De missie-statie Vaassen (XXXVII)

Pastoor Leonardus Maas was in het jaar 1800 naar Vaassen gekomen en zooals we weten, werd hem in het jaar 1808 door Lodewijk Napoleon verzocht ook somwijlen de H.H. Diensten in de hofkapel op ’t Loo te verrichten. Waarschijnlijk door de meerdere werkzaamheden aan het ambt van “chapelain adjoint” verbonden, werd hem door z’n geestelijke overheid in dat jaar een kapelaan als hulp toegewezen en kwam als zoodanig naar den Oosterhof: Joannes Antonius Godschalk in 1781 te Didam geboren en 11 Juni 1808 priester gewijd. Deze heeft ongeveer 2 jaren als kapelaan te Vaassen gestaan en vertrok in 1810 naar de statie Gent-Hulhuizen. In 1815 is hij pastoor te Pannerden geworden, waar hij 30 jaren later op den 1en Juni 1845 overleden is. Het zou tot Januari 1842 duren, alvorens op den Oosterhof wederom een kapelaan zijn intrede zou doen.

Richten we thans onze blikken eens naar het naburige Epe, alwaar ons bekend is, dat de katholieken aldaar in een pachthoeve van de familie Isendoorn en toendertijd bewoond door de familie Koekkoek, ter H. Missie kwamen. Deze toestand is bestendigd gebleven tot het jaar 1805:

“Wanneer in het dorp Epe door voornoemde familie een paar vertrekken eener boerenwoning werdt afgestaan en tot eene kerk ingerigt, eene verandering welke het vervullen der godsdienstpligten der gemeentenaren veel vergemakkelijkte en eene kerk op halfweg Epe en Heerde niet meer zoo noodzakelijk was, daar door sterfgevallen, vertrek naar elders of andere minder bekende oorzaken, de katholieken te Heerde zich tot zeer weinig personen bepaalden. Te Epe was echter slechts om de 14 dagen ’n H. Dienst en moesten de gemeentenaren op de andere verpligte dagen hunne godsdienstige verpigtingen te Vaassen waarnemen. Dit bleef zoo tot het begin van het jaar 1842,  alstoen werd aan den pastoor een kapelaan toegevoegd en van nu af aan werden te Epe twee H. Diensten opgedragen, op andere dagen werd wekelijks ten minste eene H. Dienst en als het gevoeglijk geschiedenis kon ’s Zondags namiddags, de Vespers bepaald, hetwelk thans nog plaats heeft. Men zal licht begrijpen dat deze huiskerk zeer klein en onaanzienlijk was en slechts ternauwernood aan de bestemming eener katholieke kerk voldeed. De katholieken van Epe verlangden dan ook niets zoozeer, dan een doelmatig kerkgebouw te bezitten en spaarden geen kosten noch moeite, totdat hunnen vrome wenschen waren bevredigd”

(Uit het Registrum Memoriale van Vaassen).

Tot ’t jaar 1827 heeft Pastoor Leonardus Maas als pastoor op den Oosterhof z’n verblijf gehouden, waar hij in bovenvermeld jaar op 13 Oct. Is overleden.

Gedurendede ziekte van Zijn Eerwaarde en ook eenigen tijd na diens overlijden is in de hoedanigheid van Deservitor op den Oosterhof nog zielenherder geweest Antonius Bernardus Henricus Schaepman, geboren te Zwolle in 1820, student te ’s Heerenberg, subdiaken en diaken gewijd, respectievelijk op 26 Febr. en 1 Mrt 1825 en in 1827 kapelaan te Hoonhorst. Uit het doopboek van Vaassen kunnen we den duur der aanwezigheid van dezen waarnemenden pastoor nauwkeurig bepalen. Immers we vonden hierin een aanteekening gedateerd 9 Aug. 1827 die als volgt luidt: “Tempore quo mihi pastoratus Vaassen incubuit sequentibus Baptismi administravi”. Hieruit blijkt dat Pastoor Maas reeds meer dan 2 maanden voor z’n dood niet in staat is geweest eenige dienst te verrichten en op 9 Aug. 1827 z’n taak aan den deservitor had overgedragen. Deze laatste boekte z’n eerste doopsel in op 2 Sept. 1827. Z’n zeer fraai en duidelijk handschrift bewaarde voor het nageslacht de kerstening van Joanna, dochter van Jacobus Huisman en Everdina Nieman, terwijl z’n laatste inschrijving gewag maakt dat op 28 Nov. 1827 gedoopt werd: Joannes zoon van Joannes Antoniuszoon Marissink en Alberdina Gerritsdochter van ’t Erve. Deze deservitor met z’n roemruchte naam (een Aartsbisschop van Utrecht en onze groote katholieke priester-dichter-staatsman droegen dien immers ook) was later pastoor te Frederiksoord, Schokland en Hasselt. Als pastoor van laatstgenoemde plaats, nam hij na aldaar 14 jaar pastoor geweest te zijn, in 1852 ontslag uit z’n geestelijke bediening. Hij stierf in z’n geboorteplaats Zwolle den 11en Maart 1862.

Besluiten we thans weder met over 20 jaren de cijfers van de aantallen gedoopten, 1e H. Communicanten en vanaf 1814 ook die der huwelijken mede te deelen, dan zal men na vergelijking met de vorige staatjes, met ons kunnen vaststellen, dat de Statie Vaassen zich nog steeds meer uitbreidde!

Katholiek gedoopten enz, te Vaassen van 1809 tot en met 1828.

  Uit wettig huwelijk Onwettig geborenen 1ste H. Communicanten Huwelijken
1809 36      
1810 38   59  
1811 32      
1812 34   4  
1813 36   56  
1814 36   16 8
1815 20   10 7
1816 30   4 5
1817 28   17 3
1818 26 1 16 6
1819 24   18 6
1820 24 1 24 2
1821 30   18 7
1822 26 1 30 6
1823 34 2 35 6
1824 24 3 3 9
1825 39 2 46 8
1826 34 4 20 15
1827 41 1   12
1828 41   48 11

Bronnen:

  • Registrum Memoriale van Vaassen