De missie-statie Vaassen (XLVI)

We besluiten ditmaal met biografieën van de Kapelaans te Vaassen van 1854 tot de komst van Pastoor Hagen in 1907.

Henricus Joannes Lubbers, geboren in 1858 voor Mgr. Snickers subdiaken gewijd te Utrecht 15 Augustus 1890, diaken te Rijsenburg 14 Maart 1891 en priester te Utrecht 15 Aug. 1891. Hij kwam als assistent naar Vaassen en werd Mei 1892 aldaar kapelaan. In December 1894 ging hij naar Hengelo (O.) waar hij bijna zes jaren verbleef, tot hij in October 1899 zijn overplaatsing kreeg naar Denekamp. In October 1902 vinden wij hem te Enschedé. Drie jaar later wordt hij assistent te Compascum en belast met de oprichting der nieuwe parochie te Barger-Oosterveld. Mei 1906 werd hij aldaar pastoor van de nieuwe parochie, wier kerk op 20 September 1906 geconsacreerd is geworden en toegewijd aan St. Gerardus Majella. In November 1909 ging hij naar Heteren, in 1891 afgescheiden van Indoornik. Zijn voorganger aldaar, pastoor Wösten, was naar Apeldoorn vertrokken.

Franciscus Adrianus de Laat, geboren te Utrecht in 1862, door Mgr. Snickers subdiaken gewijd te Utrecht 16 Aug. 1885, diaken te Rijsenburg, 10 April 1886 en priester te Utrecht 15 Augustus 1886. Na zijn wijding oefende hij eerst eenige jaren de geestelijke bediening uit als assistent te Kamerik en werd in Maart 1889 kapelaan te Zandberg, in October 1890 te Hengelo (O.), na er aanvankelijk assistent te zijn geweest. In December 1894 werd hem Vaassen als zijn standplaats aangewezen. Hier verbleef hij slechts een drietal maanden, want in de maand Maart van het volgend jaar gaat hij naar Maarssen. In April 1879 vertrekt hij vandaar en raken we zijn spoor bijster tot Maart 1904, toen hij pastoor te Neede is geworden. In Augustus 1913 vinden we hem vermeld als pastoor van Gellicum in Gelderland.

Bernardus Leonardus Snelting, geboren te Megchelen (G.) in 1859, door Mgr. Snickers subdiaken gewijd te Utrecht 15 Aug. 1886, diaken te Rijsenburg 26 Maart 1887 en priester in de Metropool 15 Augustus 1887, was assistent te Wegdam en werd Maart 1890 kapelaan te Vinkeveen, in Juni 1891 te Oldenzaal, in October 1894 te Maarssen en in Maart 1895 opvolger van kapelaan de Laat op de Vaassensche pastorie. Ruim 6 jaren verbleef kapelaan Snelting op den Oosterhof, todat hij in Mei 1901 kapelaan werd te Schalkwijk. Pastoor van Soesterberg werd hij in Maart 1905 en pastoor van Blaricum in April 1912. Hij overleed aldaar op 29 Augustus 1935. Over dezen Vaassenschen kapelaan de volgende week meerdere bijzonderheden.

Mauritius Nicolaas van der Steele, geboren te Sneek in 1875 werd door Mgr. Van de Wetering subdiaken gewijd te Utrecht 15 Aug. 1898, diaken te Rijsenburg 27 November 1896 en priester te Utrecht 15 Augustus 1899, was assistent en nadien kapelaan te Duistervoorde, werd Mei 1901 kapelaan te Vaassen en September 1902 te Utrecht (St. Joseph). In de maand Mei van 1913 werd hij pastoor te Leerdam en later te Nieuw-Schoonebeek.

Joannes Petrus Paulus Oosterbaan, geboren te Utrecht in 1875, gewijd door Mgr. Van de Wetering subdiaken gewijd op den 15en Augustus 1901 en tot priester op denzelfden dag van het volgend jaar. Zijn eerste standplaats als kapelaan was Vaassen, waar hij in September 1902 aankwam en een jaar later weer vertrok met bestemming voor Groenlo. Vandaar ging hij in Augustus 1906 naar Zwolle (parochie van St. Michael). Verder ontbreken ons gegevens. Wel is ons bekend dat kapelaan Oosterbaan later Deken van Groenlo waar hij (zie boven) als kapelaan onder Deken Petrus Joannes Conradus Haagen had dienst gedaan, is geworden.

Joannes Cornelis Ruding, geboren te Groningen, 12 December 1871, werd door Mgr. v. d. Wetering subdiaken gewijd te Utrecht 10 Aug. 1896, diaken te Rijsenburg 3 April 1897 en priester te Utrecht 15 Aug. 1897. Stond aanvankelijk als assistent te Breukelen, in Mei 1898 is hij kapelaan te Kabauw en in April 1902 gaat hij naar Veendam. In de maand September van laatstgenoemd jaar vertrekt hij hier weder met Doornenburg als bestemming. Een jaar later komt hij te Vaassen, vanwaar hij in April 1905 naar Vasse bij Tubbergen vertrekt. In Oude Pekela vertoeft hij van September 1908 tot Mei 1911 toen hij pastoor van Vriezenveen is geworden. In 1919 werd hij pastoor te De Lutte bij Oldenzaal.

Joannes Martinus Faber, in 1873 te Utrecht geboren, door Mgr. v. d. Wetering tot subdiaken gewijd op 15 Aug. 1900, was eerst assistent te Warga. In Maart 1901 assistent te Haarle, en November 1902 kapelaan te Eemnes. In April 1905 volgt zijn verplaatsing naar Vaassen, vanwaar hij in Juli 1907 naar Herwen en Aerdt gaat. Verder ontbreken ons gegevens over dezen kapelaan.

Hermanus Stephanus Mölder, geboren te Twello, 21 Juni 1880, werd door Mgr. v. d. Wetering tot subdiaken gewijd te Utrecht 15 Aug. 1905 en een jaar later tot priester. Hij is eerst assistent en later kapelaan te Loenersloot geweest, daarna op 12 Juni 1907 naar Riemole bij Neede gegaan, doch reeds een maand nadien is hij te Vaassen, waar hij bleef tot Juli 1910, toen hij Bussum tot standplaats verlangde. Na zijn vertrek uit laatstgenoemde plaats zetten we een vraagteeken tot het jaar 1924, toen hij pastoor te Soest is geworden.