De missie-statie Vaassen (XV)

Willem Simons, Apostel der Veluwe

We bevinden ons in ’t jaar 1619 op “Brouwershof”, gelegen in de buurtschap Oosterhuizen bij Beekbergen. ’t Is de kapitale boerenhofstede van Joachim Brouwer, die naast z’n landbouwbedrijf reeds in dien tijd op uitgebreide schaal de worstfabricage ter hand had genomen, welker bereiding geschiedde in een massief steenen bijgebouw, met een fraaien gevel uit dien tijd, dat zich achter “Brouwershof” bevond. Hier is het stamhuis der Brouwers, die het voorvaderlijk geloof niet hadden willen verzaken, was de schuilkerk, waar op gezette tijden de viering der Heilige Geheimen, een aanvang had genomen. Temeer kon dit hier ook ’t best geschieden, daar op “Brouwershof” nog al veel “aanloop” was en dit deswege den minsten argwaan zou wekken. Met de Brouwers hadden nu ook de geslachten Boerboom, Smijts, Tellegen, Nuyen, Sweerlings, van de Poll, Brans, ten Have, Ligtenberg e.a. het geloof behouden. Voor hen allen, in deze omgeving wonend, was Brouwers woonhuis de plaats geworden, waar zij af en toe de H. Mis konden bijwonen.

’t Is hier dat de eerwaarde heer Willem Simons in ’t eerste jaar van zijne priesterlijke werkzaamheid op de Veluwe, de strenge plakkaten zal gaan overtreden en voor de kleine, doch trouwe kudde, die in deze omgeving het geloof bewaard heeft, mis gaat lezen, ja zelfs een huwelijk gaat voltrekken. Laat ik U “Brouwershof” binnen leiden. Velen zijn in de groote voorkamer vergaderd en de vernuftig gebouwde secretaire is in een ommezien van tijd in een huisaltaar gemetamorphoseerd. Voor dit altaar staat de door Gods uitverkiezing tot het H. Priesterschap opgeklommen Willem Simons en begint een aanvang te maken met ’t aan God opdragen van het H. Misoffer. Een weinig terzijde ligt een bruidspaar in gebed geknield, terwijl buiten dezen, ruim dertig geloovigen de heilige handeling in vrome aandacht volgen. De priester zegent onder dit, onder zulke moeilijke omstandigheden, verricht H. Offer, het huwelijk in van Alardus Boerbooms en de oudste dochter des huizes, Judith Brouwer.

Morgen zal hij wellicht weer 10 uren gaans van deze plaats moeten zijn om een kind te doopen, een stervende in z’n laatste uren bij te staan of een verdoolde den waren weg ter zaligheid te wijzen, om daags daarna, in de dorre zandwoestijn der Veluwe wederom een geheel ander gedeelte te doorkruisen, om hier opbeuring, daar troost te verstrekken, maar overal zich vertoonende als een heldhaftigen priester, door God geboren doen worden uit eenvoudige landlieden en door Dezen verkozen om de schoonste kroon te dragen, de priesterkroon.

’t Is Marten van Isendoorn à Blois geweest, die Willem Simons tot zoo grooten steun is geweest, want ’t was “de Cannenborch” waar hij z’n vast tehuis had gevonden en vanwaar hij, zooals eerder gezegd, als koerier van den kasteelheer, z’n uitgangspunt nam. De historie weet te gewagen, dat hij ’t overgroote deel zijner werkzaamheid en krachten aan Vaassen en Apeldoorn gaf. Deze twee plaatsen in wijden omtrek genomen, bestreken dan ook een zeer groot deel van de Veluwe, maar dat hij ook het overblijvende gedeelte niet verwaarloosd heeft, bewijst wel de eerenaam “Velaviae Apostolus” waarmede hij in het doodenboek van Neerlands kerk gelauwerd staat (Archief Aartsbisdom, deel XXXI, blz 25)! In het “Necrologium Diocesis Harlemensis”, dat ook vele sterfdata vermeldt van priesters die in het Aartsbisdom Utrecht en in de bisdommen Deventer, Leeuwarden, Groningen en Middelburg werkzaam zijn geweest, staat hij onder ’t jaar 1628 zonder naderen datum op de doodenlijst: “Mr. Wilhelmus Simonis, Colleg. Col. Alumnus, Velaviae Apostolus (De Katholiek, deel 60, blz 70). Met groote waarschijnlijkheid mag aangenomen worden, dat Willem Simons te Vaassen gestorven is, en dus ook aldaar begraven is geworden.

Maarten van Isendoorn à Blois moet aan ’t graf hebben gestaan van dezen grooten zoon van Vaassen die de hooge waardigheid van ’t priesterlijk ambt, zoo opvatte, dat hij z’n leven daaraan ten offer bracht, en in dit moment, het kan niet anders geweest zijn, moet ’t sterfbed van zijnen edelen vader aan zijn geestesoog voorbij gegaan zijn en zeker moet zijn hart toen in dankbaarheid gejubeld hebben, dat God hem de kracht had gegeven, tot ’t opstijgen naar de eeuwige gelukzaligheid van dien waren geloofsheld, dezen vóór en ná zijne priesterwijding, tot diens laatste zucht, in alles een steun te mogen zijn geweest!

Katholieke Vaassenaren, indien gij in Uwe Dorpstraat de oude kerktoren, het laatste overblijfsel van het vroegere heiligdom, mocht passeeren, wilt dan in alle stille dankbaarheid hem gedenken, die voor meer dan 3 eeuwen in deszelfs schaduw z’n laatste rustplaats moet gevonden hebben en wiens geestelijke arbeid, voor een groot deel als het hechte fundament mag gelden, waarop de missie-statie Vaassen is opgebouwd geworden om na ’t herstel der Bisschoppelijke Hiërarchie in 1853, haar ouden naam van parochie herkrijgend, onder de schutse van St. Martinus, krachtig uit te groeien, tot de bloeiende gemeenschap van Katholieken van den huidigen tijd.

Tot besluit van dit vervolg, zou ik ’t volgende onder de aandacht van den Katholieken wethouder van Epe willen brengen: Mocht er eens een straatnaam te vergeven zijn in de omgeving van “De Cannenborch” of “De Oosterhof”, laat dan een Willem Simonslaan of -straat, ook bij ons nageslacht den onvergankelijken roem levendig houden, van den priesterheld en Apostel der Veluwe!

 

Bronnen:

  • Archief Aartsbisdom, deel XXXI, blz 25
  • Necrologium Diocesis Harlemensis
  • De Katholiek, deel 60, blz 70