Vaassense moeilijkheden

Maar ook in eigen boezem was nog eenige strijd. In 1617 beklaagt Ds. Goddaeus zich, dat hij de doopvaders niet naar de kerk kan krijgen om

“over den doop haerder kinderen te staen”

en te antwoorden op de doopvragen. De Classis ant­woordt, dat hij alle vlijt moet aanwenden om hen te ver­manen zulks te doen. We zien hierin een overblijfsel van de Roomsche gebruiken.

Desgelijks is aan Roomschgezindheid toe te schrijven de kwestie met den kerkmeester te Vaassen, die beslist weiger­achtig was om aan het kerkgebouw de noodige reparatiën te verrichten. Ook waren alhier sommige personen die hun huwelijksgeboden wel naar gewoonte driemaal door den dominee lieten afkondigen, doch elders, buiten de provincie, zich “in de pauselicke kercke” lieten trouwen.

Bovendien werd bevonden dat „so tot Vasen als tot Oen” nog verscheidene beelden in de Kerk bewaard werden, waarom de Classis de Synode aanschreef, of deze het Hof van Gelder­land wilde verzoeken daarin verbetering aan te brengen. Zoo zien we dat Keulen en Aken niet op één dag gebouwd zijn. Trouwens viel er nog wel meer te verbeteren, gelijk te allen tijde. Zoo liet b.v. de Schout (Burgemeester) des Zondags de belastingpenningen ophalen bij de kerk, en ook deze kwestie werd naar het Hof verwezen.

Al deze zaken kwamen op de Classicale vergadering ter sprake, en een en ander wijst op een krachtig godsdienstig-kerkelijk verband, en wat het huwelijk betreft, moest men altijd bij den plaatselijken predikant terecht komen. Ds. Goddaeus vroeg in 1625 “off hy een persoon daer geen beduncken op en valt”, maar wiens ouders buiten de provincie woonden, mocht afkondigen als ondertrouwd. Dit mocht niet, daar van ouds de gewoonte was dat de ouderlijke toestemming vereischt was. Het kerkelijk gebruik was dat men driemaal werd afgelezen, en daarna des Zondags trouwde. De Classis van 1623 besloot dat het doopen en trouwen ten platten lande zou plaats hebben in de namiddagspredikatie “om het volk meer tot dezelve te trecken”, doch zooveel de tijd des jaars en de begaanbaarheid der wegen het toelaat. Ook dit laatste is een belangrijke factor geweest.