Classicale vergadering 1603

Dan blijkt uit de handelingen van de Classicale vergadering den 5 en 6 april 1603 te Barneveld gehouden het volgende:

Alzoo de afgevaardigde van de Classis van Arnhem in zijn instructie had om te vernemen hoe de zaak met Peregrinus van Heerde stond, en bevonden zijnde dat zij nog is en blijft dezelfde als te voren, oordeelt de Classis dat deze zaak nog­maals naar de Synode verwezen wordt.

Dit geschiedt. De Geldersche Synode, in 1603 den 12—14 Juli te Harderwijk bijeen, schrijft aldus:

Alzoo de Synode verstaan heeft en bij goede navorsching bevonden, dat vier dienaren dezes lands tot den kerkedienst onbekwaam zijn om diverse redenen, leer en leven aangaande, vindt de Synode goed, dat dezelve dienaren, als Reynerus Wyncoop te Barne­veld, Peregrinus van Heerde te Vaassen, Johannes Laurentius te Pufflyck, Jacobus Walewijn te Leeuwen, van hun dienst verwijderd worden, met onderscheid nochtans, dat voor de twee eersten als oude pastoors onderhoud aan den Ed. Hove zal verzocht worden, maar de twee anderen absolutelijk van hun dienst afgewezen, en dat hetzelve door de afgevaardigden van de Synode aan het hof zal verzocht worden.

De Synode, gevraagd zijnde over de opdracht van de afgevaardigden, hoe zij die verrichten zullen, heeft geantwoord, dat deze kwestie zal blijven staan voor dit jaar, op voor­waarde dat elke respectievelijke classis deze kwestie onderling zal aanhangig maken, en hun goeddunken naar gelegenheid der plaatsen aan de deputaten zullen berichten, om zich daarnaar te regelen in de komende Synode.

Van Theodorus van der Heyden, schoolmeester te Vaassen, die gezegd wordt Jezuiëtisch te zijn, is besloten, dat hij door het Ed. Hof te Arnhem zal ontboden worden, en in den Kerkeraad aldaar zal onderzocht worden in de grondleer­stukken des geloofs, en dat antwoord ingewacht wordt, of hij voortaan aldaar zal toegelaten worden om school te houden of niet.”