Synode 1604

In 1604 vergaderde de Synode te Arnhem, den 26—28 juni, alwaar wederom de zaak Vaassen ter tafel kwam. Theodorus van der Heyden, Jesuita, die hem tot Vasen des schoeldienstz aennemt, moet opgeroepen worden om te vernemen, wie hij is, en op wiens gezag hij dien dienst aanvaard heeft. Dit had de Classis van 24 april nl. aan deze Synode voorgesteld. Even­zeer is het Severijn, des koperslagers zoon van Vaassen, ver­boden om tegen het placcaat des lands in de Jezuiëtische school te studeeren. En ten slotte:

Peregrinus van Heerde, pastoor te Vaassen, eindelijk aan te sporen, dat hij met ons eenparig in leer en ceremonie zij, en zulks binnen een maand tijds late blijken, of dat hij van zijn dienst, als lang genoeg een spotter geweest zijnde, afgezet worde.