Provinciale Synode 1595

Dat de toestand niet zoo blijven kon, begreep de gemeente, maar ook de pastoor zeer goed. Toch was hij niet te bewegen om volledig met de Reformatie mee te gaan. Vandaar dat zijn schorsing op afzetting moest uitloopen. Het blijkt niet dat in het jaar 1594 zijn zaak weer is behandeld, doch in 1595 den 15 juli kwam deze weer voor, en nu op de Pro­vinciale Geldersche Synode te Harderwijk.

Terloops zij hier opgemerkt dat de kerk op alle plaatsen vergaderde, zoowel Classicaal als Synodaal, daar men in de gereformeerde kerk had afgerekend met de Roomsch-Katholieke priesterheerschappij. De kerk van de eene plaats met haren dienaar was in rang gelijk met de andere. Op elke vergadering werd opnieuw een voorzitter en scriba of secre­taris gekozen. Ieder droeg op zijn beurt de lasten. En deze vergaderingen waren echt kerkelijke vergaderingen die geloofspunten behandelden.

Zoo sprak dan deze vergadering van 15 juli 1595 als volgt:

dat de Reformatie ten platten lande en overal, zoo in steden als heerlijkheden mocht bevorderd worden, en de afgodische en onbekwame dienaren afgezet en oprechte aangesteld worden, als met name: Putten, Ermelo, Lunteren, Wilp, Oene, Vaassen, Beekbergen en Doorwerth, IJzendoorn en waar zulks meer van noode.

Het kwam er dus voor Peregrinus hachelijk voor te staan, te meer daar de Synode zich wendde tot het Hof. Dit gelastte dan ook in november daaraanvolgende (1595) den Harderwijkschen Kerkeraad hem op te roepen, en hem te vermanen zich in alle deelen aan de Gereformeerde kerkorde te houden.

Hieruit zien wij, dat de pastoor zoo maar niet verwijderd is, doch geregeld hem gelegenheid werd geboden zich geheel te conformeeren aan de kerkelijke besluiten. Maar de pastoor voelde zich nog eensdeels bezwaard en anderdeels gerust door de beschermende hand van de R.-K. Heeren van den Cannenburgh.

Maar in januari van het volgende jaar werd zijn rust ver­stoord door het Hof van Gelderland (31 januari 1596), dat den pastoors gebood Gods Woord te prediken, de R.-K. kerk te laten varen, en openlijk te trouwen.

Het werd nu bittere ernst met zijn levenspositie, en hij zag of hoorde althans, dat uit Arnhem op last van het Hof, overal op de Veluwe metselaars kwamen om de wijwatervaten en dergelijke behoorlijk af te breken, en de kruisen en sacra­mentshuisjes langs de wegen te verwijderen.