De stichting van de kerk

De zendelingen

Het is geheel onbekend wie de eerste prediker van het Christendom in onze streek is geweest. De oude geschied­schrijver Slichtenhorst schrijft bij anno 676 dat “de Betouwers en Vriezen en aangrenzende volkeren te dier tijde tot het Christendom bekeerd werden, nadat de herten al voorheen van den jare 355 daertoe waren geschickt”.
Smetius neemt in zijn kroniekje “omtrent den tijd van 700” als het tijdvak, waarin de zendelingen Switbert en Werenfried „hier omtrent” predikten. Ook hij zegt, dat “langh te vooren de beginselen van de ware Christelijke Religie waren geleyt”. Ons ontbreekt echter elk schriftelijk bewijs van dit laatste, maar wel weten we dat koning Clovis na zijn overwinning op de Alemannen in 490 het Christendom omhelsde, en het tot Staatsgodsdienst verhief in het Franki­sche rijk, waartoe het latere “Gelre” behoorde.

 

Het stichten van kerken

Men verbaast zich hoe spoedig er in het landschap Gelre kerken en kerkjes zijn verrezen, tijdens en na de zendelingen. In het Oorkondenboek van Sloet zijn vele te vinden. Ook was het veelal een gewoonte dat een heidensche tempel tot een christelijk bedehuis werd verbouwd. Wat dus niet schriftelijk staat vermeld, kan desondanks toch wel hebben bestaan. De zendelingen lieten gewoonlijk ter plaatse waar zij werkzaam waren een kerkje bouwen, zooals bekend is van Lebuïnus te Wichmond in 797[1]. Daarbij stuitten zij op den tegen­stand der heidenen, die, gelijk o.a. te Doornspijk geschiedde, het bouwmateriaal wegsleepten, en dan werd zoo’n bedehuis op die plaats gesticht, aangezien men in zoo’n daad een Goddelijke aanwijzing zag.

 

Stichting van een kerk in Vaassen

Nu was er in Duitschland, in het Groothertogdom Hessen een Abdij, geheeten Lauresham. De vader (abt) van het Klooster heette Gerhardus. Ook was er in die dagen een zekere Brunhold, die verder voor ons onbekend is. Maar deze heeft in het vijfde jaar van de regeering van Duitschlands koning Arnulf[2], het dorpje Vaassen een dienst be­wezen, door aan de bewoners een kerkgebouwtje te schenken. Men schreef toen het jaar 891 of 892.

De Oorkonde[3] (de stichtingsbrief) luidt aldus, wat Vaassen betreft:

“Anno Arnulfi regis V, sub Gerhardo abbate …
Brunhold dedit in villa Fasna ecclesiam et hubam I.”

dit is: In het vijfde jaar van (de regeering van) Koning Arnulf, onder abt Gerhardus, … heeft Brunhold ge­geven in het dorp Vaassen, een kerk en een hoeve (of stuk grond).
Gelijk we zien, laat het woord huba (geen klassiek, doch zoogenaamd barbaarsch Latijn) tweeërlei vertaling toe. Het woord ecclesia is kerk. Maar dan moeten wij op grond van latere oorkonden denken aan een kapel, hetgeen de afbeelding van het voormalig kerkgebouw bevestigd heeft.
De beteekenis van het woord Fasna, Vaassen, ligt in het duister[4], evenals het woord Epe. Het wordt geschreven: Fasna; in 1176 Fassen; in 1243 Vasen; in 1450 Vacen; in 1503 Vaess; in 1531 Vaessem; kort daarop Vaeschen, totdat de vaste vorm Vaassen kwam.

Toegevoegde tekst:
Later is gebleken dat de bovenstaande interpretatie van de oorkonde niet juist is. Tegenwoordig wordt ervan uitgegaan dat de Dorpskerk van Vaassen rond 800 is gesticht.



[1] Zie Gelre XVIII, bladzijde 14 en XV kladzijde 182 en volgende.
[2] Hij werd vóór 11 Dec. 887 tot Duitsch Koning verheven.
[3] Sloet, no. 65.
[4] Nijhoff, Bijdragen V.