemeente was weggelegd. Na het jeugdwerk werd er voor Gerrit een taak gevonden in het evangelisatiewerk. Het kerkelijk werk kreeg hem helemaal te pakken en in 1967 volgde de benoeming tot diaken. Hij vertelt over de maandelijkse klus van het geld tellen bij Wim Stegenga, de centen, stuivers, dubbeltjes en kwartjes. Op zondag was de kerkenraad, keurig in het zwarte pak en voltallig bij alle diensten aanwezig.

Op de vraag hoe het kosterschap tot stand kwam, vertelt hij dat het echtpaar uit meerdere sollicitanten wordt uitverkoren. In 1971 vertrekt het echtpaar Brummelkamp, de eerste kosters, uit de kosterswoning en begon het echtpaar van Dijk aan hun taak. Er werden goede afspraken gemaakt over de onderlinge verdeling van het werk. Het werden 10 jaar van gezamenlijke inspanning.

In februari 1981 moest mw. Van Dijk wegens arbeidsongeschiktheid pas op de plaatsmaken. Ze vertelt over die periode uit haar leven, waarbij het moeilijkste nog was het minder worden van de contacten binnen de gemeente. Ze vertelt over haar hobby’s: spelen op het huisorgeltje, het maken van kleding, het houden van vogels en konijnen, het samen met haar man de natuur in gaan. Uit de gesprekken komt naar voren dat per 1 januari 1982 de vernieuwde arbeidsovereenkomst op basis van 24 uur van kracht wordt voor Gerrit, zodat er vanaf dat moment sprake is van koster G. van Dijk. Hij merkt op dat er de eerste jaren als hulpkoster was aangesteld de heer K.N. Ouwerkerk, wiens plaats later werd ingenomen door de heer Johan van de Wal. Naar voren komt ook de ontwikkeling van het ledental van onze gemeente. Dat betekent het aanpassen van het werk en het inspelen op nieuwe situaties.

Een punt dat niet onvermeld mag blijven is dat het bij het constateren van kleine onderhoudsgebreken praktisch zou zijn dat er een direct oproepbaar klussenteam aanwezig was hetgeen veel tijdwinst zou opleveren. Ook merkt hij op dat hij door de vele werkzaamheden het gevoel heeft dat het betrokken zijn op de gemeente in het gedrang komt.

Samen bladeren we door het fotoboek ter afsluiting van ons gesprek. Het is vrijdag, voor de koster de voorbereiding op de zondag, want dan moet alles in goede orde verlopen. Op zondag staat hij weer voor ons (de gemeenteleden van de Gereformeerde Kerk in Vaassen) klaar, de rust zelve, niets ontgaat hem, alles verloopt vlekkeloos.

Toch wel fijn zo’n koster.