Ds. Jan Hendrik van Thiel (1783-1797)

Gelijk wij in het vorige hoofdstuk gezien hebben was ds. J.H. van Thiel de huis- en ambtgenoot van den ouden emeritus-predikant Samuel ab Hooghland, dien hij eenige jaren gekend heeft. Den 7den october 1782 beroepen zijnde, werd hij op 5 Januari 1783 alhier bevestigd door den inspec­teur van de Classis ds. D.J. van Dasselaar uit Oene, met een rede over Spreuken 8 vers 6: “Hoort, want ik zal vorstelijke dingen spreken, en de opening mijner lippen zal enkel billijk­heid zijn”. Aan de handoplegging namen deel ds. Samuel ab Hooghland en ds. van Dorp uit Epe. Des namiddags deed de bevestigde intrede met een rede over Psalm 8 vers 3: “Uit den mond der kinderkens en der zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest enz”.

Er waren toen drie dochters van ds. Hooghland thuis, waarvan één weduwe was, terwijl in juli van dat jaar een huwde met den burgemeester van Harderwijk, alwaar de jongste zoon, achttien jaren oud, studeerde voor predikant. Toen de oude dominee stierf (1786), zijn de beide over­blijvende dochters na de zaken geregeld te hebben naar Zwolle vertrokken (1787).

De eens zoo levendige pastorie was nu als uitgestorven. Maar het leven gaat door en zoo kwam hier in 1790 uit Epe Wibbina Elizabeth Franssen, mogelijk eerst als huishoudster, terwijl zij den 19den september 1791 de echtgenoote van den predikant werd. Uit dit huwelijk werden twee kinderen ge­boren: Everharda Woutera 13 Januari 1793, en Hermanna Elizabeth 11 december 1795.

Uit zijn zestienjarige ambtsbediening is ons weinig bekend, en het heeft den schijn dat het kerkelijk leven hier een rustig verloop heeft gehad, ook al waren in 1787 hier de Pruisen gelegerd.

In 1786 besloot de Kerkeraad om voor de Diaconie alleen inkoopen te doen bij de gereformeerden, dus niet bij de R.-K. Voorts dat men de diaconie-administratie in goede orde zal brengen. Men hield in dien tijd kerkeraadsvergadering op den eersten Zondagmiddag van elke maand, na den dienst.

 

Overlijden

Gelijk het vaderland in het algemeen door de Fransche Revolutie sedert 1795 in beroering was, zoo kwam ook de gemeente Vaassen in 1797 voor verstoring van het overigens rustige leven te staan door de ernstige ziekte van den predi­kant. ds. van Thiel leed namelijk aan een kankergezwel, dat hem den 9den october het leven benam. Hij werd 13 october begraven, waarbij staat aangeteekend, gelijk bij zoo vele andere gevallen: rogge voor de kerk. Dit zal vermoedelijk beteekenen, dat de kosten voldaan zijn met rogge. Op zondag 22 october is in een rouwdienst de overleden leeraar herdacht door Ds. Appelius van Hattem.
Mevrouw van Thiel heeft met haar beide kinderen nog enkele jaren hier gewoond, waarna zij op 15 april 1800 naar Kampen vertrok.