De missie-statie Vaassen (XXXVI)

In November 1789 werd pastoor Rentink in Vaassen opgevolgd door Hermanus Heymeriks, wiens ouders nog op de stamlijst van den schrijver dezer opstellen voorkomen en uit dien hoofde door ons alle nasporingen zijn verricht om pastoor Heymeriks’ geboorteplaats met zekerheid te kunnen boekstaven en van zijn studietijd en wijdingen eenige gegevens te kunnen verzamelen. In het eerste zijn we vrijwel zeker geslaagd, wat ’t andere betreft zijn we nog even onverrichterzake dan bij het begin.

Pastoor Heymeriks’ vader heette zeer vermoedelijk Heijmerik Rutgerszoon (Heymerik, Heimerick of Heimerick is de Nederlandsche verbastering van Emerick, de Duitschers spreken van Emmerick = St. Emericus een Hongaarsche koningszoon die leefde in de eerste helft der 11e eeuw). Deze Heymerik Rutgerszoon woonde in het Zuidelijk deel van Heerde onder de Missiestatie Vaassen en moet hier zijn geweest, dat de jonge boerenzoon geboren werd en de eerste jaren zijner jeugd doorbracht, die nadien in de onmiddelijke nabijheid van zijn geboortegrond een reeks van jaren den herderstaf zou voeren over de statie waar hij zelf eens als mondig geworden kind mocht getuigen:

“Credo in unum sanetam cartholicam et apostolicam ecclesiam”.

Pastoor Heymeriks verbleef op den Oosterhof een 11-tal jaren. Was hij Nov. 1783, direct na den dood van pastoor Rentink gekomen, in dezelfde maand van het jaar der eeuw-wisseling verliet hij Vaassen om als pastoor naar Zutphen te vertrekken, waar hij opvolger werd van den tweeden saeculieren pastoor, die na den Missie-arbeid der Jezuieten, aldaar gestaan had, te weten Joannes Gerritsen, 4 Nov. 1800 overleden. Pastoor Heymeriks woonde in de Kuiperstraat, terwijl het schuurkerkje aan de Apestraat was gelegen, maar het was onder zijn Pastoraat, dat de gotische St. Jans- of Nieuwstadskerk, na veel schrijven en bemoeienis, aan de katholieken werd teruggeven. Uit het 28e deel van het Archief van het Aartsbisdom kunnen we pastoor Heymeriks betreffende, nog het volgende mededeelen:

“27 September 1814 heeft pastoor Heymeriks voor het laatst de kerkvergadering bijgewoond en mede de notulen onderteekend. Ook was Z.E. den 23 December nog bij de verpachting der banken tegenwoordig. † 1815 Februari.

Den 9en Maart 1825 hebben de kerkmeesters een onderzoek ingesteld in de pastorie in de Kuiperstraat door pastoor Heymeriks verlaten. Zij vonden ’t huis en ook de aanwezige meubels in zeer vervallen toestand, en in een vergadering dienzelfden dag belegd, werd besloten het huis ende meubels te laten herstellen, de muren te witten, kortom het huis wederom in bewoonbaren staat te brengen, alles voor rekening van de kerkekas.

De opvolger van pastoor Heymeriks was de HoogEerw. Heer Joannes Gerritsen. Was pastoor Heymeriks een pastoor Joannes Gerritsen opgevolgd, ook zijn opvolger was, wel toevallig eveneens Joannes Gerritsen geheeten, de laatste droeg den titel van HoogEerw. als Aartspriester van Gelderland.

Pastoor Heymeriks’ dood, hierboven op Febr. 1815 gesteld, konden we ter secretarie te Zutphen niet ontdekken. Welllicht is hij op reis zijnde buiten Zutphen overleden en ook begraven? Wie kan mij hier wegwijs maken?

De goedgunstige lezer gelieve ons thans weder naar Vaassen te volgen, waar na het vertrek van pastoor Heymeriks, de pastorie op den 18en Nov. 1800 door pastoor Leonardus Maas die vanaf 12 Juni 1797 kapelaan te Zutphen was geweest, betrokken werd. Deze datum gewerd ons door een aanteekening van Z.E. zelf in het doopboek van Vaassen, waar we lezen:

“18 Nov. 1800: L. Maas incorepit Missionem Vaassen.”

Van dezen pastoor zijn, hoewel we de 19e eeuw reeds zijn ingegaan, weinig bijzonderheden tot ons gekomen, maar vermeldenswaardig is zeker een aanteekening van den Eerw. Herder bij een doop-inschrijving, waar we op 31 Juli 1808 lezen:

“Baptizatus est in Palatis Regis ’t Loo Petrus Ludovicus Filius Andrae Eyrich (acatholíci) et Maria van Lit. Susceperunt Petrus Paul et Joanna Boom.

N.B. Hic primus fuit qui fuit boptizatus ritu Catholico in Palatis Regis ’t Loo”

De N.B. luidt vertaald als volgt: “Dit was de eerste die volgens den katholieken ritus in het Kon. Paleis ’t Loo gedoopt was.” Zooals men uit de doop-inschrijving kan zien, betrof het hier een gemengd huwelijk, waarvan de vrouw katholiek en de man niet-katholiek was. Zooals men weten kan, verbleef in dien tijd Lodewijk Napoleon op ’t Loo en volgens de Bijdragen van het Bisdom Haarlem deel IV, blz. 222, werd door dezen op den 27en Mei 1808 van Maas curé de Vaassen (een dorp benoorden Apeldoorn) benoemd tot “chapelain adjoint de nôtre chapelle du Loo.”

Besluiten we deze week weer met een opgave van de aantallen katholiek gedoopten te Vaassen over de jaren 1790-1808, waaruit we, na vergelijking met de opgave van de vorige week kunnen zien, dat de statie zich steeds meer uitbreidde. Ook over enkele jaren de cijfers van hen, die hun Eerste H. Communie deden.

Katholiek gedoopten Katholiek gedoopten
  Uit wettige huwelijken Onwettig geboren     Uit wettige huwelijken Onwettig geboren 1ste H. Communicanten
1790 27 2   1800 21    
1791 30 3   1801 34 1 60
1792 25     1802 36    
1793 33 2   1803 25 1  
1794 27     1804 26 1 35
1795 24     1805 30    
1796 30     1806 31 2 19
1797 26     1807 28 2 1
1798 31     1808 37   58
1799 28