Toren en klokken

Toren en klokken

In 1501 komt er weer een klok in den toren, maar nu een grootere. Laat ons den toren in zijn geheel bezien. Uit het feit dat de oudste klok uit 1420 is, en de tegen­woordige toren door de Rijkscommissie, ervaren deskundigen, bij de samenstelling van het boek: “Voorloopige lijst van Nederlandse Monumenten”[1], is gesteld als gebouwd in het eerste gedeelte der 16e eeuw, te oordeelen naar de groote roode baksteenen, leid ik af, dat er voorheen een grijze toren van tufsteen heeft gestaan.
De tegenwoordige toren is zonder beeren, heeft gladde, in 1862 gerestaureerde buitenmuren, en is in drie vakken ver­deeld. Bij den herbouw van de kerk in 1852 is de onderste verdieping aan de Zuidzijde van een groot raam voorzien, daar de oude gerfkamer (sedert de Reformatie Consistorie­kamer), gelegen aan de Noordzijde (Marktplein) kwam te vervallen. Het opgemetselde steen werk is 18.25 M hoog, de spits binnenwerks 18.75, samen 37 M. De haan staat alzoo ongeveer 40 M. boven den beganen grond[2]. De toren is aan de voorzijde 6.91 M. breed, en de zijkanten die nog uit de kerk uitsteken 6.17 M. de dikte is beneden aan den voet 1.20 M. De onderste verdieping heeft een ribloos wit gepleis­terd kruisgewelf, waarvan één der schelpen doorgeslagen is. Dit is te zien op de zoldering van de torenkamer, die toegang tot het orgel verleent. Langs gaandeweg nauwer wordende trappen en ladders komt men bij de galmgaten, waar de zware eiken balken in X-vorm de twee klokken dragen. Er is echter ruimte voor drie, en het middelste open vak bewijst door de sporen in de beugelbalken, dat daar eertijds een klok gehangen heeft.

 

De kleine klok

De kleine klok dateert uit 1420, is 75 c.M. binnenwerks hoog, en van onderen desgelijks 75 c.M. middellijn. Deze klok heeft tot randschrift:

Iberus Maria Johannes, anno domini MCCCCXX[3].

Deze klok hangt aan de zuidzijde.

 

De grote klok

De groote klok dateert uit 1501, heeft een mooie rand­versiering, is 1 M. binnenwerks hoog en is desgelijks 1 M. aan den rand breed. De dikte is 11 c.M. Deze klok heeft tot rand­schrift:

Gerhardus de Wou me fecit anno domini MCCCCCI Ilielus Maria Johannes vocor.

D.i. Gerardus van Wou heeft mij gemaakt in het jaar (onzes) Heeren 1501. Ilielus Maria Johannes is mijn naam.

Het woord Iberus[4] op de kleine, en Ilielus op de groote klok is mij duister. Merkwaardig dat zij beiden Maria Jo­hannes heeten, de heiligen aan wie zij zijn gewijd. (Over het kerkhof zie Hoofdstuk IV bij Ds. Van Niel.)



[1] Deel IV bl. 79.
[2] Bal, kruis en haan is het symbool op kerktorens van zonde (paradijsappel), verlossing (kruis) en waakzaamheid (haan).
[3] De teekens XX zijn hoogst ondui­delijk. Herhaaldelijk las ik LI, alzoo 1451. Maar ik geef gaarne den deskundigen toe.
[4] Iberus = Spanje?