Classisbezoek

Wij zien dan ten slotte onzen predikant jaarlijks één of meermalen naar de Classicale Vergadering gaan, die op alle plaatsen bij toerbeurt gehouden werd, tot 1815 toe. In 1613 werd hij (als in 1621) scriba[1], zoodat dit verslag van zijn hand is. Vaste besturen kende de kerk niet. Ieder droeg de lasten op zijn beurt. Ieder keer als er vergadering was, koos de vergadering een voorzitter, een bijzitter en scriba. In 1613 werd hij (als in 1618) afgevaardigd naar de Classis van Arnhem, want de Classes onderhielden hiermede de on­derlinge vriendschap, oftewel de “loffelicke correspondentie”. In 1628 en ’32 werd hij afgevaardigd naar de Synode. In 1617 en 1618 maakte hij de voorbereidselen mede tot de Nationale Synode te Dordrecht (1618—’19), en werden be­sprekingen gevoerd over de “Hollandsche Remonstranten”. Als ze straks afgezet zijn, vluchten er eenigen naar Vaassen en Oene.

Het laatste wat wij van hem lezen is, dat hij benoemd is in de Commissie van 1633 om verzoening te bewerken in een twistzaak te Harderwijk. Voorjaar 1634 is hij er niet meer. Reeds in 1630 lezen we van zijn zwakheid, waardoor hij in januari niet naar Nijkerk kan, doch in april is hij weder te Elspeet aanwezig. Niettemin waren in 1634 zijn krachten versleten, en zal hij alhier in de kerk begraven zijn, waarna zijn zoon Conradus hem opvolgde.

 


[1] Secretaris