Kerk, kerkdiensten en liturgie

De zichtbare symbolen in De Tabernakel

De doopvont en avondmaalstafel stonden bij de ingebruikname van onze kerk reeds in het liturgisch centrum.

 

Het gebrandschilderde raam

In 1973 werd door enkele dames het initiatief genomen om geld in te zamelen om het gekleurde (en afbladderende) raam in de noordgevel te vernieuwen of te restaureren. Er werden bingoavonden gehouden, bazaaracties gevoerd, enz.. Het benodigde geld werd bijeen gesprokkeld en in het voorjaar van 1978 werd het raam geplaatst. Het is ontworpen door de kunstenaar Harry Meek uit Apeldoorn en vervaardigd door de fa. Flos uit Tegelen.
Als men het raam van boven naar beneden bekijkt ontdekt men de sterrenhemel, de duif (het symbool van vrede en de Heilige Geest), het alziend oog, de spiraal van het eeuwige leven, de levensboom, de levensbron, het manna, een beker wijn, het Lam Gods, druivenranken, 5 broden, 5 vissen, de korven, het geopende graf, de opstanding, beenderen, de dood. Laat het speurend oog vervolgens van beneden naar boven gaan: er komt geen einde aan de cyclus.

 

Het kruis

In 1986 werd een tekening vervaardigd van de achterwand van ons kerkgebouw. In deze tekening stond het kruis centraal. Na goedkeuring van de kerkenraad werd het kruis geplaatst. De financiële middelen werden weer door de dames van de handwerkclub bij elkaar gebracht. Tevens werd er toen een nieuwe, bij het geheel passende, stoel voor de voorganger geplaatst.

 

De opstandingskaars

In 1992 besloot de kerkenraad dat ieder jaar op Paaszondag een nieuwe kaars in gebruik zou worden genomen. Deze kaars brandt vanaf dat moment tijdens iedere dienst. Vanaf 1997 wordt er door de leiding van kindernevendienst een kaars aan de paaskaars ontstoken en meegenomen naar de kindernevendienst.

Wanneer een kind wordt gedoopt, krijgen de ouders naast de doopkaart ook een doopkaars aangeboden, als symbool van de verbinding van de doop met de opstanding van Jezus Christus.

Op de laatste zondag van het kerkelijk jaar worden de namen genoemd van hen die in het voorbije jaar zijn overleden. Bij het noemen van iedere naam wordt – weer aan de paaskaars – een kaars ontstoken en geplaatst in de doopvont.

 

De erediensten

De erediensten vergen een grondige voorbereiding. Dat is geen zaak van de predikant alleen. De kerkenraad en de commissie erediensten vervullen sinds jaar en dag een belangrijke taak in het geheel. De Commissie erediensten heeft naast uitvoerende taken, ook een coördinerende taak t.a.v. verschillende commissies. Een van de meest in het oog springende zaken die de Commissie erediensten verrichtte, was, samen met ds. Heslinga, het ontwerpen van en invoeren van het nu bij ons gebruikte boekje “Orden van Dienst”. In 1994 werden de nieuwe orden op proef geleidelijk ingevoerd. Na een inspraakronde werd de definitieve uitgave in april 1996 van kracht. In het Informatieblad werd door de commissie en de predikant een goede voorlichting gegeven. Zo ontstond er een belangrijk samenspel tussen predikant en gemeente en kan de hele gemeente zich betrokken weten bij de dienst. De Commissie erediensten organiseert de Paascyclus met diensten op witte donderdag, goede vrijdag, stille zaterdag en Pasen. De Commissie erediensten organiseert een 6-tal versperdiensten per jaar, maar is ook nauw betrokken bij de diensten op de ochtend van Kerst en Pasen. Daarnaast vinden er per jaar zo’n 10 jeugddiensten plaats, zijn er zangdiensten, open-deurdiensten en lofprijzingsdiensten.

In april 1996 werd, na een paar keer proefdraaien, de zondagsbrief definitief ingevoerd. Daardoor hoeven er geen mondelinge afkondigingen meer plaats te vinden.

Vanaf 1997 mag er na de zondagse dienst in de ontmoetingsruimte definitief niet meer worden gerookt. Hierdoor wordt voor velen (niet iedereen!!) het koffiedrinken na de dienst nog plezieriger.

Zo wordt het met recht een eredienst aan God voor en met allen.