Geschiedenis van ons kerkelijk leven in onze “Tabernakel” tot heden

Na de feestelijke ingebruikstelling van onze eigen kerk, wam ons kerkelijk leven geleidelijk tot meer ontplooiing. Onze hulppredikant, Ds. Holwerda, nam wegens hoge leeftijd afscheid van onze gemeente per 30 augustus 1970.

De kerkenraad kwam tot de overtuiging dat een eigen predikant een dringende noodzaak was. Er werd in september 1970 een actie gehouden waaraan twee vragen ten grondslag lagen:
“Wat kan de kerk voor U doen?”
“Wat kunt U voor de kerk doen?”

De kerkenraad benoemde Ds. Groenevelt in april 1972 als hulppredikant, die op zich nam twee zondagen per maand te prediken; het bezoeken van bejaarden en zieken en ook de catechisatie op zich nam. Per 1 september 1972 moest hij op medisch advies zijn werk beëindigen. Hij gaf de kerkenraad te kennen, dat een snel groeiende gemeente als Vaassen een jonge predikant nodig had.
Op de classisvergadering van 13 september 1972 werd een commissie benoemd om voor Vaassen een onderzoek in te stellen i.v.m. een eigen predikant in Vaassen en het beoordelen van steunaanvraag. Op deze aanvraag volgde een positieve beslissing.

In september 1972 werd de z.g. coördinerende actiegroep in het leven geroepen. In zekere zin een voortzetting van de voormalige Gereformeerde Jeugdraad, die overbodig was geworden door een fusie tussen het Hervormd en Gereformeerd jeugdwerk. Haar taak was om een aantal activiteiten binnen het kerkelijk werk te coördineren en waar nodig nieuwe activiteiten op te zetten, te begeleiden en te stimuleren. Belangrijke resultaten zijn o.m. de uitgifte van ons eerste jaarboekje in 1973. Het tot stand komen van ons informatieblad in 1974.

 

Een belangrijk jaar in de geschiedenis

De instelling van een kerkelijk bureau werd een feit.

Een predikant in volledige dienst. Ds. C.A. van Nood uit Amsterdam per 26 augustus 1973. Het aantal leden van onze kerk was inmiddels gegroeid tot 566 (286 bel – 280 doopleden). Het kerkelijk leven kwam nu volledig tot ontplooiing.

In 1975 werden onder begeleiding van de coördinerende actiegroepen wijkavonden georganiseerd. De actiegroep werd in 1976 opgeheven, daar haar doelstellingen waren bereikt.

In 1976 werd een begin gemaakt met het koffiedrinken na kerktijd. In 1977 komt het rapport van de Generale Synode ter sprake betreffende kindercommunie.

In het jaar 1978 werd overgegaan tot de eerste lopende avondmaalsvieringen in de morgendienst.

De jaren 70 kunnen worden gezien als de jaren van een toenemende aandacht voor de jeugd in onze gemeente. Denkende aan de kindernevendiensten, waarbij het evangelie wordt gebracht op het niveau van het kind. De jeugdkerk. Opmerkelijk i.v.m. de kindernevendiensten is, dat er nog steeds medewerkers van het eerste uur aan meewerken. De Jeugdadviesraad (J.A.R.) werd het overkoepelend orgaan van alle jeugdactiviteiten binnen onze gemeente. Door deze activiteiten werd de jeugd steeds meer betrokken bij het samen gemeente zijn. Zo ontstonden er weer commissies als de Jeugddienstcommissie en het Jeugd- en Jongerenpastoraat. Dhr. J. Bosman werd bevestigd in het ambt van jeugdouderling, waardoor de kerkenraad een goed beeld kreeg van alle zaken die de jeugd aangaan.

In de kerkenraadsvergadering van 27 augustus 1979 was Ds. van Nood voor het laatst als voorzitter aanwezig. Per 16 september 1979 volgde zijn eervol ontslag en vertrok naar de Evangelische Streekgemeente Maas en Waal.

Er werd een beroepings-hoorcommissie samengesteld. De keuze viel uiteindelijk op Ds. G. Tromp, die vlak voor zijn eindexamen stond. Hij was woonachtig in Vaassen. Als ouderling was hij reeds betrokken bij onze kerkelijke activiteiten. Op 28 september 1980 werd hij in de morgendienst bevestigd in zijn ambt.

