De missie-statie Vaassen (XXV)

Als een vaststaand feit kunnen we aannemen het belangrijke gebeuren, hetwelk we de vorige week boekstaafden, namelijk de stichting in 1673, van de vaste missiestatie Vaassen. Het doopboek vangt met de eerste geboorteinschrijving op 26 Oct. 1673 aan. Dubbel jammer mag het heeten, dat de eerste herder en zeer waarschijnlijk mag genoemd worden ook diens eerste opvolger(s) voor de historieschrijvers verborgen zijn gebleven. Vader Grumsel moet in ’t jaar 1675 naarde Jezuïetenstatie te Groningen zijn vertrokken, nadat hij een kwarteeuw op de Veluwe gearbeid had. Wat moet deze zoon der Sociëteit van Jezus, die ons geteekend is geworden als een begaafd man, wiens woord placht in te nemen, ofschoon zijn omgang minder beviel, aan de Kerk onschatbare diensten hebben bewezen. Drie jaren na z’n vertrek naar ’t Noorden, overleed hij aldaar op den 8en November 1678.

We moeten wachten tot den aanvang der 18e eeuw, in casu het jaar 1701 dat de eerste gegevens, een Vaassensche pastoor betreffende, tot ons komen.

We zien als pastoor van de toen genoemde missie-statie “De Cannenborch”, Joannes Ophuys, die in 1666 te Osnabrück geboren was en theologie had gestudeerd te Munster, waar hij voordien had gestaan is niet bekend geworden, maar zeker is hij in ’t voorjaar van 1701 te Vaassen en bewoont met de Van Isendoorns “De Cannenborch”.

Elbert van Isendoorn was 10 Sept. 1680 overleden en rustte dus reeds meer dan 20 jaren bij zijne voorvaderen in den familie-grafkelder in de oude kerk. Bij zijn dood was in de rechten van eerstgeborene getreden, de oudste van het tweetal zonen uit z’n tweede huwelijk met Odilia van Wassenaar, Maarten Aalbert geheeten, deze erfde van z’n vader met den voorvaderlijken burcht, ook “De Swanenborch”, die aan z’n vader gekomen was door diens eerste huwelijk met Maria Hadewig van Essen. Ook hij was dijfgraaf van Veluwen, doch sneuvelde als cornet bij Redding in ’t jaar 1688 reeds op den jeugdigen leeftijd van omtrent dertig jaren.

Hem volgde op “De Cannenborch” zijn jongere broeder Jan Hendrik van Isendoorn à Blois, Ambtsjonker van Veluwe en opvolger van zijn broeder als dijkgraaf van Veluwen. Hij huwde op den 24en Juni 1694(?) te Utrecht met Margaretha van Reede, dochter van Godart van Reede en Ursula Philippota van Raesfeldt. Evenals z’n overleden broeder trok ook hem den krijgsdienst en hij klom in den militairen loopbaan tot kolonel op, maar ook hij zou op het veld van eer ’t leven laten; want nadat uit z’n huwelijk een tweetal zonen werden geboren: Elbert Godart in 1697(?) en Frederik Johan in 1699, sneuvelt ook deze van Isendoorn als kolonel van een Stichtsch regiment ruiterij in den slag van Ekeren op 30 Juni 1703. Zowel op “De Cannenborch” als op “De Swanenborch” zullen door Pastoor Ophuys wel Requiem Missen gezongen zijn voor de zielerust van dezen kasteelheer wiens levensdraad zoo ontijdig afgebroken werd.

Om onzen lezers een goed en juist begrip te geven van de bediening der missiestatie Vaassen in dien tijd, gelooven wij niet mis te tasten met de veronderstelling, dat het vanaf 1673 zóó moet geweest zijn, dat de pastoor de eene week een Vroegmis las op “De Cannenborch”, om zich daarna met paard en rijtuig naar de bijkerk in dit geval “De Swanenborch” te spoeden om aldaar de Hoogmis op te dragen voor de geloovigen van Heerde, Remole, Vorchten, de buurtschappen Loohuizen, Norel en Dijkhuizen (waar nogal wat katholieken woonden) benevens voor hen die de noordelijke gedeelten van Epe en Oene mede bevolkten. De volgende week was de Vroegmis dan op “De Swanenborch” en de Hoogmis werd dan opgedragen in de kapel op “De Cannenborch”.

