De missie-statie Vaassen (XL)

Op 19 Maart 1816 was Pastoor van Leeuwen opgevolgd door Joannes van Haaren. Deze was geboren te Bimmen, 24 Juni 1806, verkreeg de wijding van het diakonaat te Oegstgeest op 18 Dec. 1835, terwijl hij op 19 Dec. van ’t zelfde jaar te Warmond tot priester werd gewijd. Deze eerwaarde herder kwam als kapelaan van Oud-Zevenaer, waar hij als zoodanig was opgevolgd geworden door Eugenius Petrus Fornier, geboren in 1819, subdiaken gewijd op Duinzicht, 23 Dec. 1843, diaken te Warmond, 25 Aug. 1844 en priester 21 Dec. D.o.v. Deze stond aanvankelijk als kapelaan te Wassenaar en was daarna deservitor te Bemmel geweest. Te Oud-Zevenaer stond hij slechts een luttel aantal maanden, want 29 Sept. van ’t zelfde jaar gaat ook deze naar Vaassen om aldaar de naar Wehl vertrokken kapelaan Henricus Meurs op te volgen. Doordat in 1846 Apeldoorn een zelfstandige missiestatie is geworden (Noord-Apeldoorn. Broekland en Beemte kerkten van toen af aan te Apeldoorn) werd ’t arbeidsveld van Pastoor van Haaren wel eenigszins ingekrompen, maar bleef groot genoeg dat nog steeds van een omvangrijke statie gesproken diende te worden.

Al spoedig rijpten bij Pastoor van Haaren de plannen om, nu Vaassen reeds eenige jaren in ‘t bezit van een eigen kerkgebouw was gekomen, dit ook voor Epe te bewerkstelligen. Op den 15en April 1848 is men aldaar met den bouw van een kerkgebouw van zeer bescheiden afmetingen aangevangen en op 18 Oct. van ’t zelfde jaar werd het Godshuis voor den eeredienst ingezegd. Evenals te Vaassen hebben ook tot dezen bouw de gemeentenaren gemeenschappelijk bijgedragen, ook het rijk heeft eene aanzienlijke subsidie verleend. Het opstel van het altaar met schilderstuk was een geschenk van Jhr. Van Nispen tot Sevenaer. Het schilderstuk in het bovenste gedeelte van het altaar, voorstellende de H. Martinus, Bisschop en Patroon der kerk werd door Lambertus Koekkoek geschonken, terwijl later de erven van den gullen schenker de kerk met een zestal koperen kandelaars verrijkten. De tombe en het tabernakel waren afkomstig uit de kerk te Vaassen en de communiebank was een geschenk van den weleerwaarden heer Theodorus Brouwer, destijds pastoor te Pannerden, den lateren zoo beminden en geleerden Deken van St. Walburgis te Arnhem, wiens Moeder Margaretha Heymeriks in ’t zuidelijk deel van Heerde geboren was en die jaren op den Oosterhof haar verblijf had gehouden als gedienstige bij haren Heer-Oom Hermannus Heymeriks, die zooals we weten van 1789-1800 aldaar pastoor was.

Nu we toch aan ’t opsommen zijn geraakt van eenige geschenken aan de kerk te Epe (tot 1903 bijkerk van Vaassen gebleven) lijkt ’t ons niet ondienstig zulks ook van Vaassen te vermelden. Het orgel in het in 1838 ingezegende kerkgebouw geplaatst, werd door Reinier Albert Lodewijk van Isendoorn à Blois geschonken. Een tweetal groote en fraaie beelden voorstellende de H. Maria en St. Joseph waren een geschenk van Willem Wagemans en z’n zuster Gertrudis, terwijl Albertus Hofkamp tot de versiering van het Vaassensche bedehuis niet weinig bijdroeg door de aanbieding van 2 koperen kronen. Tot de 14 staties van den Kruisweg hebben voornamelijk bijgedragen: Henricus Koekkoek, Henricus Mentink en de Weleerwaarde heer Pastoor.

