Een stukje voorgeschiedenis tot het jaar 1948

Daar de oorlog 1940-1945 vrijwel alle vervoersmogelijkheden lam legde, werd het probleem voor de kerkgang voor de in Vaassen wonende Gereformeerden zeer urgent. Deze Vaassenaren kregen de overtuiging dat er in Vaassen mogelijkheden, zij het in de toekomst, voor onze kerk lagen. Vanwege de vervoersproblemen werd er een schrijven aan ‘den Eerwaarden Kerkeraad der Gereformeerde kerk te Epe’ gericht per 22 juni 1946. De problemen om de afstand Vaassen-Epe te overbruggen waren dan ook zeer groot. Het aantal personen dat in Epe ter kerke ging betrof ± 90. Verzocht werd naar een lokaliteit uit te zien in Vaassen onder leiding van de kerkenraad te Epe. Uit het antwoord van de kerkenraad van Epe blijkt dat er verschillen van inzicht bestaan. De kerkenraad van Epe stelt dat er mogelijkheden dienen te worden onderzocht voor de kerkgang naar Epe. De Vaassenaren meenden dat het de taak van de kerkenraad was om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om in Vaassen tot een kerk te komen.

Daar de vervoersproblemen de rode draad zijn in dit stukje voorgeschiedenis, enige uitreksels uit de notulen van kerkenraadsvergaderingen:

4 oktober 1939

Daarna vraagt de voorzitter of de kerkeraad ook bezwaar heeft een bus of auto te laten lopen van Vaassen naar Epe om gelegenheid te geven dat ieder in de gelegenheid komt om in de kerk te komen. Niemand had bezwaar als de kerk de onkosten maar niet hoeft te betalen.

 

11 juni 1939

Daar de opbrengst te Vaassen niet voldoende meer is, wordt br. Kok opgedragen de mensen te bezoeken om zodoende de zaak lopende te houden.

 

9 januari 1940

Een vraag wordt gedaan of er met het oog op het toenemend aantal gereformeerden in Vaassen, iets gedaan behoord te worden voor eventuele kerkinstituering. Na brede bespreking wordt besloten, ook in verband met het oog op de onzeker omstandigheden op dit ogenblik nog geen stappen te ondernemen. De kerkenraad zal deze zaak echter ernstig in het oog houden.

 

26 september 1940

Ook wordt nog besloten te trachten weer een kerkbus voor Vaassen op zondag te laten rijden. Dit zal bij de Rijksinspecteur van Verkeer worden aangevraagd.

 

3 september 1941

’t Gedeelte van de Gereformeerde Kerk te Vaassen woonachtig wordt nog weer zeer breed besproken. Met het oog op de komende wintertijd, waar dan allicht weer belemmeringen zijn om ter kerk te komen. Na een lange bespreking was ’t advies van de kerkenraad dat er bij weersverhindering bij iemand, die daar een geschikt huis voor heeft, een predikatie te lezen door een van de broeders in Vaassen.

 

4 maart 1946

Ook wordt nog over de diensten welke te Vaassen worden gehouden gehandeld. De kerkenraad is zich bewust van de moeilijkheden en zal in dezen doen wat hij kan en zal dat met den beroepen predikant bespreken. Hierbij dient te worden vermeld, dat besloten is, dat de oplossing van de moeilijkheden om ter kerk te komen opgelost zullen worden door zo spoedig mogelijk een autobus te laten rijden.

 

3 juni 1946

De kerkeraad heeft in haar vergadering van 4 maart besloten om in deze zaak al het mogelijke te doen in deze, door een bus te laten rijden en dit later met haar a.s. predikant te behandelen. Verder wordt deze zaak tot een volgende vergadering uitgesteld.

 

Hierbij moet opgemerkt worden dat dit uitstellen tot de volgende vergadering hierin bestond, dat op deze vergadering besloten werd dat br. In ’t Hout zou gaan informeren wat men in Vaassen zou kunnen bijdragen in de kosten van een kerkbus. Daarna zou over deze zaak verder gehandeld worden. Op maandag 14 oktober 1946 werd er door de kerkenraad van Epe te Vaassen een vergadering gehouden met als voorzitter Ds. v.d. Schaaf. Het probleem van het vervoer werd uiteraard weer een hevig discussiepunt. In een vorig schrijven van de Vaassenaren aan de kerkenraad van Epe werd door de Vaassenaren gevraagd om mogelijkheden te onderzoeken om blijvende kerkdiensten in Vaassen te willen toestaan. Tijdens deze vergadering kwam men tenslotte overeen dat voorlopig voor een half jaar 1x per zondag in Vaassen kerkdiensten gehouden zouden worden, om daarna opnieuw te bespreken wat dan wenselijk zou blijken. Dit besluit hield in dat de Vaassenaren werd verzocht om te zien naar een geschikte gelegenheid om deze diensten te kunnen houden. Hierbij speelde het kostenplaatje ook een belangrijke rol, daar van de Vaassenaren een belangrijke bijdrage werd verlangd.

