Blindheid en emeritaat ds. Mijnssen

In 1803 werd de dominee getroffen door het overlijden van zijn vrouw, die 5 juli begraven werd. Na dien tijd ging het er voor hem persoonlijk ook treurig uitzien, daar hij evenals Samuel ab Hooghland Jr. ging lijden aan zijn oogen, zóó zelfs dat hij blind werd. De bezwaren daarvan gevoelende, vroeg hij emeritaat aan, en hield zondag 13 mei 1804 zijn laatste preek.

De Kerkeraad, den 17 mei 1804 bijeen, maakte hem van zijn dienstverband los, als volgt beschreven:

Alzoo onze geliefde Leeraar dd. 11 Mei dezes jaars, uit hoofde van aanhoudende blindheid voor zyne heilige be­diening bedankt heeft, hebbende 13 Mei zyn laatste leerrede gedaan, alhoewel hy voornemens blyft om nog op een nader te bepalen tyd een zegenend afscheid te nemen, en onzen Kerkeraad verzocht om zyn Eerw. van de banden dezer gemeente te ontslaan; zoo hebben wy Zyn Eerw. graag een goed getuigenis en acte van ontslag toegestaan, zooals aan hem nog dezen dag ter hand gesteld is. Hierdoor dan onze gemeente vacant geworden zynde, heeft de Kerkeraad daarvan door den Inspector J. v. Convent aan de ringbroeders kennis gegeven, verzoekende op hunne beurt hier te willen prediken; terwyl de Kerkeraad op bekwamen tyd weder tot een nommatie en beroep kan overgaan.

 

De Eerw. predikant J. Mijnssen staat af van al het tracte­ment en gewone supplement, kunnende een ander te beroepen leeraar alles alleen voor zich beuren en houden, zonder ver­plicht te zyn, daarvan aan den Emeritus predikant af te staan, daar hy door Gods milde goedheid met tydelyke goederen gezegend is.

 

De predikant J. Mijnssen, aan wien de predikantswoning en tuin, ten tyde toe, dat een nieuwe leeraar is bevestigd ge­worden, tot gebruik is toegestaan, neemt op zich de gemeente in alles van dienst te zyn totdat een nieuwe leeraar komt, gelyk ook by Zyn Eerw. alle kerkboeken blyven berusten.

 

JOH. v. CONVENT, Inspector en Consulent.

De blinde dominee heeft hierna te Vaassen nog acht jaren als weduwnaar geleefd, en is gestorven den 10 april 1812. Op zijn uitdrukkelijk verzoek is van hem geen levensbe­schrijving in de Boekzaal geschreven.