Zijn laatste jaren

Na den dood van zijn echtgenoote zag hij hier zijn schoon­zoon als predikant (1655) en verkreeg hij in 1656 eervol emeritaat[1]. Tot heden verkeerde men in twijfel omtrent zijn sterfjaar; de een sprak van 1656, de ander van 1658, en weer anderen veel later. Het Classicaal Actaboek vermeldt echter in de doodenlijst het jaar 1658. Hieruit vloeit voort, dat hij nog den vroegtijdigen dood (1657) van zijn schoonzoon Joh. Peregrinus heeft overleefd.

Zoo is dan Conradus Goddaeus na een langdurig en smarte­lijk lijden gestorven, en zal begraven zijn in het bedehuis bij zijn vader, wachtende op den dag zijner opstanding.

 


[1] Van Alphen 1903.