Bijzondere opdrachten

Naast de functies die Ds. Goddaeus af en toe bekleedde, zien wij hem ook een en andermaal belast met opdrachten. Zoo moest hij in 1648 er bij de overheid op aandringen dat het gebod tegen de ontheiliging van den Sabbath werd ge­handhaafd, aangezien het ganzetrekken, papagaaischieten en dergelijke Oud-Hollandsche spelen tot de „krijtende zonden” werden gerekend, en waarvan Barneveld, Putten, Voorthuizen, Nunspeet, Epe en Vaassen moesten gezuiverd worden.

Den 25 juli 1649 zien wij Ds. Goddaeus te Veessen, als afgevaardigde, aangezien deze gemeente van Heerde wordt losgemaakt en zelfstandig wordt verklaard.

In 1652 krijgt hij opdracht de penningen te innen van de erfgenamen van Lambert Bentink te Epe, daar deze de kosten van de aldaar gehouden Classicale vergadering reeds drie jaren geweigerd hadden te betalen.

Maar dit moeilijke postje is dan ook het laatste geweest. In 1653 moest hij zich ziek melden, en de volgende jaren desgelijks. Den 8 mei 1655 deed hij het zelfs op dichterlijke wijze, vraagt drie a vier maanden hulp, welke hem ver­leend wordt, en stelt voor, Joh. Peregrinus tot een hulp­prediker te mogen hebben. Ook dit wordt hem toegestaan.