Hoe heeft de kerk eruit gezien?

Hoe heeft dit eerste bedehuis er uit gezien?

De oude kerk

Deze belangrijke vraag is opgelost door de teekening van het kerkgebouw uit of voor 1850[1]. Wij bezitten een plaatje van den zuidelijken muur.
Het was waarschijnlijk de oudste kerk op de Veluwe, aldus de schrijver, die de in 1852 afgebroken kerk als des­kundige goed heeft opgenomen. Aan zijn aanblik omstreeks 1850 ontleenen wij deels het volgende:

Het oudste gedeelte is lang 17 passen, breed 10 passen, heeft geheel gladde buiten­muren, zonder steunbeeren, noch pilasters. Aan de zuidzijde bevinden zich twee primitieve kleine rondboogvenstertjes, benevens een laag rondgedekte deuropening. In den muur zijn tevens nog vier kleine nissen aanwezig, die gediend hebben voor heiligenbeelden.” Het gebouw was van grijze tufsteen opgetrokken[2], rechthoekig en waarschijnlijk plat gedekt, als elders. In den allereersten tijd zal er geen toren bij gestaan hebben, doch toen er omstreeks het jaar 1000 een koor bij aangebouwd werd, ging het oude bedehuis meer op een parochiekerk gelijken, en heeft men waarschijnlijk den eersten toren gebouwd.
De aanbouw aan de Oostzijde van het driezijdig gesloten koor veranderde den aanblik geheel. De twee oude ramen en de deur werden dichtgemetseld. In den linkerhoek kwam een nieuwe, wat hoogere rechthoekige deur, en daarboven een hooggeplaatst puntboogvenster. In den muur, naast de twee voormalige kleine ramen, twee hooge puntboogvensters, en rechts van de later dichtgemetselde nissen desgelijks twee. Met dergelijke ramen was ook het koor gebouwd. Dit koor had de breedte van het oude bedehuis, 10 passen, en een lengte van 15 passen. Het was van buiten voorzien van steunbeeren.

 

Latere veranderingen aan de kerk

In de dertiende eeuw onderging het gebouw wederom een aanmerkelijke verandering door een aanbouw aan de Noord­zijde. Toen werd de Noordelijke muur van de oude kapel in drie vakken boogsgewijze doorgebroken, en de kerk met zes passen verbreed. De rondbogen rustten op ronde pilaren zonder kapiteelen of basementen, d.i. zonder verfraaiingen van boven of beneden. Van buiten waren er drie puntboogvensters van gedrukten vorm aangebracht. De gerfkamer (kleed­kamer van den pastoor) bevond zich in het verlengde van dat gedeelte, bij het koor. De plattegrond herinnert ons aan de kerkgebouwen van Oene en Terwolde.

 

Interieur van de kerk

In dit gebouw was een altaar, wijwatervat, groot steenen doopvont[3] en predikstoel, een koorhek, een orgel, alsmede een grafkelder voor de Van Isendoorns, die in 1852 met den herbouw is dicht gemaakt met rijshout, om verzakking te voorkomen.



[1] Nieuw Arch. Kerkg. 1852 I bl. 90 en 118 v.
[2] Staat van alle volkeren, deel 13, bl. 504 anno 1741.
[3] Dit lag in 1850 stuk geslagen naast den toren.