Evangelisatie

Geen liefhebberij van de enkeling,

Geen hobby,

Maar…..

Mattheus 28: 19: “Gaat dan heen, maakt al de volken tot mijn discipelen” … en:

Handelingen 1: 8: “Maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde”.

Vanuit deze achtergrondgedachte werd er op allerlei manieren het evangelie verkondigd, met daarbij altijd weer het moed gevende gegeven, dat we wel moeten zaaien, maar dat God de wasdom zal geven en dat Gods Woord niet leeg weerkeert. Wanneer je gevraagd wordt iets te schrijven over het evangelisatiewerk van de Gereformeerde Kerk te Vaassen, dan komen talloze gedachten naar voren. Teveel om alles uitvoerig te beschrijven. Hier en daar, of vaak, zal er dan ook in telegramstijl geschreven worden.

Nog vóórdat de kerkenraad aan één van de gemeenteleden vroeg een commissie voor het evangelisatiewerk te vormen, was men al begonnen met een club van “buitenkerkelijke” meisjes. Dit gebeurde aan huis. Inhoud van zo’n clubuur, zo ongeveer: Korte inleiding met een vertelling, gedicht of iets dergelijks, daarna handenarbeid, eindigen met gebed. De club groeide! Waar kunnen we nu terecht! Intussen had de commissie zich tot een actief team gevormd. Samen met dit team neemt men het besluit een soort clubhuis te realiseren.

Maar … bij de opdracht een evangelisatieteam te starten werd gezegd: “Jullie moeten jezelf financieren”. Goede raad is duur! Plotseling komt men met de opmerking, dat er aan de Oranjeweg wel oude schuren staan. Als we daar nu eens één van de schuren gaan huren. ’s Winters clubwerk en ’s zomers verhuur aan vakantiegasten! Wat is er die winter, maar ook de volgende jaren, hard aan gewerkt! Schoonmaken, keuken met bar, kantoor- en slaapruimte, toilet met goede afvoer (een soort “beerput”), bouwen, schilderen, enz.. Wat was het koud ondanks het “potkacheltje”, waarboven de handen gewarmd konden worden. Het clubgebouw/vakantieverblijf kwam klaar en werd geopend met een feestelijke opening: “Wedstrijdavonden, 24 en 25 november 1967”. Elke week, maar vooral aan het eind van het winterseizoen, moest alles weer schoongemaakt worden: “dettol” was hier goed voor: “groene zeep” niet, want toen kwamen er klachten van huurders over spinnen, enz.. Vanuit en in “De Olde Hutte” werd van alles georganiseerd, zoals een bazaar, cluburen, St. Nicolaas en Kerstfeestvieringen, instuifavonden, startpunt van lampionoptochten op Koninginnedag, droppings, enz.. Zelfs werd “De Olde Hutte” later door een familie uit Australië voor een halfjaar bewoond. In die tijd waren de clubs verhuisd naar de hobbykelder van de “Hezebrink” en naar Vaassen. Regelmatig waren er clubleid(st)ers nodig! Velen hebben hun medewerking verleend, zowel in het clubwerk als met het verspreidingswerk van de “Goede Tijding” (nu het blad “De Open Deur”). Bij het rondbrengen daarvan onder de gemeenteleden werd gevraagd iets in het “busje” te doen ter bestrijding van de onkosten. Aan de kerkenraad werd gevraagd om een bijdrage ter dekking van de kosten. Van de zending mochten we ƒ 300,– lenen, omdat iemand van het zendingsteam hiervoor borg stond. Later werd aan hen gevraagd in de plaats van de gift in het “busje” een jaarlijkse bijdrage te gireren.

We kunnen met genoegen terug denken aan de Kerstmaaltijd met veel jongeren, de kerstfeestviering met daarbij opgevoerd het toneelstuk “Heggehannes”, samengesteld n.a.v. het gelijknamige verhaal, door één van de trouwste medewerkers. Zo was het begin! Wat waren alle medewerk(st)ers enthousiast! Soms vergaderden we met veertien of meer medewerk(st)ers. Daarnaast verleenden velen in allerlei opzicht met “hand- en spandiensten” hun medewerking. Naast het verspreiden van “De GoedeTijding” werd ook gebruik gemaakt van de volgende bladen: Clubblad “Positief”, “Weerklank”, “Het Open Venster”.