Hadden Jan Hendrik van Isendoorn en zijne vrouw vanwege de dienstbelangen van eerstgenoemde “De Cannenborch” somwijlen voor korten of langeren tijd verlaten – hun tweede zoon Frederik Johan werd in 1699 geboren – na den dood van den kolonel vestigde de douarière zich met hare jeugdige kinderen weer voorgoed op “De Cannenborch”, waarmede haar zoon Elbert Godart in 1704, 7 jaar oud(?) dus onmondig sijde, beleend werd.

We plaatsten hierboven een drietal vraagteekens, namelijk bij de data van het huwelijk van Jan Hendrik van Isendoorn en de geboorte van diens oudsten zoon en bij de zinsnede dat deze laatste in 1704 zeven jaar zou zijn geweest. Deze data ontleenden wij aan: Het geslacht Isendoorn à Blois, zijn oorsprong en die van verschillende andere familiën uit het geslacht “De Cock” en de beweerde afstamming daarvan uit het oude Franse gravenhuis “De Chatillon”, zijnde een in 1889 bij het Genealogisch Heraldisch Archief te ’s Gravenhage verschenen overdrukje uit het Jaarboek van den Nederlandschen adel. Op goede gronden meenen wij bovengenoemde data in twijfel te moeten trekken. Immers wat bleek ons uit door wijlen Pastoor Hofman nagelaten aanteekeningen? Dat het trouwboek der P.P. Jezuïeten te Doesburg o.a. het volgende vermeldt:

1693 15 Maji copulati Perillustr. Dnus. Joannes Henricus Baro de Isendoorn de Kannenberg het Perillustri, Della Margarita Baronissa van Rede de Amerongen et Middachten; testibus Perullustri Comtissa de Atelone hujus matre, sororibus et familitio honorario et minori utriusque familae”.

En dat men in het doopboek van Wageningen op 13 Augustus 1695 de inschrijving van een tweeling, geboren uit dit huwelijk kan aantreffen onder de volgende bewoordingen:

“1695 13 Augusti bapt. Gemini scilicet filius et filia Dni et Dnae de Kannenburgh Johannis ab Isendoorn et Margarethae de Rede, in domo de Klinckamer prope Elst media hora ab Amerongen dissita; filius Elbertus Godert, cujus matrina fuit avia materna baptizati Comitessa de Athlone Dna in Ginckel; filia nominata est Margaretha, cujus matrina fuit. Della Magdalena de Reede, matertera baptizatae 1697/3 Octob. baâ prope Amerongen Anna Therisa, filia Praen. Dni J. de Isendoorn et Margaretha de Reede.”

We zien uit bovenvermelde trouw- en doopinschrijvingen, dat Jan Hendrik van Isendoorn niet te Utrecht, doch te Doesburg voor een Pater Jezuiet getrouwd is. Het moet Pater Robertus Seyses, die 43 jarende Jezuïetenstatie te Doesburg bediend heeft, zijn geweest, die dit huwelijk voltrokken heeft. Verder kunnen wij eruit vaststellen, dat Elbert Godart niet in 1697 werd geboren, doch 2 jaren voordien met z’n tweelingzuster Margaretha te Wageningen gedoopt werd. Tenslotte dat in 1697 uit het huwelijk van Jan Hendrik van Isendoorn en Margaretha van Reede wel een kind geboren is geworden, namelijk eene dochter Anna Theresia genaamd. Op 18 Juni 1704 toen Elbert Godart onmondig met “De Cannenborch” beleend is geworden, had hij den 9-jarigen leeftijd dus bijna bereikt; toen hij 22 Dec. 1712, cornet zijnde, stierf, was hij dus niet 15 jaar oud als door bovengenoemd overdrukje vermeld, doch in z’n 18e levensjaar.

Pastoor Ophuys zou omtrent 7 jaren z’n verblijf op “De Cannenborch” houden. Over hem de volgende week nadere bijzonderheden.