Geschiedenis vanaf 1500

Laat ons uit het rijk der fabelen naar de werkelijkheid terugkeeren. In het jaar 1520 treffen we hier aan den jeugdigen pastoor Johan ten Holte. Zijn voorgangers zijn ons tot heden onbekend. Deze stond hier zijn leven lang, en maakt alzoo den invloed van Dr. Maarten Luther op de Kerkhervorming mede. Ten Holte is zijn leven lang goed Roomsch gebleven. In zijn tijd, en wie weet hoe lang te voren reeds, werd de pastorie bij beurte door den Paus en den Hertog van Gelder begeven[1]. Dit beteekent dus, dat genoemde heeren om de beurt een pastoor benoemden.

In dezen tijd was Vaassen nog dun bevolkt, te weten met kleine boeren, ambachtsgezellen en papiermakers. Voorts lezen we, dat het Kerspel Vaassen een Geldersch leen was, ressorteerende onder Epe, alwaar in 1558 Gerrit ten Holte het Schoutambt waarnam.

 


[1] In Gelre XXII bl. 58 schrijft Jhr. Martens van Sevenhoven over de pastorie dit eene slechts: De collatie van de pastorie kwam slechts voor de helft aan den Koning toe, voor de wederhelft aan het kapittel van St. Marie te Utrecht.