De contra-reformatie

Het was voor dezen eersten predikant een zeer moeilijke tijd, want men ondervond in de eerste periode, zooals vanzelf spreekt en gelijk uit het onderstaande blijken zal, nogal bestrijding. Het Dekenschap van de Veluwe behoorde onder het Aartsdiakenschap van St. Pieterskerk te Utrecht, waar­onder dus ook Vaassen ressorteerde[1]. Met de hervorming werden 19 parochies gereformeerd, en de overige 13 bleven Roomsch-Katholiek. Het verloren terrein trachtte men te herwinnen, en zoo zien wij dat een zekere Willem Simons, geboren te Vaassen en tot priester opgeleid te Keulen, in 1619 in ons dorp en te Apeldoorn werkzaam is tot zijn vroeg-tijdigen dood in 1628[2]. Ook wordt met hem in één adem genoemd Segerus Stephani, eens burgers zoon uit Harderwijk. Zij worden gesignaleerd als “geestlicke personen, die bevonden werden so in de steeden als opten platten lande deser provintie die grouwelicke afgoderye, superstitien[3] ende doolingen des pausdoms te dissemineeren[4] ende vele eenvoudigen te vervoeren”.

De Classis van 1621 besluit dan verder:

“Wert die Christelicke Synode gebeden by den Edelen Hove te willen aanhouden, dat daerinne door derselver autoriteit”

naar behooren zal voorzien worden om genezing aan te brengen. In 1625 vraagt Ds. Rutger Vittaeus van Epe, of twee per­sonen, die door den reizenden priester van Vaassen getrouwd zijn, nu inderdaad een wettig huwelijk hebben aangegaan, het­geen ontkennend wordt beantwoord. En even verder lezen we, dat de zaak van Willem Simons bij de Synode zal aan­hangig gemaakt worden, daar hij zich alsnog verstout

“op syn Paepsch Sacramenten te bedienen ende andere Paepsche dingen te doen”,

gelijk dit ook op de kellnery te Putten ge­schiedde.

Ook in 1631 lezen we van de Roomsche actie, want dan luidt het:

“Is de Classis met droefheyt voorgestelt, hoe dat sekere papen en Jezuiten nae ’t overgaen van ’s Bosch, sich onbeschaemdelick hyer ende daer in Veluwe verstouten misse te doen, te doopen ende te trouwen”.

 


[1] Archief Aartsbisdom XXVI bl. 159.
[2] Archief Aartsbisdom XI, 207 en XXXI, 24.
[3] bijgeloof.
[4] uit te strooien.