Beroepingswerk

Toen ds. S. ab Hooghland Jr. den 20 januari 1782 na ver­kregen emeritaat, ook van de gemeente werd losgemaakt, riep de Kerkeraad proponenten op om hier op beroep te willen prediken, waarvan de bekwaamste zou worden be­roepen als adjunct of hulpprediker, daar de emeritus-predikant de pastorie bewonen mocht en een gedeelte van de jaarwedde bleef genieten. Een flink aantal meldde zich aan.

Zoo zien wij dan in den loop van 1782 een plechtige en deftige beroepingsvergadering bijeen[1], alsof het een feest is:

Daartoe waren byeengekomen[2] de beide ambtsjonkers, 6 predikanten uit de classis, nl. 3 inspectores en 3 consulenten, alsmede de kerkeraad 4 ouderlingen en 4 diakenen, voor deze gelegenheid versterkt met 2 oud-ouderlingen en 2 oud­diakenen. Alzoo 20 personen. Dertien liefhebbers hadden zich aangemeld, die verschillende aanbevelingen hadden. De Utrechtsche professoren hadden het warmst aanbevolen den candidaat Abraham Bowier, over wiens kennis en karakter zij de loffelykste verklaringen aflegden, met gevolg dat hy beroepen werd.

Na de onderteekening van den beroepsbrief werd een maal­tijd gehouden, waaraan alle kerkeraadsleden deelnamen.

De Candidaat heeft echter voor dit beroep bedankt, en zoo zien wij den 7 oktober wederom een beroepsvergadering bijeen, waarbij de keuze valt op J.H. van Thiel uit Haarlem. Deze nam het beroep aan en werd den 20 november alhier ge­examineerd door de predikanten van Dorp uit Epe en Appelius uit Hattem. Den 5den januari 1783 is hij bevestigd door Ds. D.J. van Dasselaar uit Oene.

Zoo was Vaassen dus weer voorzien van een predikant. Deze zal dan ook wel de schrijver zijn van het levensbericht van Ds. ab Hooghland, waaraan wij uit de Boekzaal nog dit aan­vullen:

Aan een langzaam verval van krachten en eene bedlegering van 13 dagen is hier den 9 Mei, des avonds ten half zeven, in den ouderdom van bijna 74 jaren overleden Ds. Samuel ab Hooghland.
Vader en zoon hebben alzoo met eere hier bijna driekwart eeuw gearbeid.

 


[1] Dergelijke vergaderingen werden gehouden in het Haackshuis.
[2] Zie Boekzaal 1782 blz. 221 en Gelre XIV blz. 141