De missie-statie Vaassen (XLIV)

Nu de eindspurt van onze serie opstellen over kerkelijk Vaassen reeds is ingezet en het einde niet lang meer op zich zal laten wachten, zou de taak, die we op ons hebben genomen toch wel zeer onvolledig tot uitvoering komen, indien we onze aandacht niet ouden besteden aan de eer groote reeks kapelaans die vanaf ’t herstel der Bisschoppelijke Hiërarchie tot de komst van den tegenwoordigen herder, den pastoors hulp hebben verleend in ’t geestelijk ambt. Maar alvorens hiermede aan te vangen, willen we er gewag van maken, dat Pastoor Wolff na meer dan 27 jaren te Vaassen in geestelijke bediening heeft gestaan in October 1907 als pastoor bedankte en zich te Utrecht als rustend geestelijke vestigde. Bijna 3 jaren na verkregen emeritaat stierf hij aldaar op 22 Augustus 1910.

Opvolger van Pastoor Wolf was in October 1907 geworden de zeereerwaarde heer Jacobus Henricus Maria Hagen. Geboren te Utrecht in ’t jaar 1865, werd deze door Monseigneur Snickers subdiaken gewijd in z’n geboorteplaats op den 15en Augustus 1888, diaken te Rijsenburg op 6 April 1889 en priester in de Metropool op 15 Aug. 1889. Na aanvankelijk eenigen tijd als assistent te Vollenhoven vertoefd te hebben, kwam hij in Jan. 1891 als zoodanig te Hoogland bij Amersfoort in bediening te staan. In Maart 1895 volgde zijn benoeming tot kapelaan van St. Eusebius te Arnhem en hier was het dat kapelaan Hagen geruime tijd werkzaam bleef. De kalender wees Januari 1906 toen zijn benoeming afkwam als pastoor van Zandberg, een buurtschap door Munstersche kolonisten omstreeks 1835 gesticht in de Drentsche gemeente Odoorn. In 1843 was hier eene katholieke kerk verrezen en mocht aldaar terecht gesproken worden van eene katholieke oase in de diaspora. ’t Was hier dat Pastoor Hagen door eene zeer ernstig lijden op het ziekbed werd geworpen en terwijl de medici de kans op levensbehoud reeds bijna hadden opgegeven, zou het toch deze priester zijn, die door God zou worden uitverkozen, toen door Zijne goedheid de ernstigste sporen der ziekte verdwenen waren, om met onverdroten werkkracht het parochiewerk te Vaassen op te nemen en aan het zieleheil der Vaassensche katholieken te arbeiden en hieraan z’n gaansche kunnen te schenken. Toen Pastoor Wolff in October 1907 naar Utrecht vertrokken was, kwam in dezelfde maand Pastoor Hagen als herstellende zieke naar Vaassen, waardoor den bijstand van den toen aldaar vertoevenden kapelaan Hermanus Stefanus Mölder, den parochiearbeid minder zwaar werd geoordeeld te zijn dan te Zandberg. Over het in de 29 jaren z’n pastoorschap te Vaassen, onnoemlijk vele, dat door Pastoor Hagen in ’t belang van katholiek Vaassen tot stand gebracht is, in m’n schotartikel meer.

Kapelaans te Vaassen van 1854 tot de komst van Pastoor Hagen in Oct. 1907.

Bernardus Henricus Heinink, geboren in ’t jaar 1826 in Overijsel. Hij werd priester gewijd 15 Augustus 1851, was daarna kapelaan te Haarle bij Hellendoorn. In 1854 als zoodanig te Vaassen tot 1862 toen hij pastoor werd te Indoornik.

Joannes Henricus Biegelaar, geboren te Amersfoort, werd gewijd subdiaken 23 Dec. 1854, diaken 22 Dec. 1855 en ’t volgende jaar priester. Stond achtereenvolgens als kapelaan te Jutfaas, Hoogland, Zeddam, Bemmel, Sassenheim en Naaldwijk, vanwaar hij in 1862 naar Vaassen kwam. Deze kapelaan stond ook in z’n zevende standplaats slechts korten tijd, want nog in ’t zelfde jaar vertrok hij weer. Meer over hem is te vinden in ’t Archief van ’t Aartsbisdom deel XXXCII, bladz. 76. Hij stierf te Rome 28 Juli 1901.

Gerardus Joannes Ensink, een Twentenaar, geboren in 1839 en priester gewijd 10 Augustus 1862, werd na kapelaan te Barnerbroek te zijn geweest in 1862 de opvolger van kapelaan Biegelaar. Gedurende een zestal jaren stond hij te Vaassen in de geestelijke bediening en vertrok in 1868 naar Groningen; vandaar weer in Juli 1875 als pastoor naar Bakhuizen in Gaasterland. In Februari 1888 werd hij pastoor te Bemmel waar hij overleed in de maand Mei van ’t jaar 1905.

Gerardus Woldberg,  geboren te Steenwijk 9 Oct. 1843, werd subdiaken gewijd door Mgr. Schaepman 10 Aug. 1867, diaken 11 April 1868 en priester 10 Augustus 1868. Kreeg Vaassen als eerste standplaats en bleef hier tot Sept. 1874, toen hij naar Groenlo ging. Twee jaren later vinden we hem te Delden en weer 2 jaren nadien te Wehl. In No. 1883 werd hij pastoor van Kochengen in de provincie Utrecht, waar hij op 16 Dec. 1904 overleed.

 

Bronnen:

  • Archief van ’t Aartsbisdom deel XXXCII, bladz. 76