Doopgewoontes

Het doopen geschiedde dikwijls des Donderdags of Vrijdags, en daarbij werd dan meteen gepreekt, maar in ieder geval werd een kind gedoopt op den eerstkomenden Zondag na de geboorte. In de kerk stond een groot steenen doopvont. Maar toen dit in onbruik raakte, kwamen er koperen doopbekkens in zwang, die het eigendom werden van de doopouders, hun aangeboden door den doopgetuige. Deze kocht dit artikel, dat in Neurenberg, Augsburg en Brunswijk fabriekmatig werd vervaardigd, met afbeeldingen van Adam en Eva (zinnebeeld der erfzonde), Jozua en Kaleb (huwelijkstrouw en vruchtbaarheid), of Maria-boodschap en Heilige Drievuldigheid. Zelden waren deze doopbekkens met beelden van heiligen versierd. Ze waren van de 15e tot 18e eeuw een gezocht handelsartikel en in boerenwoningen prijkten deze bekkens later tusschen de porseleinen borden op den schoorsteen als pronkschotels.