Vanuit de burgerlijke gemeente kregen we adressen van nieuw binnengekomen bewoners. Daarbij werd vermeld of men kerkelijk of niet kerkelijk was. Zodoende konden we op de juiste adressen ook het evangelisatieblad bezorgen. Dit blad werd tijdelijk ook in de wachtkamers van de doktoren te Emst en Vaassen neergelegd. Enige jaren werd in Vaassen per wijk het blad deur aan deur verspreid. Na het driemaal in de brievenbus gedeponeerd te hebben, werd er de vierde keer aangebeld en gevraagd of men het blad gratis wilde ontvangen. Nog zijn van deze actie-adressen overgebleven. In 1968 werden enkele nieuwe acties ontplooid. In de zomer werden zomerzangavonden + orgelconcerten georganiseerd. Meestal op woensdagavond. Het orgel in de Hervormde Kerk, maar ook van de Gereformeerde Kerk werd dan bespeeld.

In de maand november 1968, verder nagenoeg altijd jaarlijks in november, werd een evangelisatiezondag voor de gemeenteleden gehouden. Ter opluistering werd het Vaassens Fanfarecorps uitgenodigd. Andere jaren het koperkwartet, het Nijbroeker koor, het Vaassens mannenkoor “Looft den Heere”. Op één van deze evangelisatiezondagen lieten we aan de gemeenteleden zien hoe het “reilde en zeilde” met het werk van de vele facetten van het evangelisatiewerk. Dit door middel van grote stukken karton, hoog opgestoken, met kleuren rood en groen. Groen betekende dat alles naar wens verliep voor wat betreft dat onderdeel van het evangelisatiewerk, maar hoe meer er rood gekleurd was, des te sterker klonk de oproep tot hulp van de gemeenteleden.

We werkten verder mee aan het landelijk georganiseerd evangelisatiewerk door deel te nemen aan een landelijke persactie; het evangelisatiecentrum te Leusden werd verschillende keren bezocht.

Op de Cannenburghershow, georganiseerd door de winkeliersvereniging, gehouden in een geweldig grote tent, stonden we met een stand van 4×3 meter.

De boeken betrokken we in consignatie van de evangelische boekhandel te Apeldoorn. De N.C.V.B. nodigde ons uit om over het werk te komen spreken.

Op een zeker ogenblik werd verzocht de clubs te laten onder verantwoordelijkheid van het overkoepelend orgaan van het kerkelijk jeugdwerk. Omdat we daarna toch iets voor de jeugd wilden doen, werd het voorstel gedaan in de kerstvakantie drie à vier dagen iets te organiseren. Ideeën werden geopperd, programma’s gefabriceerd en op alle scholen in Vaassen, Emst en Gortel verspreid (± 2000 exemplaren!).

Programmapunten: ’s Morgens: leeshoek, handenarbeidhoek, spelen, verkoop van koek en drank, muziek op de achtergrond; ’s middags: film, poppenkast, speurtocht, foto’s ontwikkelen (per middag één of twee onderdelen hiervan); ’s avonds: afsluitingsavond met uitreiking van prijzen, begeleid door een muziekvereniging. Nog andere mogelijkheden? Zouden we iets kunnen doen op de campings in de directe omgeving? We kunnen een “boekentafeltje” (meer was het niet!) neerzetten en zo contact proberen te krijgen met de vakantiegangers! Of kunnen we een spel spelen, b.v. een speurtocht! Zo gingen onze gesprekken. Het besluit viel: voorlopig een spel spelen op de campings: De Veluwse Wagen aan de Oranjeweg; de Wildhoeve aan de Hanendorperweg; de Bosrand aan de Elspeterweg. Hoe wonderlijk kan zich alles ontwikkelen! Soms leek het één niet meer nodig te zijn, dan deed zich het ander als nieuw voor! Je stond daar met enkele boeken bij de kantine van de Wildhoeve.

