De missie-statie Vaassen (XLVII)

Nu we de biographieën der Vaassensche kapelaans afgewerkt hebben meenen we goed te doen over een der voornaamste priesters een weinig meer in bijzonderheden te treden, te meer lijkt ons dit in deze stoffe nuttig en noodzakelijk, daar het kapelaan Bernardus Leonardus Snelting was, die de stuwkracht is geweest, voor de totstandkoming der zelfstandige parochie Epe. Zooals we weten was Epe steeds bij kerk van Vaassen geweest en hebben we regelmatig gerept van de missiestatie Vaassen, de officieele naam der statie en latere parochie was (zooals ons van geachte zijde uit Epe ook opgemerkt werd) bij benoemingen enz. dan ook steeds: Vaassen en Epe. De aanwezigheid van een vasten kapelaan te Vaassen, was voor de bediening van Epe, dan ook even nuttig als noodzakelijk. Kapelaan Snelting die in de maand Maart van het jaar 1895 Vaassen tot standplaats had bekomen, zou op 15 Februari 1900 z’n koperen priesterfeest vieren en ’t was in den loop van januari daaraan voorafgaande, dat eenige katholieke Epenaren in het café Stindt eene bijeenkomst belegden, om de middelen te beramen, die zouden kunnen leiden tot de aanbieding van een geschenk ter gelegenheid van dit priesterfeest. Kapelaan Snelting was in Epe zeer bemind en geliefd en ’t was daarom geen wonder dat het idee algemeene instemming vond. Met een en ander in kennis gesteld zijnde, verklaarde Zijneerw. met dank voor de tot uiting gekomen warme genegenheid, dat hij het op hoogen prijs zou stellen indien de bijeen te brengen som bestemd zou worden als fonds tot stichting eener zelfstandige parochie te Epe.

Na aanvaarding van dit voorstel werd een commissie ad hoc benoemd bestaande uit de heeren J. B. v. d. Belt, H. Bourgonje, W. J. Meulenkamp en A. Stindt, welke zou trachten door inzameling van gelden, het gestelde doel te bereiken. Na verloop van een drietal jaren (kapelaan Snelting was in de maand Mei van 1901 naar Schalkwijk overgeplaatst) was, een bescheiden som bijeen, die echter nog niet voldoende bleek om Epe parochieele zelfstandigheid te doen verkrijgen. Doch ook vanuit Schalkwijk bleef kapelaan Snelting de stuwende kracht en het uiteindelijk resultaat was dat de weleerw. Heer H. W. M. Bianchi, kapelaan te Vinkeveen, de opdracht erlangde om voorbereidingen te treffen tot oprichting der parochie Epe.

Toen ’t vorig jaar, de doodsklokken luidden boven Blaricum, toen pastoor Snelting aldaar op hoogen leeftijd overleden was, was het de tegenwoordige herder van Epe, de Zeereerw. Heer B. H. Som, die op treffende wijze het heengaan van hem herdacht wiens pioniersarbeid er toch zooveel toe had bijgedragen, dat de parochie van de H. Martinus te Epe, na eeuwen van sluimering, in het begin onzer eeuw herboren is geworden. Want het was op den 18en Juni 1903, op den vooravond van het feest van het H. Hart, dat de heer W. J. Meulenkamp voor Epe’s eenvoudig bedehuis het welkom kon toeroepen aan den eersten eigen pastoor na de zoogenaamde reformatie. De nieuwe herder, Henricus Wilhelmus Maria Bianchi was in 1861 te Gorcum geboren, werd door Mgr. Snickers op 15 Augustus 1888 te Utrecht subdiaken gewijd, diaken te Rijssenburg op 6 April 1889 en tot priester in de Metropool op 15 Augustus 1889. Hij werd assistent bij zijn heeroom Henricus Joannes Pieck, die sinds 1 Mei 1870 pastoor te Hoogland. Na een ruim 3-jarig assistentschap werd hij in Januari 1891 aldaar kapelaan (de huidige pastoor van Vaassen, de Zeereerw. Heer J. H. M. Hagen kwam op hetzelfde tijdstip aldaar als assistent). Tot het overlijden van zijn heeroom dat na een ruim 40-jarige werkzaamheid als pastoor van Hoogland, aldaar voorviel op 17 December 1901, bleef hij hier in bediening. In Januari 1902 werd hij kapelaan te Vinkeveen, tot hij den herderstaf van Epe verkreeg.

Pastoor Bianchi ontplooide al spoedig eene opmerkelijke werkkracht, die hare bekroning vond in den bouw eener nieuwe kerk. De oude drie beukige zoogenaamde waterstaatskerk werd afgebroken en op 14 November 1914 werd het nieuwe bedehuis geconsacreerd, dat voorwaar een sieraad van Epe mag genoemd worden. Weidscher plannen van den pastoor, als bv. de stichting van een Zusterhuis, werden door den inmiddels uitgebroken wereldoorlog, den bodem ingeslagen. Op 19 Maart 1920 werd pastoor Bianchi overgeplaatst naar Colmschate, waar hij reeds op 19 December van hetzelfde jaar overleed.

Zijn zeereerw. werd te Epe opgevolgd door den oud-aalmoezemier, den Zeereerw. Heer B. H. Som, wiens bekende en geprezen jovialiteit aan z’n voormalig ambt niet vreemd zal zijn. Ruim 16 jaren voert pastoor Som reeds te Epe den herderstaf en we weten niet beter te doen dan Zijn zeereerw. een van harte “ad multos annos” toe te wensen. Van de parochie Epe is voorts nog vermeldenswaard dat zij (toen nog de parochie Vaassen en Epe) omstreeks 1865 van de kerkvoogden der Ned. Herv. Gemeente heeft terugbekomen een verguld zilveren kelk wiens vijflobbige voet versierd is met gegraveerde afbeeldingen voorstellend het wapen van Epe, den H. Martinus te paard en de H. Maagd en Joannes ter weerszijde van het kruis, welke laatste “en relief” is uitgevoerd en met schroefjes op den voet bevestigd. Dit werk draagt het jaartal 1574. Deze teruggave zij hier aangemerkt, als eene daad van eerlijke onbekrompenheid, die voornoemde kerkvoogden slechts tot eere strekken kon.