Het gezin van Conradus Goddaeus

Hij huwde 20 Januari 1635 te Kampen in de Bovenkerk met Cecilia Steffens, waarschijnlijk de zuster van Ds. Stephanus te Epe, en uit dit huwelijk zijn tien kinderen geboren. De eersten kennen wij niet bij name, daar onze registers pas in 1643 aanvangen. Maar uit het boek van Ds. van Slee over Ds. Franciscus Martinius, predikant te Epe[1], blijkt dat in 1641 vóór 11 maart het vijfde kind, een dochter Femina ge­noemd, geboren werd. Daarna Hermannus 1643, Conradus 1645, Anna 1647, Elisabet 1648, en Anna 1650, die den naam ontvangt van haar zusje, dat in maart 1650 stierf. Vóór Femina hadden zij nog twee zoons en twee dochters, waarvan de eene Abigaïl heette.

Zijn portret[2] versiert thans den wand van de Consistorie­kamer, juist drie eeuwen na zijn bevestiging.

Op het portret staat het volgende te lezen, aldus vertaald:

(In den rand): Conradus Goddaeus, gedurende 21 jaren den heiligen dienst vervuld hebbende in de Kerk van Vaassen. Op 43-jarigen leeftijd. Anno 1655.

(Er onder): Op het portret en de nieuwe Nederlandsche dichtkunst van den Eerwaarden, beroemden, zeer geleerden Heer Ds. Conradus Goddaeus.

 

Gij Nederlandsch volk, wat aan Uw taal en kunst ontbrak, vult Goddaeus de nieuwe dichter aan. Hij roept de Grieksche en Latijnsche dichtkunst op en leert ook zijn versmaten naar dien regel klinken. Eerste van de Nederlandsche en van de ware dichtkunst. Geheel Nederland kan Uw roem niet bevatten.

Frans Martens. Anno 1652.

 


[1] Overleden 1653.
[2] Dit hebben wij ontvangen door vriendelijke bemiddeling van Dr. F. Kossmann, bibliothe­caris te Rotterdam.