De missie-statie Vaassen (XVII)

Pater Aegidius van Uffelen, dien wij ook vermeld vonden als Petrus van Huffele, werd te Gent geboren 13 Juli 1598, trad in de orde der Jezuïeten 1 October 1617 en ontving de priesterwijding 22 April 1628. In 1631 komt hij Pater van den Broeck te Harderwijk z’n trouwe hulpe bieden en geeft dezen de gelegenheid den Veluwschen akker te bearbeiden. Na een bijna twee-jarig verblijf aldaar vertrok hij naar Harlingen, waar hij tot 1639 in bediening stond, om daarna naar Bodegraven te vertrekken, waar we hem nog vermeld vinden op ’t jaar 1656. Wilde ook hij z’n dood voelende naderen, evenals Pater Borluyt, in z’n geboortestreek z’n ziel aan God terugschenken? ’t Is deze veronderstelling die ons uit de pen vloeit als wij lezen dat hij 30 April 1656 te Oudenaarden overleed.

Pater van Uffelen werd te Harderwijk opgevolgd door zijnen ordebroeder Joannes van de Poorte, geboren te Enkhuizen 21 Mei 1591. Meer bekend onder den naam Joannes Alardi werd hij Jezuiet 10 Oct. 1612 en priester 12 Juli 1620. Zijne eeuwige geloften deed hij 7 April 1624. In 1625 stond hij te Groningen en werd aldaar in 1628 wegens het openbaar uitoefenen der “paepsche religie” gevangen genomen en ging na zijne uitwisseling naar Harlingen, vanwaar hij ook Ameland bediende. In 1631 komt hij te Harderwijk en blijft hier tot 1637 z’n goede zorgen aan de kudde wijden, toen hij aanvankelijk naar ’t land van Maas en Waal en vandaar een jaar later naar Roermond vertrok, waar hij op 30 Aug. 1673 naar een beter leven overging.

Hem volgde op de Harderwijker pastorie Joannes Baptista van Sambeeck op, geboren te Gennep 15 October 1601, in de Jezuïetenorde getreden 28 September 1621 en priester gewijd 15 April 1634. Hij overleed te Harderwijk na een bijna dertig-jarigen staat van dienst 28 September 1666 en werd opgevolgd door Jacobus Selosse S.J., geboren te Tourcoing 1 Mei 1629, in de orde getreden 2 Maart 1649 en 16 April 1661 als priester gezalfd.

Maar laten we onze lezers, alvorens hen in kennis te brengen met de Paters Jezuïeten, die ook op de Jezuïeten-statie te Harderwijk thuis behoorden, doch wegens hun zielzorg op het uitgebreide terrein der Veluwe, daar slechts zelden vertoefden, evenals we van Nijkerk deden, datgene verhalen, wat in een soortgelijk getuigschrift over de Jezuïeten die in Harderwijk de zoogenaamde reformatie ondergroeven, voor het nageslacht bleef bewaard.

Het volge dan onverkort hieronder:

“Wij ondergeschreven attesteeren wij ’t verhaal van onze voorouders, vrienden en de catholycke namaeghen, dat de Statie van de stadt Harderwijck in Gelderlandt, wordende als nu bekleedt en met sunderlinghe ijver bedient bij den eerw. Heer Jacobus Selosse, priester der Societeyt als door de eerw. Paters van der Poorte, van Uffelen (weleer over sijn dienst alhier aengehaelt ende ten huise van Wijnbergen gevangen), mitsgaders door pr. Van den Broeck ende laatstelijck door pr. Sambeeck, sedert den jaere 1637 tot in ’t jaar sijns overlijden, successivelijck ende getrouwelijck bedient is geweest; jae dat selfs beleeft ende gezien hebben dat pr. Sambeeck zaliger, sedert den jaere voorscreven, vóór als naer zijne gevangenisse alle pastoorlijcke bedieninghen als: doopen, trouwen, biechten etc. paisibelijck sonder trubel ofte contradictie van iemant tot het eijnde zijns levens bedient ende waergenomen heeft. In summa verklaeren eenpaerlijck met een vrij gemoet, bij eere ende vroomigheijt, in plaetse van eede volgens verhael ende uyt overleveringhe van ouderlingen deser gemeijnde, dat de sorge der sielen alhier binnen, als eenige uren rontsomme de stadt bij de pater van de Societijt Jesu aengenomen ende dat de Statie bij niemand anders voordesen, vast bedient is geweest.

 

Inteecken der waerheijt hebben dese onse attestatie met eijgene handen beteykent.

 

Actum Harderwijcae 8 Aug. 1670.

 

Brnard Maenen, Joannes Keijsers.

 

Ick onderschrevene conformeere mij met het bovenstaende, bij den eedt aende stadt van Harderwijck als stadsprocurator gedaen. In oirconde van waerheijd hebben dit mede beteykent ende tot meerdere versekeringhe met mijn aengeboren segel hier neffens op ’t spatium deses bekrachtigt op den 9 Aug. 1670.

 

Johannes Graeven”.

Keeren we thans weder terug naar pater van den Broeck of Joannes Palerdanus, die na de komst van Pater van Uffelen, zich de geheele Veluwe als arbeidsterrein zag toegewezen en zich hiervan met voorbeeldigen ijver moet gekweten hebben. Vaassen, Epe en Heerde, de dorpen wier kerken wel geconfiskeerd waren door de nieuwgezinden, maar die elk voor zich, met Vaassen voorop, een goede kern katholieken behouden hadden zijn door Joannes Paludanus wel veelvuldig bezocht geworden. ’t Erve in den Eper-esch, dat we kennen als ’t woonhuis van Willem Simons’ grootouders en na den dood van Jan Corneliszoon bewoond door diens oudsten zoon Cornelis Janszoon, was voor Epe en Heerde en omliggende gehuchten “de geheime paepse vergaederplaetse” geworden; dat zich als centraal punt, hiervoor zoo uitstekend leende. Maar veel ook heeft Joannes Paludanus “De Cannenborch” bezocht, las er de H. Mis, preekte en hoorde er biecht. “Nog in 1638 wordt van hem betuigd, dat hij op de Veluwe rondtoog en er zijne gezegende vruchten zon. Maar in ’t volgend jaar werd hij door de koorts op het ziekbed geworpen. Hij verwijlde toen op het landgoed Gietelo onder Voorst, ten huize van Jonker Dirk van Dorth en diens gade Anne Sophie Krijt en overleed er op 24 October 1639. Ten jare 1623 had hij in druk doen verschijnen: Apologeticus Marianus Lovanii 4’’’ (Archief Aartsbisdom deel XXXI, blz 25). Ook deze stoere werker in den wijngaard des Heeren, had slechts den leeftijd van 46 jaren mogen bereiken. Maar evenals z’n voorganger Willem Simons, in wiens lichtend spoor hij trad, heeft ook deze belangrijke figuur uit Jezus’ Gezelschap, zich groote verdiensten verworven voor het Katholicisme op de Veluwe.

 

Bronnen:

  • Archief Aartsbisdom deel XXXI, blz 25