De missie-statie Vaassen (XXXIV)

Pastoor Davina, die zooals we gezien hebben, na een 3-jarig verblijf als Kapelaan te Haaksbergen op 10 Oct. 1751 als Pastoor “De Cannenborch” betrad, werd, zooals eveneens uit het familie-relaas blijkt, den 28sten Jan. 1754 als zoodanig overgeplaatst naar de statie Saasveld en Deurninge. Slechts een weinig meer dan 2 volle jaren heeft Vaassen Pastoor Davina als zielzorger dus mogen behouden. Te Saasveld volgde hij den op 20 Dec. 1753 overleden Pastoor Wissink op. In 1760 is hij Aartspriester van Twenthe geworden, doch reeds een drietal jaren nadien, op den 14den Febr. 1763, werd z’n levensdraad reeds op den betrekkelijk jeugdigen leeftijd van 44 jaren afgesneden en hooren hiermede tevens ’t einde van een nog zooveel belovend priesterleven.

Van den opvolger van Pastoor Davina op “Cannenborch” is ons minder bekend geworden en toch heeft deze niet minder dan 29 jaren de Cannenborcher – of zeer zeker hier beter op z’n plaats – de Vaassensche statie bediend, want ’t moet onder Pastoor Gerardus Bartholomeus Peese geweest zijn dat door ’s Lands Staten de uitoefening van den Katholieken eeredienst op “Den Cannenborch” verboden is geworden en tot dit doel werd aangewezen het huis “Oosterhuizen”, meer Oostwaarts en daardoor voor ’t meerendeel der kerkgangers, ook gunstiger gelegen.

Men wil dat ’t huis “Oosterhuizen” thans Oosterhof genoemd, in vroeger tijden een klooster is geweest (ook het “Registrum Memoriale Parochiae” door de welwillendheid van den huidigen Zeereerw. Herder van Vaassen, Pastoor J. H. M. Hagen aan mij in bruikleen afgestaan, spreekt hiervan). Wij voor ons, deelen echter deze meening niet. Ons lijkt dit eene verwarring met het klooster St. Marie van Nazareth te Oene, waarvan reeds eerder sprake is geweest. We vonden deze voor de Katholieken van Vaassen zoo historische plek nog als volgt beschreven:

“Huys, hoff en bomgaert der Oosterhof genaemt als hetselve in den ambte van Epe, Karspel, Vaessen, tusschen drie weyen daer omgaende ende het velt gelegen ende bepaelt is nevens het gepoot van opgaende bomen daerbij op de gemeente en aenschot staende, oock het Haenderveen bi ende tegenover het huys Oosterhoff leggende aen de eene ende aen de aendere sijde naest aen de Dorhofstede staende met sijn aenschot ende gerechticheit item…. Van vrij ende allodiael goet door Jan van Herichem tot den Oosterhof aen de Ed.mog Heeren Stoeter … opgedragen ende verder te leen ontfangen tot een leen ten Zutphenschen rechten met een paar hantschoenen van 28 St. te verheergewaden”

De beleeningen zouden in 1688 begonnen zijn ten behoeve van ’t geslacht Van Herichem en later van dat van Van Isendoorn. Want ’t waren wederom de Van Isendoorns die door ’t verbod van kerkdienst op hun kasteel uitkomst brachten, door het hun toebehoorende Oosterhuizen ter beschikking van den Pastoor te stellen en als kapel en pastorie te doen inrichten.

Pastoor Gerardus Bartholomeus Peese die als Kapelaan van Saasveld en Deurninge kwam zal nog 6 jaren de “Cannenborch” tot woonstede hebben gehad, want hoewel ’t niet officieel vast staat wanneer het verbod van ’s Land Staten is afgekomen (enkele geschriften spreken van “omtrent het midden der 18e eeuw”) houden wij het er op dat de verhuizing in ’t jaar 1760 is voorgevallen, dus van dat jaar af, de Heilige Geheimen op den Oosterhof werden gevierd. Meer dan zeventig jaren zou den Oosterhof als kerkgebouw dienst moeten doen, want eerst in ’t jaar 1832 zou de nieuwe kerk ingewijd, die later weer te klein zou blijken zijn, om in 1917 weer vervangen te worden door een werkelijk fraai kerkgebouw. Maar laten we niet te veel vooruit loopen, we zijn immers de eerste helft der 18e eeuw nauwelijks overschreden.

Van Pastoor Peese is ons nog bekend geworden, dat hij zich in 1783 als Pastoor naar Duistervoorde verplaatst zag, waar hij 14 jaren later, in 1797, als zoodanig ontslag vroeg en verkreeg.

19 Dec. 1817 vonden we als den datum van zijn overlijden. Waar?