Inmiddels deed zich een unieke gelegenheid voor hier in Vaassen op zeer gunstige voorwaarden een stuk grond aan te kopen, geschikt als bouwterrein voor een kerk later. In onderling overleg met de broeders in Vaassen werd besloten deze gelegenheid niet te laten passeren en het bedoelde terrein te kopen, waarna per brief van 28 januari 1947 aan de kerkenraad medewerking werd verleend.

Hierbij een afschrift van deze brief:

Aan de kerkeraad der Ger. Kerk te Epe

 

Vaassen, 28 jan. 1947

 

Eerwaarde en geachte broeders,

 

Namens verschillende broeders, leden der gereformeerde kerk van Epe, op 27 januari in vergadering te Vaassen bijeen en wier namen aan het slot van dit schrijven vermeld worden, mogen wij het volgende mededelen.

Op zeer gunstige voorwaarden bleek voor ons de mogelijkheid te bestaan tot aankoop van een stuk grond, speciaal bestemd voor de bouw eventueel van een Gereformeerde Kerk. Eigenaresse dezer grond was mevr. De Weduwe van Katwijk.

En met blijdschap en dankbaarheid meenden we dit gunstige aanbod met beide handen te moeten aangrijpen, zodat we na ampele overweging hebben besloten tot de koop over te gaan, van welk besluit we meenden langs deze weg U mededeling te moeten doen, om niet de schijn op ons te laden dat we buiten de kerkeraad, op een eigen weg willen gaan. Met hartelijke en volledige instemming hebben de broeders het initiatief van enigen in dezen goedgekeurd en ook financiële consequenties hiervan aanvaard.

Overeengekomen werd ter dekking van de betalen rente, hiervoor de opbrengst van het ‘verjaardagsfonds’ voor zover het Vaassen betreft te bestemmen en ook hiervan de kerkeraad mededeling te doen. Wij menen op deze wijze onze verplichtingen te kunnen nakomen, zonder in deze van anderen afhankelijk te worden.

Volledigheidshalve vermelden we nog namen der broeders, die met deze gang van zaken hun volledige instemming betuigden.

De niet genoemde broeders waren door ziekte of anderszins met reden afwezig en konden nog niet op de hoogte gebracht worden.

 

Kok, van Vliet, in ’t Hout, Venderink, van Asselt, van Norel, van Leeuwen, van Mechelen, Brummelkamp, van Ommen, van Dam, Konijnenberg, Brand, Kolkman

 

Voor de goede orde leek het ons wenselijk Uw Raad van een en ander in kennis te stellen, hetgeen dan ook bij dezen geschied is.

 

Met broederlijke groet.

 

Namens de voornoemde broeders.

w.g. W. Kok

 

De kerk van Epe kennis genomen hebbend van dit schrijven, deelde in een schrijven mede, geen enkele verantwoording te kunnen nemen inzake de vermelde zaken gesteld in de brief van 28 januari 1947. De broeders in Vaassen worden tevens vermaand bij kerkelijke aangelegenheden de kerkelijke weg te behartigen en ter kennis van de kerkenraad te brengen. De geschiedenis heeft inmiddels geleerd, dat de aankoop van het stuk grond van enorm belang is geweest voor onze gemeente in Vaassen.

Inmiddels worden de kerkdiensten 1x per zondag door gemiddeld 50 personen bezocht en de hoop op verlenging van deze regeling werd aanleiding tot het volgende voorstel van de kerk van Epe.

 

Voorstel van 20 april 1947

De kerkeraad van Epe stelt voor een kerkbus te regelen speciaal voor de Vaassenaren en geheel op kosten van de kerk van Epe. Vaassen is ±1/9 deel van de gemeente in haar geheel, dus Vaassen krijgt 1/9 deel van de preekbeurten van zijn predikant (11x per jaar). Bij deze regeling bedong de kerkenraad echter, dat de diensten waarin de predikant van Epe moest voorgaan op een zodanig uur zouden worden gehouden dat hij in Epe op de gebruikelijke uren kon voorgaan. De financiële verplichtingen, voor het kerkelijk leven nodig, werden ook gesteld op 1/9 deel. De huur van de vergaderplaats in Vaassen werd vastgesteld op ƒ 500,– per jaar. De overige diensten zou men moeten preeklezen of voor eigen rekening een predikant moeten laten voorgaan.

Naar aanleiding van dit voorstel het volgende schrijven aan de Raad der Gereformeerde kerk te Epe, per 20 mei 1947:

Weleerwaarde heren en broeders,

 

In antwoord op uw schrijven van 20 april jl. delen ondergetekenden mede dat zij, na ernstige overwegingen besloten hebben het door de kerkeraad gedane en in genoemd schrijven vervatte voorstel te aanvaarden.

Vaassen verbindt zich hierbij naar verhouding van getalsterkte financieel aan Epe bij te dragen, terwijl de kerkeraad jaarlijks ƒ 500,– restitueert.