Kapelaan Henricus Meurs die in Sept. 1846 naar Wehl vertrokken was keerde, wat zelden gebeurt op 23 April 1848 wederom naar Vaassen terug en was hier nadien zeven volle jaren werkzaam. Kapelaan Fornier ging als kapelaan naar Eerbeek en de Horst waar z’n broeder Franciscus Wilhelmus Fornier sinds 1843 pastoor was.

’t Jaar 1847 geeft ons nog stof voor de vermelding van een zeer belangrijke gebeurtenis. Op den 11en November huwde de oudste der barons Van Isendoorn, de 63-jarige Frederik Carel Theodoor te Cleve met de 25 jaar jonger zijnde Charlotta Theodora Maria Alexandrina barones van Oldeneel tot Oldenzeel, dochter van baron Jan Karel Hyacinth van Oldeneel tot Oldenzeel en Augustina Frederica Sophia Wilhelmina barones van Hövell tot Westerflier. Dubbel jammer mag het zeker genoemd worden dat dit huwelijk kinderloos is gebleven en het geslacht Van Isendoorn, dat zooveel voor katholiek Vaassen gedaan heeft, tot uitsterven is gedoemd geworden. Ware er slechts één stamhouder geboren geworden, dan zou de waarschijnlijkheid groot genoemd mogen worden, dat nog heden ten dage een Van Isendoorn de voorvaderlijkeburcht zou bewoond hebben.

In ’t jaar 1853 zou ’t herstel plaats vinden der Bisschoppelijke Hiërarchie en zouden we met dit glorierijke tijdstip, dat een nieuwen regelmatigen opbloei van het katholicisme in de Noordelijke Nederlanden zou inluiden, onze studie over de massiestatie Vaassen als geeindigd kunnen beschouwen. Volledigheidshalve en om een meer sluitend geheel te verkrijgen lijk ’t ons toch gewenscht, als sluitstuk, de ruim 80 jaren, die nadien verloopen zijn, hetzij dan in minder gestipuleerde lijnen, ook evende revue te laten passeren.

N.B. Aangezien de vorige week één regel dubbel is gezet geworden en daarbij het drukfoutenduiveltje ook nog de verminking van eenige eigennamen voor z’n rekening nam, drukken we deze week een gedeelte van ons vorig opstel dat minder duidelijk onder de aandacht van onze lezers kwam, nogmaals af:

“…. Van het voorlaatste door hem ingezegende huwelijk een weinig meer. Op 8 Januari 1846 huwden voor Pastoor van Leeuwen: Josephus Wieriks en Maria van Overbeek.

Volgens onze nasporingen zijn Hendrica Wieriks te Vaassen gedoopt op 21 October 1846 en Gerardus Wieriks eveneens aldaar op 22 Oct. 1848, de twee eenigste nog in leven zijnde personen, die onder de missiestatie Vaassen geboren en gedoopt zijn, in ieder geval zijn zij de oudste!

Hendrika Wieriks woont sinds een menschenleeftijd te Duistervoorde en hoopt over eenige maanden de 9 kruisjes te halen. Haar ruim een jaar jongere broer is nog zoo montere en ongemeen krasse “oude heer Wieriks”, sinds jaren woonachtig aan den Anklaarscheweg, die met zijn even krasse en opgewekte ega een zonnig blijen levensavond geniet en wier diamanten bruiloft reeds weder ver in het verleden is gegleden. Een jongere broer van Hendrica en Gerardus Wieriks, Hermanus genaamd, die onder de parochie Vaassen (na het herstel der Bisschoppelijke Hierarchie in 1853 werd de Missie-statie Vaassen immers vanzelfsprekend parochie) op 28 April 1860 aldaar gedoopt werd, is mede nog in leven en heeft zich juist dezer dagen weder metterwoon te Vaassen gevestigd, namelijk in het Zusterhuis, dat verrezen is op ongeveer dezelfde plek waar eens zijn wieg stond. Dit drietal met een gezamenlijk aantal levensjaren van 255 spreekt boekdeelen van een sterk gelacht.…”