Classis 1597

In 1596 geschiedde met hem echter daadwerkelijk nog niets. Hij zat in zijn pastorie en deed geen dienst. Hij excuseerde zich gelijk L. Pieck van Epe wegens zwakheid niet ter ver­gadering te kunnen komen. De broeders hadden met hem alsnog geduld. Maar in 1597 diende zijn zaak weer op de Classis te Elburg, den 26 April. De notulen luiden als volgt: Aan Peregrinus den pastoor te Vaassen is opgelegd door de Classis, om den Catechismus vlijtig over te lezen en met Gods Woord te vergelijken, om een ronde belijdenis te doen of deze schriftmatig is of niet. Ook dat hij zich met zijn bijzit openlijk zal laten inzegenen. Op deze vergadering was hij niet tegenwoordig, maar wel ging hij dat jaar (1597) naar Arnhem, alwaar de Heeren van het Hof en de Kerkeraad van Arnhem met hem gesproken hebben, echter zonder resultaat, weshalve de zaak weer verschoven werd tot de naastkomende Classicale Vergadering van Arnhem. Zoo bleef de zaak hangende en slepende. De pastoor dacht mogelijk dat de kansen nog wel eens keeren konden. In 1598 werd hij wederom opgeroepen, nu door de Classicale Ver­gadering, den 25 April te Putten gehouden. Maar hij ging niet, omdat hij wegens ziekte verhinderd was, waarvan hij schrifte­lijk bericht deed om zich te excuseeren.