Nagenoeg iedereen loopt er stilzwijgend aan voorbij, maar … daar komt een vakantieganger, die zegt “Zouden jullie volgend jaar geen campingdiensten kunnen organiseren?” Zo gehoord … besproken … gedaan! Welke camping? Op de camping De Wildhoeve is een grote tent geplaatst; de nieuwe campinghouder is ook lid van onze kerk! Toeval? Leiding?! Wat een feest werden de campingdiensten, tien tot twaalf per seizoen! Bezocht, in het hoogseizoen door 200 tot wel 250 bezoekers! Iedereen werd opgeroepen door een klingelende schoolbel. Soms ook door een trompettist! Om nooit te vergeten hoe hij ook eens de “Heilige Stad” speelde als oproep tot de mensen. Door het kamp ging, naar ik hoorde, de campinghouder om nog eens mensen op de campingdienst attent te maken. Daar kwamen ze aan! Met “klapstoeltje” of iets dergelijks onder de arm naar de “kerk”! Pracht gezicht! Tijdens de dienst komen er nog, maar nu in badpak, want vlakbij was het zwembad. “Wat is daar te doen!?”. In gedachte zien we daar aan de ingang de kinderen staan. Verschillende sprekers! Nee, niet alleen dominees, ook anderen … niet gestudeerden, toch goede sprekers. Problemen? Zeker wel, maar die waren er om op te lossen. De ene keer doet het orgel het niet; de andere keer krijgt de spreker op vrijdag vòòr de zondag, waarop hij zou spreken, een ongeluk; met heel veel moeite toch nog een organist te pakken gekregen, enz. Twee heel bekende figuren in die tijd hebben op de “achtergrond” voor het campingwerk veel gedaan. Hun “droge” humor was op de camping wel bekend.

We gaan het campingwerk uitbreiden! Op de dinsdagmiddag een handenarbeid uurtje” en dinsdagavond een spel. Voor dat alles waren wéér medewerkers nodig. Ze kwamen er! Wat een zegen! Eén van de geliefdste spelen was toch wel “Jacht op de Witte Wieven”. Wat smaakten de pannenkoeken, die men als één van de opdrachten moest opeten toch lekker! Zo ongeveer tweehonderd pannenkoeken werden die dinsdag gebakken. Verder werden er als spel gespeeld: Speurtocht, allerlei behendigheidsspelen, b.v. zoals zaklopen, jacht op de “smokkelaars”. Na afloop van het spel werd in het begin ook een kampvuur georganiseerd, waarbij een verhaal werd verteld en werd gezongen. Later: “Het zou goed zijn om voor dit campingwerk een vast team te hebben, die de hele week het één en ander doet”. “Ja maar, waar moeten die ’s nachts blijven?”

“Er werd een caravan gekocht. Oproep in bladen geplaatst. Er kwamen van heinde en ver”. Enthousiaste jongeren; per week vier medewerk(st)ers. Ze kregen een kleine vergoeding. De financiële toestand was nl. steeds beter geworden, o.a. door de vaste bijdragen van vele gemeenteleden! In telegramstijl nog enige “kreten”: Geluidsinstallatie aanschaffen; boekenbon voor organisten en sprekers; orgeltje .. orgel gekocht; oud papieractie (soms 25 cent per kilogram).

Al het werk werd, naar ik aannemen mag, uit liefde tot God en de naaste gedaan; gedragen door het gebed, ook van niet meewerkende gemeenteleden; gedreven om het evangelie uit te dragen om anderen gelukkig te maken doordat men God leerde of beter leerde kennen. Onder Gods zegen, geleid door Zijn Heilige Geest, die werkt op onnaspeurlijke wijze. Met dank aan God, die ons de gelegenheid gaf dit mooie werk te doen. Het werk was veel van de medewerkers aan inspanning vroeg, was toe aan een nieuwe opzet.

Zo ontstond de missionaire werkgroep, met taken gericht op het evangelisatiewerk. De Commissie ZWO (Werelddiakonaat, Zending en Ontwikkelingssamenwerking). Een medewerkster vertelt over deze nieuwe opzet van het werk.

J. Ouwens
Een oud evangelisatiemedewerker