De missie-statie Vaassen (XXXIX)

Pastoor Kleintunte onder wiens zegenrijk bestuur, ook de nieuwe kerk te Vaassen was verrezen, verbleef aldaar tot het einde van Juni 1844, na een meer dan 16-jarige Missie-arbeid. Een paar jaren voor hij zijn eervol ontslag verkreeg was hem een kapelaan als hulp toegevoegd geworden en wel: Nicolaas Leonardus van Langen. Deze was student van ’s Heerenberg geweest en op 14 Maart 1840 door Mgr. Melcher, wij-bisschop van Munster, aldaar subdiaken gewijd. Na zijn priesterwijding op Duinzicht door Mgr. Van Curium op 5 Juni 1841, werd hem Vaassen als eerste standplaats aangewezen.

Het laatste door pastoor Kleintunte ingeschreven Doopsel vonden we op 20 Juni 1844, terwijl op 3 en 4 Juli d.a.v. een tweetal doop-inschrijvingen door een andere hand werden geschreven, zonder twijfel die van Kapelaan van Langen.Tusschen 20 Juni en 3 Juli 1844 zal pastoor Kleintunte Vaassen dus verlaten hebben om zich al rustend priester te Weert te vestigen, waar hij 12 jaar later overleden is.

Primo Augustus boekt de nieuwe pastoor zijn eerste doopsel eene dochter van Gerardus Johannes Winkel en Wilhelmina Jansen, Euphenia genaamd. De nieuwe herder was Joannes Gerardus van Leeuwen, geboren te Groenlo, student van ’s Heerenberg, door Mgr. Curium subdiaken gewijd 23 Januari 1834, diaken te Warmond op 9 Maart van hetzelfde jaar en priester 20 Oct. D.a.v. Hij stond achtereenvolgens als kapelaan te Didam, Arnhem, Zieuwent, Vorden, Gent-Hulhuizen, Baak, Eerbeek en de Horst en Groenlo. Pastoor van Leeuwen stond slechts zeer korten tijd als herder te Vaassen, want reeds nog geen 2 jaar na zijn komst erlangt hij eervol ontslag. Zijn laatste doopsel vinden we op 13 Maart 1836 toen hij het zuiverende water goot op het voorhoofd van Joannes, zoon van Fredericus Rodijk en Lamberdina Oosterhuis. Het laatst door hem ingezegende huwelijk is van vroegeren datum, n.l. van 19 Februari, toen Fredericus Huis in ’t Veld en Gertrudis Bossenbroek voor hem knielden om zijnen priesterlijken huwelijkszegen te ontvangen. Van het voorlaatste door hem ingezegende huwelijk een weinig meer. Op 8 Januari 1846 huwden voor hem Josephus Nieriks en Maria van Overbeek. Volgens onze naspeuringen is Hendrica Mieriks te Vaassen gedoopt op 21 October 1846 en Gerardus Mieriks eveneens aldaar op 22 Oct. 1848, uit bovenvermelden echt gesproten, de twee eenigste nog in leven zijnde personen die onder de Missie-statie  Vaassen geboren en gedoopt zijn, in ieder geval zijn zij de oudste. Hendrika Nieriks woont sinds een menschenleeftijd te Duistervoorde en hoopt over eenige maanden de 9 kruisjes te halen. Haar ruim een jaar jongere broer is de nog zoo montere en ongemeen krasse “oude heer Nieriks”, sinds jaren woonachtig aan de Anklaarscheweg, die met zijn even krasse en opgewekte ega een zonnig blijen levensavond genieten en wier diamanten bruiloft reeds weder ver in het verleden is gegleden. Een jongere broer van Hendrica en Gerardus Nieriks Hermanus genaamd, die onder de parochie Vaassen na het herstel der Bisschoppelijke Hierarchie in 1853 werd de Missie-statie Vaassen immers vanzelfsprekend parochie, op 28 April 1860 aldaar gedoopt werd, is mede nog in leeven en heeft zich juist dezer dagen weder metterwoon te Vaassen gevestigd, namelijk in het Zusterhuis, dat verrezen is op ongeveer dezelfde plek waar eens zijn wieg stond. Dit drietal met een gezamenlijk aantal levensjaren van 255 spreekt boekdeelen van een sterk geslacht.

Onder pastoor van Leeuwen kwam ook een kapelaans-wisseling tot stand: Op 13 Januari ’45 was kapelaan van Langen naar Indoornik vertrokken. Na een ongeveer 1-jarig verblijf aldaar, werd hij tot kapelaan te Groenlo benoemd, waar hij in het 17e jaar van zijn priesterschap op 14 Februari 1848 overleden is.

Toen kapelaan v. Langen naar Indoornik vertrokken was, kwam op denzelfden dag naar Vaassen Henricus Meurs geboren te Duistervoorde op 11 Nov.. 1808 en priester gewijd 29 Aug. 1843. Deze had als eerste standplaats Indoornik bekomen en wisselde op 13 Januari ’45 met kapelaan van Langen.

Aangaande pastoor van Leeuwen nog het volgende: Nadat deze in 1846 eervol ontslag had erlangt, zien we hem eenige maanden daarna wederom in de herderlijke bediening optreden en wel als assistent te Langeraar en Korteraar. Nog in het zelfde jaar 1846 is hij eenigen tijd deservitor te Zierikzee geweest. In 1847 kreeg deze oud-Vaassensche pastoor weer een benoeming als zoodanig en wel te Middelharnis, doch ook hier volgde in het jaar der aanvaarding van het pastoraat voor de tweede maal eervol ontslag. Waar en wanneer pastoor van Leeuwen overleden is hebben we niet kunnen achterhalen.

Tot slot ook deze week eenige statistische gegevens over Vaassen.

Katholiek gedoopten enz. van 1829 t/m 1845:

  Uit wettige huwelijken Onwettig geboren 1ste Heilige Communicanten Huwelijken Sterfgevallen
1829 40 1   5 n.b.
1830 35   32 11 n.b.
1831 31 1   3 n.b.
1832 38   53 5 n.b.
1833 43 1   12 n.b.
1834 45 2 40 9 n.b.
1835 36   1 7 29
1836 48 2 59 5 26
1837 34     7 20
1838 49 1 61 9 31
1839 34     9 24
1840 42   70 5 28
1841 48     12 26
1842 35   57 7 34
1843 46 1   9 32
1844 45 1 42 12 37
1845 46   29 9 22

Over ’t jaar 1845 werd ons een cijfer van 1385 bekend van ’t aantal katholieken der statie, waarvan een aantal van 925 communicant is

’t Volgend jaar zal Apeldoorn zelfstandige missiestatie worden en een groot aantal geloovigen tot zich trekken, zoodat bovengenoemde cijfers alsdan voor Vaassen zullen zijn 1200 en 824.