Naast aandacht voor de jeugd, werd de zieke en ouder wordende broeder en zuster niet vergeten in het beleid van de kerk. Een bandrecorder werd aangeschaft zodat de zondagspreek kon worden opgenomen. Later werd dit de cassettedienst. Allen die door omstandigheden de kerkdienst niet kunnen bijwonen, maken ook nu nog dankbaar gebruik van deze dienst. Een volgende stap werd de kerktelefoon, waarbij het mogelijk werd via de radio de diensten te beluisteren. Er werd een ringlijn aangelegd in ons kerkgebouw, zodat leden die moeilijkheden met het gehoor hebben de diensten goed kunnen volgen. Er ontstond de zondagochtend-autodienst, waarvan gemeenteleden die moeilijk ter been zijn en geen eigen vervoer hebben, gebruik van kunnen maken.

Om beter toegerust de taak van ambtsdrager te kunnen vervullen, kreeg de kerkenraad ambtsdragerstraining. Ds. Nammensma werd bereid gevonden deze trainingen te verzorgen. Een positief resultaat van deze trainingen was o.m. het opzetten van mini-wijkavonden. Er kwam een roulatiesysteem op gang voor de verzorging van een boeket bloemen in de kerk. Voor de wat oudere jeugd kwam de koffiebar tot stand (Hervormd/Gereformeerd).

In 1982 volgde een organisatorische herverdeling van het werk van de kerkenraad, waardoor het werk van de scriba aanmerkelijk kon worden verlicht. Zo ontstond o.m. het scribaat 1: correspondentie, vergaderingen moderamen, administraties, kerkenraad, dienstroosters, e.d.. Het scribaat 2: het notuleren van de kerkenraadsvergaderingen, het opstellen van de agenda, enz. Ons kerkelijk bureau kreeg een aparte ledenadministratie, enz.

De tachtiger jaren waren kenmerkend door vele maatschappelijke vraagstukken, waarbij de kennis en het oordeel van de kerk belangrijk was.

  • De vraagstukken van oorlog en vrede
    In de voorbeden werd aandacht geschonken aan de kernbewapening; er werd een plaatselijk vredesplatform opgericht. Ook in het kader van de vredesweek werden over dit onderwerp middagdiensten gehouden.
  • De apartheidsvraagstukken
    Over de politieke situatie in Z.-Afrika.
  • Het werkloosheidsprobleem
    Ook leden van onze kerk kwamen zonder werk, door de neergaande spiraal in onze economie.
  • Andere vormen van samenleven (wonen)
  • Ontwikkeling en veranderingen binnen onze eigen gemeente
    Kinderen aan het avondmaal. Randkerkelijkheid. Pluraliteit in onze gemeente.

Het gevolg van al deze ontwikkelingen was, dat de pastorale druk en taak van de kerkenraad zeer zwaar werd. In juni 1985 werd een commissie ingesteld om de werkwijze van de kerkenraad t.a.v. de pastorale taken te bezien.

Op 27 april 1985 kreeg Ds. G. Tromp eervol ontslag wegens aangenomen berooep naar Oenkerk (Friesland). Het ledental van onze kerk was inmiddels gegroeid tot 394 belijdende leden, 317 doopleden, totaal 711 leden.

Op 9 februari 1986 werd Ds. J.D. de Haan uit Midwolda bevestigd als predikant in onze gemeente.

 

Gezinscommunie

In de kerkenraadsvergadering van 2 mei 1983 was reeds vastgesteld dat ouders met hun kinderen tot ±19 jaar, die nog behoren tot het gezinsverband, aan de tafel des Heren mogen plaatsnemen en dat catechese voor deze hele groep van kinderen van toepassing is. In de periode van Ds. de Haan werd het onderwerp van kinderen aan het Avondmaal verder uitgewerkt, daar er o.m. ook rekening diende te worden gehouden met onze Hervormde broeders en zusters.

In maart 1986 werd gestart met huiscatechese. Begonnen werd met een groep kinderen van 14 t/m 15 jaar.

In november 1986 werd begonnen met het vastleggen van de verslagen van de kerkenraadsvergaderingen in het informatieblad.

In 1988 werd de mogelijkheid geschapen om als echtpaar het ambt van ouderling te vervullen.

In maart 1989 vond tijdens een gemeenteavond evaluatie van gezinscommunie plaats.

Daar in 1988 o.m. werd geconstateerd, dat het bezoek aan de middagdiensten sterk terugliep, werd in 1989 meer tijd voor het pastoraat-bezinning-uitwisseling van ervaringen ingeruimd. Door Ds. de Haan werd in zijn ambtsperiode aan al deze genoemde zaken, met medewerking van de kerkenraad, veel aandacht besteed.

