De missie-statie Vaassen (XVI)

Na Willem Simons dood in 1628 zouden het weer de Jezuïeten zijn, die diens taak zouden overnemen. De eerder genoemde wereldheer Modestus Stevenszoon Senck die in Harderwijk stond, was in 1622 vandaar vertrokken naar Deventer, waar hij het pastoorschap aanvaardde, om dit vier jaren later te verwisselen voor het presidentschap van het Keulsche Seminarie, hij stierf te Keulen op den 5en Juli 1655.

In ’t jaar 1628 vestigden de getrouwe werkers van de Sociëteit van Jezus in Harderwijk eene vaste statie. De eerste die hier kwam, met ook de Veluwe als arbeidsveld, was de eerwaarde pater Joannes van den Broeck ook gezegd Joannes Paludanus. Hij was te Grave geboren 13 Aug. 1593 uit het huwelijk van Jacobus van den Broeck en Aleidis van Kessel, werd Jezuiet te Mechelen 14 Oct. 1612 en priester gewijd 1 April 1623. In ’t jaar 1625 is hij werkzaam in de bekende Krijtberg-statie te Amsterdam, om 3 jaren nadien, z’n zegenrijken missiearbeid op de Veluwe aan te vangen. Aanvankelijk stond hij alleen te Harderwijk voor zijne zware taak, zielenherder der Veluwe te zijn, al zal hij wel hulpe verlangd hebben van Vader de Reijser, die op z’n vroeger arbeidsveld wel weer spoedig thuis zal zijn geweest. Ook diens medeordebroeder Pater Nicolaas Borluyt, die met Vader de Reijser de Jezuïetenstatie in de Heerenstraat te Utrecht bediende, kwam na 1629 zeker naar de Veluwe.

In een der getuigschriften in 1670 in de Hollandse Missie verzameld en naar Rome opgezonden als bewijs der buitengewone actieve werkzaamheden der Paters Jezuïeten vinden we er ook een van Nijkerk, waaruit we als volgt citeeren:

“Wij Reinier van Ingen, schout, Matheus Dircksen van der Maeth en Johan Noeijen, geërfden gerechtluyden in de heerlijckheid ende gerechte van Ysselt buijtende vrijheid van Amersfoort in den Stichte van Utrecht gelegen, doen cond ende certificeeren dij deesen, dat voor ons, in eijgen persoonen gecompareert ende verschenen: Beernt van Westappel, out omtrent 72 jaeren, Jan Andriesse van Kempen, out omtrent 65 jaeren, Gijsbert Wouterse van de Poll, out omtrent 60 jaeren, alle woonachtigh te Nieuwkercke in Gelderlandt ende Henrick Aertsse van Putten, border en inwoonder der Stadt Amersfoort ende geboortigh van Putten op de Veluwe, ende hebben bij solemneele eede geattesteert, verclaert ende getuijgt, hoe waer en hun-luijden wel kennelijck is, soo door eijgene wetenschap ende ervarenheijd, als door traditie van hunne voorsaeten ende relaes van andere geloofwaerdige persoonen, doch noch int leven zijn; dat verscheijden paters van de Societeijt van Jesu, ettelijcke jaeren, eer pater Theodorus van Nuyssenborch zijn gewoonlijcke residentie als missionaris van gemelde Societeijt tot Nieuwkercke heeft begost te houden, (Deze Jezuiet moet als den eersten vaste zielzorger der Jezuïeten-statie te Nijkerk aangemerkt worden. Hij kwam hier in 1644 en bleef 29 jaren te Nijkerk op z’n post. Schobret Seiboel) eenige dorpen ende plaetsen gelegen tusschen Harderwijk en Amersfoort, als te weten: Putten, Nieuwkerck, Hoogelandt, Hoevelaken, etc. bediend hebben, ende in de selve alle missionaris ende pastoorsampten geoeffent hebben. Den eersten is geweest pater Nic. Borluijt, die in wijlen uijt Holland ende uijt Utrecht plachtte comen te Nieuwkerckende aldaer ten huijse van Wouter Collaerts vergaderingh hield, misse-dede, predickte, catechiseerde, biecht hoorde etc.; den tweeden was Jo.es van den Brouck die eenige jaeren, alle twee maenden onbegrepen, van Harderwijck en somtijts uijt de Veluwe, binnen Nieuwkercke, ten huijse van den voorseijden Wouter Collaerts, sijn vertrek en verblijf nam ende de catholijcke  gemeente, naer de gewoonte der missionarissen in alles watter van noode was, holp ende bijstond….”

Waar hier bevestigd wordt, dat Pater van den Broeck van Harderwijk naar Nijkerk ging om hulp te verleenen, zoo mogen we gevoeglijk ook de veronderstelling uiten, dat Pater Nicolaas Barluijt naar Harderwijk kwam en ook dat wilde en biestere land der Veluwe verder introk. Spoedig zou hunne zware taak verlicht worden door de komst van Pater Aegidius van Uffelen, die als vasten zielzorger voor de stad werd aangesteld zoodat Pater van den Broeck zich geheel aan de Veluwe kon wijden. Aangezien deze en de nog komende Harderwijksche Jezuïeten allen ook Vaassen geestelijke hulp zullen verleend hebben, lijkt ’t mij, om volledig te blijven noodzakelijk, om van al deze Ignatiuszonen die allen wel in nauw contact zullen hebben gestaan met de van Isendoorns, wat meer te vermelden dan hun naam alleen, temeer hebben zij hier recht op, daar zij in dat tijdperk der geschiedenis de kerk zulke onschatbare diensten hebben bewezen.

Nicolaas Borluyt werd geboren in Gent 5 April 1584, werd Jezuiet te Doornik 2 Juli 1603 en priester gewijd 11 Nov. 1612. Na zijne wijding verbleef hij een tweetal jaren in de Noordelijke Nederlanden, doch keerde in 1614 naar ’t Zuiden terug, deed aldaar op 11 Nov. 1617 zijne groote geloften en was daarna vier jaren rector te Brugge. In 1621 vinden we hem te Leiden als missionaris werkzaam en in 1627 te Zwolle, eindelijk in 1629 te Utrecht en op de Veluwe. Evenals Willem Simons, schijnt ook hij z’n beste levenskrachten aan ons heilig geloof ten offer hebben gebracht, want reeds op ’t jaar 1636 vinden we zijn dood vermeld te Luik, eenige maanden na z’n vertrek uit het oude Sticht (Archief Aartsbisdom, deel VI, blz. 226).

 

Bronnen:

  • Archief Aartsbisdom, deel VI, blz. 226