Ds. Hermannus Goddaeus (1610-1634)

Gelijk wij uit het voorgaande hoofdstuk gezien hebben is er op Paschen 1609 in den predikdienst voorzien door de Classicale broeders, en was de gewezen pastoor met zijn huis­vrouw verwijderd.

Het geheele jaar voorzag de Classis in den predikdienst, tot het voorjaar van 1610. Dan lezen wij[1]dat aan de broeders der Classicale Vergadering door de Deputaten (afge­vaardigden) is voorgedragen de persoon van Hermannus Goddaeus. Hij was met volle tevredenheid gehoord en be­roepen. De gemeenteleden hadden tot verdere afwikkeling van zaken zich tot de Classis gewend. Deze nam kennis van Goddaeus’ papieren, en besloot hem binnen veertien dagen te examineeren. Liep dit goed af, dan zou de approbatie[2] verzocht worden aan het hof van Gelderland, om hem daarna uit naam der geheele Classis te Vaassen te bevestigen. In de Acta van de Provinciale Synode den 26—28 juni daaraan­volgende te Zutfen gehouden lezen we dan ook, dat dit geschied is, en we mogen dit dan gerust stellen op eind mei, begin juni 1610[3].

Spoedig is hij gehuwd, doch de naam van zijn echtgenoote ligt in het duister. Wat wij voorts van hem weten is van elders opgediept, daar ons eigen archief begint met het jaar 1643.

In 1612 werd hem een zoon geboren, geheeten Conradus. Deze zou later te Vaassen zijn opvolger worden. We treffen hem aan met zijn broeder Joannes in 1630 te Deventer, waar zij samen den 5 mei als student aan de Illustre School worden ingeschreven. Voorts werd er nog een zoon te Vaassen geboren, Frederik geheeten, die den 19 november 1648 te Bennekom be­roepen werd als candidaat, alwaar hij in 1679 stierf.

Van Hermannus Goddaeus, onzen eersten predikant be­zitten we geen afbeelding; het fotografeeren is een uitvinding der 19e eeuw, en het vervaardigen van gravures behoort tot de zeldzaamheden, waarom wij des te meer verheugd zijn, een van zijn zoon Conradus te bezitten.

 


[1] Acta Classis 1610, 24—26 April art. 10.
[2] goedkeuring.
[3] De naam Goddaeus komt ook voor in 1596 op een lijst van Nederlandsche Studenten te St. Andrews in Schotland A.K. VI bl. 274.