Op 30 juni 1991 volgde de afscheidsdienst van Ds. J.D. de Haan wegens vertrek naar Beetsterzwaag. Het einde van een vruchtbare periode.

Er werd een beroepings- en hoorcommissie benoemd met als resultaat dat per oktober 1991 een beroep werd uitgebracht op Ds. B. Heslinga te Pesse (Dr.). Dit beroep was voor onze gemeente positief. Per 1 april 1992 nam onze huidige predikant, Ds. B. Heslinga uit Pesse, zijn taak in onze gemeente op zich.

Ledental 421 belijdende leden – 314 doopleden, totaal 735 leden.

In juni 1992 werd een commissie Vorming en Toerusting ingesteld.

In 1995 werd de inmiddels gevormde commissie Liturgisch Centrum gevraagd met voorstellen te komen. De plannen zullen in samenwerking met de kerkenraad worden uitgewerkt.

 

Beleidsplan

In het najaar van 1992 werd er in de kerkenraad reeds gesproken over het werken aan een beleidsplan. In het voorjaar van 1993 deed de kerkenraad een aantal suggesties en werden de knelpunten die werden ervaren naar voren gebracht. In het najaar van 1994 werd de zaak weer opgepakt en in de kerkenraadsvergadering van 5 februari 1996 vastgesteld. Het plan is een hulpmiddel om een proces van gemeenteopbouw en gemeentetoerusting handen en voeten te geven.

Belangrijke vragen in dit geheel zijn:

  • Wat willen wij bereiken met onze gemeente?
  • Hoe zijn we als gemeente op weg naar morgen?
  • Hoe gaan wij met vragen om uit de samenleving?
  • Hoe gaan wij om met verschillende geloofsbelevingen onder ons?

Kortom, hoe zijn wij jongeren en ouderen samen in Vaassen zo goed mogelijk  gemeente van Jezus Christus? Wat wil de Heer van ons, Zijn Gemeente? Welke taken moeten wij als gemeente vervullen om dat doel te bereiken?

Als men het jaarboekje ter hand neemt, zien wij reeds dat zowel jong als oud met vele taken bezig zijn. Ook niet te vergeten de éénlingen die omzien en meeleven met die broeders en zusters in onze gemeente, die een steuntje in de rug hard nodig hebben. Vele handen maken licht werk. Zo trekken wij de kar(k) naar ons 50-jarig jubileum d.d. 14 maart 1998; op weg naar morgen, naar de toekomst.

Wat die toekomst brengen moge.

Ons geleidt des Heren hand,

Moedig slaan wij dus de ogen

Naar het onbekende land.

Leer ons volgen zonder vragen,

Vader, wat Gij doet is goed!

Leer ons slechts het heden dragen

Met een rustig, kalme moed!

(gezang 293: 1)

 

Samen op Weg

Informatie van de Raad van Deputaten “SAMEN OP WEG” vermeldt dat er landelijk sinds 1949 officiële contacten zijn van onze kerken met de Nederlandse Hervormde Kerk. Met Pinksteren 1961 verschijnt er een oproep van 9 hervormde en 9 gereformeerde predikanten die uitspreken dat gescheiden optrekken van hervormden en gereformeerden onduldbaar is. Op 26 mei 1962 komen 4500 mensen in de Jaarbeurshallen te Utrecht bijeen om die uitspraak te ondersteunen. Dr. H. Berkhof en prof. Mr. W.F. de Gaay Fortman zijn de sprekers. Het is voor velen een emotionele gebeurtenis waar mensen hun tranen de vrije loop laten. Het is ook een inspirerende gebeurtenis: allen beloven in hun plaatselijke situatie zich in te zetten voorde hereniging van beide kerken.

Waren daar gereformeerde Vaassenaren aanwezig? De archieven van onze kerk maken er geen melding van en ook de bijeenkomst wordt niet genoemd. Toch waren hier interkerkelijke contacten, zij het niet officieel. Er blijkt een gespreksgroep te zijn van rooms-katholieken, hervormden en gereformeerden. Daar wordt in 1964 het idee geboren om op zondag 20 december een gezamenlijke zangdienst te houden. De gereformeerde ouderling Joh. Brand is lid van die groep en hij brengt het voorstel op de kerkenraad op 11 november. Men vindt het plan wel goed, maar de datum, die op een zondag valt, minder geschikt. We lezen er verder niet meer over, net zo min als over het plan van de diaconie om samen met andere kerken “kerstgaven” naar ouden van dagen en zieken te brengen. Het lijkt er op dat het laatste plan is doorgegaan.
Het jaar daarop is er in november weer sprake van een gemeenschappelijke dienst met kerst. Deze dienst gaat niet door vanwege een te korte voorbereidingstijd. Voor 1966 wil men dit opnieuw bezien. Broeder Brand krijgt mandaat om te zoeken naar aanknopingspunten tussen beide kerken. Hij wordt “contactman” en zal een brief schrijven naar de Hervormde Gemeente.

