Overige bepalingen voor de predikant

Voorts treft het ons, dat het Ds. Goddaeus, gelijk ieder predikant, vrijstond voor zieken drankjes te maken, en “recepten te ordonneeren”, mits het niet ten koste ging van zijn dienstwerk[1]. Tevens is teekenend voor dien tijd de bepaling, dat geen predikant mocht gaan zitten drinken in de herbergen,

“jaa hy zal zig geheel der weerthuysen ontslaan, tenzy dat de nood zulks eyscht ende zonder ergernisse ge­schieden kan” (1598).

 


[1] Acta 1626.