De missie-statie Vaassen (XXXII)

Laten we thans aanvangen met onzen lezers ’n en ander te citeren uit het familierelaas van het geslacht Davina, waaruit Franciscus Davina, die in de rij der Cannenborcher pastoors zulk een waardig figuur sloeg, gesproten was.

Het manuscript vangt aldus aan:

“Ene mett naamen Philipphus Davina naa de naam een Italiaan, dog volgens overleveringe van zijn voorouders is deze Philippus uit ’t gebiedt van Vrankrijk geboortig en hij is geweest een over-officier onder de Spaansche infanterije, en na het gevoelen van zijn voorouders een Luitenant. En desen Philippus is militeer geweest in hett begin van het sestiende secul en wanneer hij van zijn Moeder die daar weduwe ware, schijdede, heeft sij haren diamanten rink genomen, en die in twee stukken verdylt, waar van zij een deel met grote droeffhijt aan haren sone Philippus all op het schip wesende toeworp tot een ewig memento. 1602 heeft Frederik Spinola acht galgen in Spanjen bereyt om daa mede naa Neerlant over te vare en Ostende in te sluiten een gelijk een seker geussschrijver verhaelt, soo soude hij met koe maar behouden an landt wesen gekomen, bij desen Spinola is gewest Philippus Davina, die in hett jaer 1605 met Spinola in Twente is gekomen en in ’t selve jaer binnen Oldenzaal gekomen doen Spinola die Stadt na een beleg van twee dagen in ’t selve jaar heeft ingenomen.

En desen Philippus is in hett begin van het voorgemelde secul gekomen in Oldenzaal en hij heeft aldaar sijnen militaren dienst neergelijt en sijn woonplaats daar nedergeslagen; hij nam ten huwelijk Margaretha ter Vugte, waarbij hij heeft gewonnen vele kinders, onder welke men dese telt: Gabriel, Gerhardus, Joachim en Jacobus en een dogter mett name Rheinildis, hij woonde in hett huys vlak over de deuren gestrate en in elke bij mijn tijt Antonius Hesselink gewoont heeft. En aldaer hebben sij coopenschap bedreven en rijckelijk de kost gewonnen, maar sij waren nederig van Geest en gedrag en groot van vertrouen é welcke haar veel schade is geweest.

Philipus is aan den steen gesturven en Margaretha ter Vugte is in eenen hogen ouderdom gesturven – haren enen sone Joachim heeft ten huwelijk gekregende dogter van Antoni Eylder, wiens broer pastoor te Delden is geweest, hij is orgelist te Oldenzaal geweest…. De dogter Reintje is mett seer groot misvergenogen getrout an ene Michgeel Stalman, dewelke well veele gelt hadde, maar om enige reden ware de familie daar seer tegen. De jongste sone met name Gabriel heeft ten heuwelijck gekregen een dogter van Lambert van Booven mett name Mechtildis (dese Lambert van Booven hadde ten heuwelijck ene Maria Baldewig van voortreffelijken en aadelijken heusen), waarbij desen Gabriel Davina heff gewonnen vele kinders, onder welken: Gerardus, Philippus, Franciscus, Hermanus en Lambertus, Maria en Joanna.

Desen Gabriel Davina is drie jaren orgelist geweest te Delden ten tijden als M. Eilders aldaar Pastoor ware en sijn musiek hadde hij geleert bij sijn broer, Gerardus, die hett in hett fondament verstonde, maar wanneer de tijden en regeringen veranderden, veranderde de saak ook mett Gabriel, sijn ampt wierde hem ontnomen, hij hadde een hues voll kinders, andere offisen verstonde hij niet, tot negotie scheen hij geen gelegenheit off genegenhijt te hebben, soo ware de kostwinnige niet groot, dog hij is alletijt in een ordentelijk burgerlijk levent gebleven, sijne devotie op sijn oude dagen en besonder de vromighijt ende devotie van vroue Machtildis van Booven ware loffwaerdig, hare woonplaats is geweest in de Steenstraate in ’t midden van de Gastheuskerkstraate en den kerkhoff, 1721 den 12 Junij is hij gestorven, 1729 den 21 November sijn vrouwe.

Dog watt den Heere gespaart hadde hem in ’t tijdelijcke te geven, heeft hij voorsien mett sijne kinders. Philippus en Franciscus bennen Cyrucceins geweest en hebben gevaren noa de Westindien.”

Hier slaan we eenige bladzijden over, gelijk we reeds eerder deden en door …. Aangeduid hebben en vervolgen we met de rechte lijn van Franciscus Davina, pastoor van Vaassen, te weten met Hermanus Davina.

“Den sone Hermanus die den Davina-stam in Oldenzaal tot nu toe heeft voortgeplantet – desen Hermanus hadden eerst hett kuepen geleert en mett datt ambagt nao Amtserdam rijsende, viel hem den arbijt te swaar en hij keerde weer nao Oldenzaal nao sijns vaders heus en leerde daor het schoonmaken, dat kunnende keerde, hij weer nao Amsterdam en heeft ditt ambagt daor enige jaaren geplegt met sijn broor …. Eindelijck sochten de vrinde datt hij tot een heuss vrou soude neemen Kooba Rottink en presenteerden hem datt sij soo hij het doon wilde, hem wilden setten in ene gooje brootwinninge. Dog hij koste hier niett toe overgaan dann het scheen datt hett sijn deel niet ware, nog ware deese Cooba Rottink een wellgestaltt menss geweest, maar hett gebeurde datt hij in het winter in Oldenzaal ware en op den vorst nao het eis ginge, alwaor ook enige jongere burgere Dogters waaren, onder welke de oudste dogter van Gerrit Hampsink mett naame Catharina op welke voort sijn oog viele en beleed, soo hij die koste krijgen, datt hij die soude neemen …. Eindelijck dan tot sijn voornemen en verlangen koomende heeft hij dese Catharina de dogter van Gerrit Hampsinck ten heuwelijck gekreegen.”

Uit dit huwelijk, dat voltrokken werd te Oldenzaal 19 April 1713 (de bruid is vermoedelijk slechts even 15 jaren oud geweest) werden 11 kinderen geboren. Na een drietal dochters werd als eersten zoon geboren Franciscus op 26 Aug. 1718. Hoe diens priesterroeping door Gods genade tot stand kwam, de volgende week.