In januari 1966 wordt nog eens benadrukt dat er meer samenwerking moet komen. Er wordt vaart achter gezet: Op 5 april is er een bespreking ten huize van de hervormde Ds. Rietberg en op 10 mei is er een gemeenschappelijke kerkenraadsvergadering. Daar worden plannen gemaakt: een gemeenschappelijke dankdienst voor gewas en arbeid in de Hervormde Kerk. Een gereformeerde predikant zal de preek houden en Ds. Vossers zal het overige gedeelte van de dienst voor zijn rekening nemen. Op de tweede kerstdag zal het andersom zijn.

Binnen het raam van het campingwerk zullen acht diensten worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van beide gemeenten. Even dreigt er een kink in de kabel: de gereformeerden moeten voor een gezamenlijke dienst toestemming van hun classis hebben! Voor hervormden een raadsel: jullie plaatselijke kerk is toch zelfstandig? De toestemming komt in september, na discussie op de classis.

In de zomer wordt nog besloten de gezinsweek in begin oktober samen te organiseren. De Kerstactie wordt dit jaar samen met de Hervormden en Rooms-katholieken georganiseerd.

De gezamenlijke dankdienst wordt goed bezocht. Na de dienst vergaderen de beide kerkenraden samen. Men is unaniem tevreden en die avond komt een scala van verdere mogelijkheden aan de orde. Op de vergadering van onze kerkenraad op 23 november is het enthousiasme iets geluwd en wil men toch voorzichtig zijn. In februari 1967 wordt op de gemeenteavond de samenwerking aan de orde gesteld en niemand van de 47 aanwezigen is tegen. Wel klinkt het: “Ga met beleid te werk!” Johan Brand is dan al op bezoek geweest bij een catechesegroep van ds. Rietberg om wat te vertellen over onze kerken. De kapelaan was eveneens uitgenodigd. Brand bezoekt ook de daaropvolgende belijdenisdienst in de Hervormde Kerk.

Op de gezamenlijke kerkenraadsvergadering wordt dieper op een aantal zaken ingegaan. Zo houdt bijv. Ds. Rietberg een inleiding over “Belijdenis” in april 1967. Deze vergaderingen worden per traditie gehouden na de bid- en dankdiensten, tot er een moment aanbreekt dat men dit een te zware belasting gaat vinden na een kerkdienst. Het aantal gezamenlijke diensten wordt langzamerhand uitgebreid. In de zomertijd worden zangdiensten belegd. Gespreksgroepen worden georganiseerd en gezamenlijke wijkavonden. Voor beide vormen is flink belangstelling. Soms zijn er wrijvingen. Die hebben altijd betrekking op praktische zaken, zoals de verdeling van de collecteopbrengsten, of de – in de ogen van de gereformeerden – te geringe inzet van hervormde krachten bij camping- en evangelisatiewerk.

In 1969 blijkt de gemeentevergadering opnieuw in te stemmen met de handelwijze van de kerkenraad. Inmiddels wordt duidelijk dat voor verder gaande samenwerking expliciet moet worden uitgesproken waar men bij die samenwerking vanuit wil gaan. Er moet een zgn. “consensus” opgesteld worden. Die komt er in 1974. Ds. Baart (herv.), ds. van Nood (geref) stellen met leden van de commissie Samen op Weg het stuk op dat in een later stadium door de kerkenraden wordt aanvaard. Het kan dienen als uitgangspunt voor verdere ontwikkelingen. De kerkenraden hebben inmiddels een commissie ingesteld die als motor voor het SOW-proces moet fungeren. Deze commissie komt in 1974/75 met verstrekkende voorstellen die moeten leiden tot eenwording van beide kerken in 1985. Deze voorstellen hebben aanleiding gegeven voor veel activiteit, bijv. op het gebied van jeugdwerk en catechese en vormingswerk zoals gespreksgroepen en wijkavonden en gezamenlijke gemeenteavonden, vertegenwoordiging op elkaars kerkenraadsvergaderingen. Anderzijds maakten de voorstellen kerkenraadsleden beducht voor een veel te snel proces dat door gemeenteleden niet bijgehouden zou kunnen worden. Dat blijkt steeds weer het punt: hoe geven we zo leiding dat we de gemeente meekrijgen? Het doel, zo wordt in alle toonaarden benadrukt in de vergaderingen, moet gehandhaafd blijven, maar de fasering moet anders. Op 19 februari 1978 wordt voor het eerst de morgendienst gemeenschappelijk gehouden. De belangstelling is overweldigend. Toch heeft deze vorm weinig vervolg gehad, gezien de praktische beperkingen van de kerkgebouwen.

