De missie-statie Vaassen (III)

Door de bul “Super universi” door Paus Paulus IV op 12 Mei 1559 uitgevaardigd en waardoor in de Nederlanden het aantal bisdommen van vier op achttien werd gebracht, kwam de parochie Vaassen onder het bisdom Deventer.

Johannes Methesius, een Franciscaan, geboren te Ourenaarden in Vlaanderen, was 8 Aug. 1561 bisschop van Deventer geworden. Nadat deze in 1570 als zoodanig afstand had gedaan, werd in zijn plaats benoemd, zijn ordebroeder Aegidius de Monte = Gillis van den Berg. Deze werd 29 Oct. 1570 als zoodanig geconsacreerd en 30 Nov. plechtig geïnstalleerd. De bisschop was in Peravez in Belgisch-Brabant geboren en heeft bij z’n dood die 26 Mei 1577 te Zwolle voorviel, belangrijke geschriften nagelaten, waarin volgens de “oudheden van het Bisdom Deventer” pagina 708, ook ’t volgende is te lezen.

”Zoo is dan Willem Janszoon volgensde aanteekeningen van Aegidius deMonte, verkooren Bisschop van Deventer, ten Holte’s nazaat geweest.”

Dominé v.d. Zeeschijnt in z’n meergenoemd geschrift hieruitde gevolgtrekking te hebbengemaakt, dat de opvolger van pastoorten Holt, die Willem Janszoon heette, later Bisschop van Deventer is geworden (Zie hieroverde critiek van Pastoor A.E. Rientjes in ’t Archief voor de Geschiedenis van he tAartsbisdom Utrecht voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht, verder door mij Archief Utrecht te noemen, deel 59, blz. 401-402).

In Dominé v.d. Zee’s “Kerkgeschiedenis van Vaassen” lezen we op pagina 11 en 12:

“… en de pastoor Willem Janszoon wist wat hem stond te wachten. Maar deze pastoor, zag in dit jaar, dat door den val van Deventer, Zuphen en Nijmegen het gewest tegen Oranje was gekant en Pausgezind bleef, waardoor van het examen voorloopig niets terechtkwam. Integendeel, kort daarop, werd hij benoemd tot Bisschop van Deventer en kreeg Vaassen een nieuwen pastoor n.l. PeregrinusJans van Heerde”.

Aan Dominé v. d. Zee zou ik den goed bedoelden raad willen geven, zich in den vervolge wat meerdere kennis van katholieke kerkgeschiedenis eigen te maken, dan kunnen bij een eventueelen herdruk van zijn werkje, zijne niet-deskundige lezers wellicht “uit het rijk der fabelen naar de werkelijkheid terug keeren”, terwijl ik hier “hoogst naief” aan zou willen toevoegen, dat de “kerkgeschiedenis van Vaassen” door Ds. G. v. d. Zee, in ’t jaar 1934 van de pers kwam, terwijl men zou wanen dat dit op katholiek terrein historisch wangedrochtje, verscheen in hetzelfde jaar als de “Oudheden van het bisdom Deventer”, namelijk in de 18e eeuw, de eeuw der bokkenschieterij.
Over “ergerlijken anachronismus” gesproken!

Voor de drie laatste tusschen aanhalingsteekens geplaatste zinssneden, leze men pagina 9 van de “Kerkgeschiedenis van Vaassen”:

We kunnen aannemen, dat Pastoor Willem Janszoon in 1571 (en niet in 1573 zooals Ds. V.d. Zee schrijft) pastoor te Vaassen werd, maar begeven we ons thans naar ’s adelijk kasteel “De Cannenburg”, dat reeds in die dagen, maar later in de jaren der verdrukking nog zooveel meer, een centraal punt van het Katholiek Godsdienstig leven te Vaassen was.

 

Bronnen:

  • Oudheden van het Bisdom Deventer, pagina 708
  • Archief voor de Geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht, verder door mij Archief Utrecht te noemen, deel 59, blz. 401-402, Pastoor A. E. Rientjes
  • Kerkgeschiedenis van Vaassen, G. van der Zee, 1934