De missie-statie Vaassen (I)

Hebben wij U in een twintigtal artikelen een beschrijving gegeven (met enkele brokjes genealogie er tusschen door) van de missie-statie Eerbeek en De Horst, in het eerste nummer van “Onze R.K. Kerkbode” dat heden van de Nijmeegsche pers komt, willen wij dan aanvangen voor onze goedwillende lezers de statie Vaassen te beschrijven.

Mogelijk zal de belangstelling hiervoor grooter zijn (hoewel we niet te klagen hadden) wat uit den aard der zaak dan ook zeer begrijpelijk is, aangezien Vaassen na de beroertender 16e eeuw, toen onze voorouders niets anders bleef dan een luttel aantal priesters, dat steeds op de hielen werd gezeten, eenige schuilkerken …… voor wat zeer voornaam was ….. een groote dosis trouw aan ons H. Geloof, de statie zou worden, die ook de Apeldoornsche katholieken, in ieder geval voor het meerendeel, onder hare hoede zou nemen.

Het lijkt me niet noodig al te veel uit te weiden over het katholieke tijdperk, de tijden vóór de zoogenaamde reformatie, want dan zouden mijn schetsen een uitvoerigheid krijgen die in dit bestek minder gewenscht zou zijn.

De overgangsperiode, dus van den tijd toen onze kerken geconfisqueerd werden en in dienst gesteld der prediking der “vrije leere”, tot “het hoogtij der opstanding” zooals Pastoor Hofman z.g. zich zoo schoon en kernachtig uitdrukt, mogen hier echter niet ontbreken.

Apeldoorns had zijn parochiekerk toegewijd aan den H. Victor. Deze stond ongeveer ter plaatse waar nu het gemeentehuis staat, doch zeer waarschijnlijk wat meer naar voren. Opgravingen die voor een paar weken geleden aande voorzijde van hetRaadhuisplein uitgevoerd zijn, ter fundeering der Burgemeester Roosmale Nepveulantaarn, brachten zware fundeeringen aan het licht, die de veronderstelling wettigden, dat deze oude kerk met haren voorgevel daar stond, waar thans het drukke Hoofdstraat-verkeer zich beweegt.

Volgens gevonden aanteekeningen moet den toenmaligen Pastoor Cornelis Voeth in 1581 of 1582 hier uit verdreven zijn.

Pastoor Voeth moet een kloekmoedig man zijn geweest, die er niet tegen op zag, op een synode te Nijbroek gehouden, te verschijnen, om daar tegen de calvinistische predikanten vol te houden “dat die itzige Romische kercke, die waere kercke zij”.

De predikanten die “uyt Goedes woort” het tegendeel trachtten te bewijzen, moesten ten slotte verklaren, “doch hij heeft dan noch niet willen wijcken, hem latende verluiden dat hij niet daernae vraege, off hij zijns diensts ontset werde”  (“Brummen”, door Pastoor Hofman, De Katholieke Gids 1903, bladz. 570).

Mijn veronderstelling is dat Pastoor Voeth nog minstens een tiental jaren te Apeldoorn en omgeving de schaapjes heeft geweid, al zal dit wel met de noodige moeilijkheden gepaard zijn gegaan, hoewel er toch teekenen zijn die er op wijzen, dat er in drie jaar, ja zelfs in 1608, hier nog geen absoluut verbod was tot uitoefeningvan den R.K.eeredienst. Of was de schout een goedwillend man? Want in de St. Antoniuskapel “moeten nog in 1608 door zekeren Pastoor Brouwer (reeds vermeld bij Eerbeek en De Horst) diensten verricht zijn ter eere der jagt” (Geldersche Volks-Almanak 1866, bladz. 126).

Enkelen willen dat deze St. Antonius-kapel gestaan zou hebben, ter plaatse waar zich thans de Kapelstraat bevindt of aan de overzijde waar nu het magazijn der firma Noteboom is.

Ik voor mij acht dit zeer onwaarschijnlijk. Nauwkeurige studie brengt mij er toe, deze plaats meer Westwaarts te stellen, ongeveer ter plaatse waar zich thans de Ned. Herv. Kerk aan de Loolaan verheft.

We kunnen zeggen, dat toen het tweede decennium der 17e eeuw aanving, elk sprankje van katholiek leven, voor zoover het de openlijke uitoefening van den eeredienst betrof, was uitgeroeid.

Doch op het einde der 16e eeuw waste Vaassen Willem Simonszoon geboren, die te Keulen zou studeeren en na zijn priesterwijding, de Veluwnaren, in een voor onze H. Kerk allermoeilijkst tijdperk, weder geestelijken bijstand zou verleenen.

Gaan we thans naar Vaassen, om ook aldaar kennis te nemen van de toestanden toendertijd op kerkelijk terrein.