Op 21 februari 1982 is er de eerste gezamenlijke viering van het avondmaal in de hervormde kerk. Daarvoor was in 1981 de tekst van de consensus uitgebreid met een passage over het Avondmaal en over de doopsbediening in gemeenschappelijke diensten. Een halfjaar later vindt eenzelfde viering plaats in de Tabernakel. De belangstelling voor deze viering is per gemeente verschillend. Bij de hervormden is er meer schroom aan de viering deel te nemen dan in de gereformeerde. De meeste gereformeerden zijn echter gesteld op hun “vierende orde”. Toch vindt men dat hiermee doorgegaan moet worden. Het moet groeien.

In 1983 besluiten de gereformeerden om ouders die met hun kinderen naar het avondmaal willen gaan, dat toe te staan. Zij kennen vanaf oktober 1983 het z.g. gezinsavondmaal. Dit besluit brengt grote commotie teweeg bij de hervormden hoewel hun predikanten uitspreken dat er bijbels gezien tegen deze viering geen bezwaar kan worden gemaakt, vindt met de eigen gemeente niet rijp voor eenzelfde besluit. Tenslotte wordt er toch een mogelijkheid gevonden om de gezamenlijke viering te handhaven: “de regels van het huis”. Een gezinsviering in de Tabernakel en in de Hervormde Kerk een lidmatenviering. Dezelfde regel werd al toegepast waar het de avondmaalsorde betrof: in de Hervormde Kerk een lerende orde (het avondmaalsformulier) en in de Tabernakel een vierende orde. Het bezoek aan de gezamenlijke vieringen bleek zo goed als niet te verminderen, zij het dat gereformeerde ouders dikwijls moeite hebben de kinderen thuis te laten als de viering in de hervormde kerk plaatsvindt.

In de loop van de tachtiger jaren treedt een zekere moeheid op. In de notulen van vergaderingen valt vaak te lezen dat men wil houden wat men heeft, dat wel, maar verder niet veel meer wil toevoegen. Dit heeft wellicht ook te maken met wisseling van predikanten en meer nog met de soms te lange, vakante perioden waarin bijvoorbeeld kanselruil moeilijker uitvoerbaar is. Wel werken de kerkenraden nog aan verdieping als het gaat om de nieuw te ontwerpen landelijke kerkorde, het opsporen van plaatselijke tegenstellingen en beeldvorming van elkaar. Echter, bij het – zij het langzaam – voortgaan van het proces wordt de angst voor het verliezen van de eigen identiteit m.n. bij een deel van de hervormden, groter. Deze trend zet zich voort in de jaren negentig. Pogingen om te komen tot een gezamenlijk kerkblad stranden.

Voor de commissie Samen op Weg, die toch de motor van het proces moest zijn, wordt de situatie onhoudbaar. De commissie legt in oktober 1996 het bijltje erbij neer. De tijd en het denkwerk door de commissie aan het proces besteed is niet in cijfers te vatten. Gelukkig heeft al dat werk resultaten opgeleverd. Maar het lijkt wel of die resultaten nu onder vuur komen te liggen. De kerkenraden besluiten elk twee moderamenleden te leveren voor een commissie die gaat bekijken wat er gedaan kan (moet) worden. Als we dit schrijven zijn de kerkenraden bezig zich in eigen kring af te vragen hoe en wat men verder wil. De interim-commissie voert in de herfst van 1997 een gesprek met de provinciale commissie voor het Samen op Weg-proces. Ze krijgen zowaar een compliment: Vaassen doet het zo slecht nog niet! Kijk eens naar wat er bereikt is. De broeders (zusters?) krijgen een hart onder de riem gestoken. Dat geeft weer moed en belangstellend zien we uit naar het vervolg. Wat zullen we in de volgende eeuw het nageslacht te vertellen hebben? Een vraag die de kerkenraden zeer terecht, stellen aan zichzelf, aan elkaar en aan de gemeente.