Kerkelijke activiteiten

Wat zijn ambtelijk leven betreft meldt ons het Actaboek der Classis vele bijzonderheden, waaruit blijkt dat hij een werkzaam aandeel in het kerkelijk leven heeft gehad.

In 1638 fungeert hij als scriba van de Classicale vergadering, zoodat die notulen van zijn hand zijn. Van 1639—’41 is hij kerkvisitator, en wordt in ’41 voor dit moeilijke werk (denk maar aan de primitieve reisgelegenheid) “hertelyck bedanckt”.

 

Instelling van een kerkeraad

In 1642 is er op 28 September te Oene een buitengewone Classicale vergadering ter gelegenheid van de beroeping aldaar van Ds. Johs. Dapper. Dan lezen wij in art. 4 als volgt:

“Alsoo die gereformeerde gemeynte van Vasen uyt haere midden op dit tegenw. Extra-ord. Classis afgesonden heeft de E. Egbert ten Hollt ende Giliam Heimericks, om uyt haer naem te versoecken een beslooten Kerckeraet aldaer te moghen hebben: So ist dat dese tegenwoordighe vergaderinghe tselve aengenomen heeft, tselve versoeck aen den toecomenden plenariam Classem te recommanderen[1]”.

 

Instelling van een kerkenraad

Hieruit blijkt ons, dat er nog altijd te Vaassen geen Kerkeraad was, en dat de dominee alleen stond, gelijk op vele andere plaatsen, waarvan we geen ouderling op de Cl. ver­gadering zien verschijnen. Zoo groeien de dingen langzaam.

Het volgend jaar (1643) is de Classis den 11—13 juli wederom bijeen, en wel te Harderwijk. Dan lezen we in art. 21, dat het verzoek om een kerkeraad te Vaassen te willen instellen, wordt herhaald:

“Syn ingestaen de gecom­mitteerde Broederen der Gemeynte van Vaessen, continueerende in haer versoeck, alrede van haer voorgestelt in de Extra-ordinaire Classicale Vergaderinge tot Oen, gehouden den 28 september 1642 om namelyck een besloten kerckenraet aldaar te mogen hebben. Is derhalven geresolveert also hetselve niet en can geschieden (volgens den 38 artyckel der gearrest. Kerckenordeninge ende de verclaringe daer over gedaen art. 19 Class. ordin. tot Harderwyck gehouden anno 1638) dan met advys, dat is authoriteyt van den Classe; dat tot dien eynde D. D. Depp. Classis ende neffens deselve duo vicini Ministri[2] op costen van de gemelte kercke haer aldaer in loco[3] sullen hebben te vervoegen, ten tyde by de D. D. Depp[4] 4) te beramen, ende van te vooren te notificeeren om te ondersoecken de qualificatie der persoonen daertoe dienstich synde, ende dan daerop dan voorts hier in te doen naer behooren”.

Kort daarop komt er schot in, en zijn de voorbereidende maatregelen getroffen. Twee Classicale inspecteurs en twee naburige predikanten, die van Elspeet en Epe zijn den 20 september 1643 te Vaassen aanwezig. Van die belangrijke vergadering is het volgende verslag te lezen:

Art. 1.

Volgens onse Classicale resolutie des jaers 1643 art. 21 tot Harderwyk genomen, hebben wy onderschr. Ge­deputeerden des Classis ende benabuirde broederen ons op den 20 Septemb. tot Vazen laten vinden ten einde wy der Gemeinte aldaer op haer begeerte eenen kerkenraat ter meester stichtinge moehten formeren.

 

Art. 2.

Over sulx hebben wij de ledematen der voorsz. Gemeinte alle by malkanderen doen roepen ende onse last uyt het classicale boeck voorgelesen, waer op wy vorders naer aenroepinge van den H. name des Heeren na genomen informatie, een dubbel getal van personen hebben laten teikenen om uyt 12 met de meeste stemmen 6 voor de nutste ende bequaemste te doen verkiesen, waer van de dry tot ouderlingen ende dry tot diaconen dienen mochten. ‘T welk alles met goede ordre ende eendrachticheit geschiet synde, hebben wy met hertelyke dancksegginge tot Godt, ende presentatie van onsen dienst tot so goede beginselen van dit loffelyke werck, de Gemeinte met genoegen laten gaen.

 

Art. 3.

Sal derhalven den aenstaenden dage des Heeren synde den 24 Septemb. de eerste afkundinge geschieden ende de twede ende derde vervolgens gedaen synde, sal de be-vestinge den 15 Octob. door den outsten Deputats onses Classis Ds. Ottonem van Heteren, coram facie Ecclesia[5] voltrokken worden.

 

(Ds.) Otto van Heteren.

Albertus Nyenhuis.

Rutgerus Eibergen.

Franciscus Martinius.

Hierbij stond aangeteekend: ’t welk op den aengestemden tijt ook geschiet is, (nl. de bevestiging van den Kerkeraad).

Dit is alzoo een belangrijk feit in het ambtelijk leven van Ds. Goddaeus geweest. Hieruit valt meteen te verklaren, dat ons plaatselijk kerkeraadsarchief aanvangt met het jaar 1643, echter zonder kerkeraadshandelingen[6].

 

Invoering van de Statenvertaling

In datzelfde jaar lezen we voorts van een verslag dat op de Classicale vergadering wordt uitgebracht over de nieuwe overzetting des Bijbels, de Statenvertaling, die in 1637 gereed was gekomen. Deze was in Elburg, Vorchten, Oosterwolde en Garderen nog niet ingevoerd. Te Elburg werd dit zelfs een kwestie die tot schorsing van den predikant Ds. Hanius leidde.


[1] Eerstvolgende volledige Classicale vergadering aan te bevelen.
[2] Twee naburige dienaren.
[3] ter plaatse.
[4] heeren predikanten afgevaardigden.
[5] Openlijk in de Kerk.
[6] Deze beginnen heel sober in 1768. Voor 1643 was er dus in eigenlijken zin geen sprake van een Diaconie, doch de armen werden blijkens een oud boekje gesteund uit het St. Antonis armengilde, waarvan Ds. Goddaeus gildemeester was.