Ook verdere door U voorgestelde regelingen, betreffende predikbeurten e.a. worden door ons in dank aanvaard.

Onder Gods zegen hopen en vertrouwen wij in staat te zijn onze verplichtingen na te komen. Wij zullen althans van onze kant alle krachten daartoe inspannen.

Mochten ons onverhoopt de moeilijkheden boven het hoofd groeien, daar een en ander ons nogal op zware lasten zet, dan vertrouwen wij, dat een geest van goede verstandhouding tussen ons zal domineren boven de letter ener overeenkomst.

De kerkeraad tenslotte dankend voor haar medewerking om in deze zaak tot een oplossing te komen en haar ’s Heeren zegen bij al haar arbeid toebiddend verblijven wij,

 

Met de meeste hoogachting,

 

Kolkman, Venderink, Konijnenberg, van Dam, van Asselt, Brand, van Leeuwen, van Dijk, Kok, van Vliet, in ’t Hout, Veeneman, Dijkstra, van Mechelen, van Ommen

 

Het kerkelijk leven van de Vaassenaren kwam door deze besluitvorming in een stroomversnelling. Er werd een commissie van voorbereiding tot geregelde kerkdiensten in Vaassen ingesteld. Br. J.J. in ’t Hout werd financieel administrateur. Met het bestuur van het gebouw voor christelijke belangen werd de zaalhuur geregeld voor het houden van twee kerkdiensten op zondag. Besprekingen volgden met de Classis Apeldoorn. Er moest een regeling komen voor het orgelspel, er dienden preken voor leesdiensten aangeschaft te worden en er werd de wenselijkheid van een archief besproken.

Kerkinstituering

Voor de Vaassenaren bleef echter één wens nog onvervuld. Namelijk kerkinstituering. Er volgden hierover gesprekken met de Classis Apeldoorn. De Classis kon met de noodzaak van instituering volledig instemmen.

Opde classisvergadering van woensdag11 februari 1948 werd een stemming gehouden over instituering. Na stemming kreegde kerkenraad van Epedeopdracht in Vaassen de ambten in te stellen. Op zondag 14 maart 1948 werden de ambten ingesteld en was de institueringvan de GereformeerdeKerkte Vaassen een feit. Op maandag 15 maart volgende dit persbericht:

In het gebouw van christelijke belangen is zondagmiddag de Gereformeerde kerk van Vaassen geïnstitueerd. Tot nu toe had Vaassen onder de Gereformeerde Kerk van Epe geressorteerd, maar nu zal het een zelfstandige kerk vormen. Ds. P. v.d. Schaaf uit Epe sprak in zijn predicatie over Joh. 16: 16 t.w. de verkiezing en de zending van de apostelen. Er werd o.a. naar voren gebracht, dat van de Kerkstichting de grond en het doel zijn in God. Vervolgens had de bevestiging plaats van de heren W. Kok en J. v. Asselt als ouderling en van de heer J.J. in ’t Hout als diaken, waarna Ps. 134 werd gezongen. De heer Kok sprak namens de Gereformeerde kerk te Vaassen woorden van dank tot de kerkeraad van Epe, terwijl ds. P.C. de Bruijn van Apeldoorn, namens de Classis en de kerk van Apeldoorn de dank uitsprak. Er waren bij deze instituering ook enige ouderlingen uit Epe aanwezig.

 

Grensregeling tussen de Gereformeerde Kerk van Vaassen en Epe

Eén van de eerste taken na de kerkinstituering in 1948 was om met de kerkenraad van Epe tot een regeling van kerkelijke grenzen te komen. Dat ook kerkelijke molens soms langzaam draaien blijkt wel uit het volgende:

Tijdens de kerkenraadsvergadering van 20 augustus 1953 kwam dit onderwerp weer ter sprake. Het bleek dat over de grensregeling nog niets op papier stond.

Uit de notulen van januari 1957 blijkt, dat Epe zich niet kan verenigen met een door Vaassen voorgesteld besluit. Op de volgende classisvergadering komt dit onderwerp weer ter sprake.

Notulen van november 1957:

Aan de afgevaardigde naar de classis wordt opgedragen te informeren bij ds. Melles naar zijn voortgezet onderzoek in de classicale notulen omtrent de grensregeling Epe-Vaassen.

 

In 1960 werd een commissie benoemd bestaande uit de broeders van Ommen, Konijnenberg en Hogenkamp om deze zaak met Epe definitief te regelen. In oktober 1976 werd uiteindelijk de regeling in een schriftelijke overeenkomst vastgelegd.

De Oranjeweg Emst vormt een natuurlijke afscheiding. Er werden t.a.v. verhuizingen en nieuw-ingekomenen in het grensgebied afspraken gemaakt waarbij rekening wordt gehouden met de betrokkenen.

De overeenkomst werd voor Epe ondertekend door:

J.C. v. Egmond (praeses)
J. de Ruiter(scriba)

 

Voor Vaassen:

C.A. van Nood (praeses)
H. Brand-Kamphof (scriba)