De missie-statie Vaassen (XXIX)

Omstreeks ’t jaar 1720, tot dien tijd zijn we immers gevorderd met onze beschrijving der Missiestatie Vaassen, konden als meest wijd vertakte stammen onder de Katholieken van Vaassen aangemerkt wordende geslachten Van ’t Erve, Bisterbosch en Bouwmeester.

De eerstgenoemden de Van ’t Erve’s, namen omstreeks dezen tijd dien naam aan, of liever gezegd kregen dien doordat Hendrik Teuniszoon de boerderij ” ’t Erve” in Broekland met de aangrenzende landerijen beheerde, gelijk ook zijn voorvaderen gedaan hadden. Deze hofstede bestaat heden ten dage nog en den tand des tijds getrotseerd hebbende, wordt ze thans bewoond door den heer W.E. Klumper en is gelegen aan den Broeklanderweg 49. ’t Erve ging in 1744 over op Hendrik Teuniszoon van ’t Erve’s oudsten zoon Teunis Hendrikszoon, die in dat jaar op den 6en April huwde met Maria Gerritsdochter en wier nazaten nog meer dan een eeuw het voorvaderlijke huis zouden bewonen. Meerdere afstammelingen van ’t geslacht van ’t Erve vonden we in den aanvang der 18e eeuw o.a. te Epe op den Muggenberg, eveneens aldaar in de buurtschap Zuuk en op ’t Veen bij den Oosterhof. Hoe vruchtbaar ’t geslacht van ’t Erve in dien tijd wel schijnt geweest te zijn, blijkt voldoende hieruit, dat als gemiddelde genomen op elke 8 trouw- en doopinschrijvingen, gedurende den geheelen loop der 18e eeuw, ongeveer eenmaal de naam van ’t Erve voorkomt.

Na de van ’t Erve’s komt als meest voorkomende familienaam, dien van Bisterbosch, van welk geslacht we als oudst gegeven vonden:

“dat Johan Bysterbusch in ’t jaar 1599 een Erve genoempt Bysterbusch, gelegen in ’t Landt van Gelder, Int kerspel van Eep, met eenen grauen Thienden auer etlicke Ackeren, tho Eep, In den Esch gelegen bouwet. Dat Erve Bouwet Johan Bysterbusch op die Gerve ende den Thienden voeirt hij alle jaer an tot profijt des Conventes ende gift alnoch bauen die Gerve, Sess golden … den jaelicks”.

(Uit de kronyk van Gerardus Coccius, uitgegeven door de Vereeniging  tot beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis in ’t jaar 1860 bij J. de Lange te Deventer).

Deze kroniek behandelt en geeft het “Generaell Register der Samptliche erfenisse, Landerien, Huiseren, Hoeven, Pachten ende Incoempsten van Waerden, Renten ende mortificeerde giften dat Convent Bethlehem Monasterii Canonicorum regularium binnen Zwolle tho behoerende…”

We zien hieruit dat ’t erve Bysterbusch een pachthoeve was van ’t voormalige klooster Bethlehem bij Zwolle, waarvan de bewoner Johan Bysterbusch ieder jaar op St. Martinus goudguldens en rogge als pacht te betalen had, want dezelfde kronyk vermeldt o.a. ook:

“Uth Johan Bysterbusch guet tho Eep woenende op het selve goet op Martinjoess golden guldens” een Pth-gave van Roggen rente buiten Landse tho Eep in Gelderlandt. Johan Bysterbusch die Meyer selves op het Erve woenende acht mudde roggenn”.

Onze aandachtige lezers zullen ’t Erve Bysterbusch (later Bisterbosch) al reeds vereenzelvigd hebben met de hofstede, waardoor den eerwaarden heer Willem Simons, als ruiter vermomd, een bezoek werd gebracht bij diens Grootvader van Moederszijde. En zij hebben juist gezien, want hier was het dat de Moeder van den Apostel der Veluwe geboren werd. Mag Vaassen het zich tot een groote eer rekenen Willem Simons als een der hunnen te kunnen boekstaven: Epe kan er roem op dragen, diens Moeder onder hare maagden te hebben geteld. Stamde ’t geslacht Bisterbosch dus oorspronkelijk uit Epe en behoorden de lidmaten daarvan vóór de zoogenaamde reformatie, tot de parochiekerk aldaar, daarna zijn ze in de bijkerk van Vaassen, op “De Swanenborch” ter Misse gegaan, voor zoover ze de bakermat of deszelfs omgeving bewoonden. In den aanvang der 18e eeuw woonden verschillende afstammelingen van dit geslacht te Vaassen, Broekland en Beemte. Te Vaassen vonden we er een die jager op “De Cannenboch” was. Deze laatste, Derk Corneliszoon Bisterbosch huwde te Vaassen op den 18. April 1740 met Joanna Willemsdochter Bouwmeester. Als huwelijksgetuige bij deze echtverbintenis staat in het trouwboek der Missiestatie Vaassen o.a. ingeschreven: Domicella Adriana Van Isendoorn à Blois.

Hiermede zijn we tevens gekomen op ’t geslacht Bouwmeester, dat eveneens als een der oudere Vaassensche katholieke stammen dient aangemerkt te worden. De Bouwmeesters, wier naam voor zichzelf spreekt, deze immers wijst naar landbouwersstand, hebben voor zoover mijne nasporingen succes hebben opgeleverd, bijna allen meer Oostelijk van Vaassen, de buurtschappen Broekland, Beemte en Terwolde bewoond. In ’t begin van de tweede helft der 18e eeuw vonden wij een Albertus Arentszoon Bouwmeester in de buurtschap de Eijerstreek bij Vaassen wonende, die gehuwd was met Maria Arentsdochter. Uit dit huwelijk werden vele kinderen geboren, die op hun beurt het geslacht Bouwmeester in stand hielden. Maar ook in de buurtschap Loohuizen, noordwestelijk van Epe thusschen Tongeren en Norel gelegen, woonde in hetzelfde tijdvak een Cornelis Willemszoon Bouwmeester, die gehuwd was met Willemina Willemsdochter. Na de geslachten van ’t Erve en Bisterbosch, dient dat van de Bouwmeesters genoemd te worden als een der oudste katholieke geslachten der Missiestatie Vaassen, wier spoor we weliswaar niet verder konden terugvorschen dan tot den aanvang der 18e eeuw, maar wier nazaten, met die van de voornoemde geslachten, het voorrecht zich mogen eigen noemen, zich afstammelingen te weten van een ouden Roomschen stam.

 

Bronnen:

  • Kronyk van Gerardus Coccius, uitgegeven door de Vereeniging  tot beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis in ’t jaar 1860 bij J. de Lange te Deventer
  • Generaell Register der Samptliche erfenisse, Landerien, Huiseren, Hoeven, Pachten ende Incoempsten van Waerden, Renten ende mortificeerde giften dat Convent Bethlehem Monasterii Canonicorum regularium binnen Zwolle tho behoerende…