Kerkhistorie midden achttiende eeuw

Koster-schoolmeester

In dezen tijd was koster-schoolmeester Hendrik van Wesel, dien wij in het jaar 1715 hebben ontmoet. Na dien tijd hebben wij niet eerder een verandering gevonden dan in het jaar 1760, en van dien tijd af is ons de rij van die func­tionarissen bekend. Zoo kwam hier in het jaar 1760 vóór Pinksteren met attestatie uit Epe de nieuwe koster-school­meester Johannes Eekmars, wiens naam staat geschreven op de villa aan de Dorpsstraat tegenover de Kosterstraat, “De Eekmars”. De doodenlijst meldt dat hij 20 augustus 1783 is overleden en den 25 dito is begraven. De Kerkvoogdij is nog in het bezit van zijn handschrift, terwijl onlangs zijn wapen in lakstempel is gevonden op een acte van overdracht van zitplaatsen. Hij genoot ƒ40.— ’s jaars van het Ambt Epe. Deze werd opgevolgd door zijn zoon Peter Eekmars, die 3 januari 1799 overleed. Over Hendrik Eekmars handelen wij later.

 

Notulenboek kerkeraadsvergaderingen

In deze periode vangt het notulenboek aan van de kerke­raadsvergaderingen, te weten met 1768. In deze zeer korte verslagen staat niet anders vermeld dan:

  1. de namen der aftredende kerkeraadsleden. Zij traden werkelijk af en anderen kwamen er ieder jaar voor in de plaats;
  2. de cijfers der halfjaarlijksche diaconie-rekening, waarvan geen boek over is of zelfs ooit bestaan heeft, daar latere predikanten herhaaldelijk aandringen op diaconie-administratie, hetgeen na veel kwestie pas in 1851 tot stand komt;
  3. de afvaardiging naar de Classis en Provinciale Synode. In 1776 werd Classicale Vergadering gehouden te Vaassen, een vergadering die ge­woonlijk driemaal ’s jaars plaats vond, totdat in 1816 de mond der kerk op slot werd gedaan, en de beslissende stem werd veranderd in adviseerende stem, en de vaste besturen óns werden opgelegd die over het voornaamste, te weten geloofszaken, moeten zwijgen.

De Kerkerekening geschiedde voor het Ambtsbestuur van Epe, want de kerk stond onder den Staat. Zoo blijkt uit de jaren 1770—1776 als volgt:

Inkomsten[1]:

Pachten

1240 —   0 — 0

Verkoop Kerkehout

  120 — 15 — 0

Uitgangen

    42 — 14 — 0

Stoelen en banken

  479 —   9 — 0

Uitheemsche immen

Pro Memorie

Groeven in de Kerk

Nihil

Extra-ord. ontvangsten[2]

1660 — 19 — 0

3543 — 17 — 0

 

Uitgaven:

Verponding[3] 2)

Nihil

Verteringen

6 —   2 — 0

Herstellingswerken aan Kerk, pastory en kostery

3406 —   8 — 0

3412 — 10 — 0

 

Men heeft dus in genoemde jaren nogal wat aan de ge­bouwen gedaan. De Catechisatie werd gehouden in het koor, dat met kerkbanken bezet was. Nu waren er in 1771 eenige ongehuwde lieden die de kerk met een geschenk wilden vereeren. Zij gaven namelijk aan de kerkmeesters te kennen, dat zij bereid waren twee koperen kronen te koopen om te dienen in het koor bij de catechisatie. Zij verzochten hiervan mededeeling te doen aan den Ambtsjonker ter verkrijging van diens goed­keuring en bevestiging. Daar er een blad in het resolutieboek van Epe ontbreekt, weten wij den afloop van deze zaak niet.

Niet alleen de kerkmeesters, maar zelfs ook de diakenen waren in hun handelen niet vrij, doch in hooge mate van de ambtsjonkers afhankelijk ten opzichte van de bedeeling. Wilden zij die in een bepaald geval beëindigen, dan hadden zij van de ambtsjonkers machtiging noodig.

 

Plaatselijke omstandigheden

Er was in dezen tijd een nachtwaker of klepperman, die een bezoldiging genoot van ƒ60.— ’s jaars[4]. In 1746 werden er klachten over hem ingediend. Het heette dat hij dikwijls na elf uur ’s avonds niet meer riep en op een keer niet eens gehoord had, dat aan een gestolen varken dat op den Weg liep, sneden en steken werden toegebracht, hetgeen wel niet zonder luid geschreeuw zal hebben plaats gehad.

Dat de menschen eenvoudig leefden en er in het algemeen weinig geld in omloop was, blijkt uit ons pachtboek van de Diaconie. De diaken schrijft als volgt:

1757, 30 Juni, het jaar landt pag met Jan Otterloo verrekent dat verschenen is 1756 ƒ6.— — met de kamerpag van toon (Antoon), het halve schoorsteengeld[5] en een tobbe voor grietje hoege gecupt. De kerk was ook nog nooit van haar in 1685 geleende schuld van ƒ200.— af.

 

Voorts blijkt dat de diaconie nog aleens bestedelingen plaatste. Zoo b.v. de dienstbode van Ds. Hooghland:

1758, 28 Sep, hebbe wy Wilpien Jans verhurt by myn Heer Hoge Land voor ƒ15.— vry hooftgelt, neemt sijn anvangt 1759 op Majus[6] en sal verschienen in jaar 1760. Dirk Camphuis, diaken.

Het blijkt dat de dienstbode het er goed afbracht, want het volgend jaar kreeg ze één gulden meer en een paar muilen.

 

In 1753: Het oudste kind van Gerrit den herder weer besteed by Lucas in den hoek, en sal verdienen 2 hemden, 1 schorteldoek en 2 mutsen. Neemt zyn begin en einde met Paschen.

 

1764 den 16 Febr. hebben wy besteed het oudste meisje van Jan Ersjes “in spise en drank” by henderik Gerris voor 15 gulden.

 

Ook wordt een kind uitbesteed op voorwaarde dat de pleegouders het “twe maend na de scholle sal laeten gaen in de wynter”, desgelijks van meisjes dat ze in maart en april leeren naaien.

 

In 1771: By Gysbert Jansen, Boswaerder te Gortel besteed een jongentien van Berend Swisser en sal verdienen voor een jaar 3 gulden en een schaep van omtrent 5 gulden en 2 hemden en 2 linnen broeken en een paar schoenen.

 

Verder hebben wij uit dit tijdvak eenige acten van over­dracht van zitplaatsen in de kerk, die door een verarmde familie aan den schuldeischer in betaling werden gegeven, waarbij “een plaats in de bank op het Koor naast het Doophek”.

 

Bekeringsgeschiedenis Christina van den Brink

De bekering van Christina van den Brink

Een persoon die in de bekeeringsgeschiedenissen bekend geworden is, is uit dit tijdvak Christina van den Brink, geboren 5 januari 1747, gedoopt den 8sten daaraanvolgende. Zij was een dochter van Andries van den Brink en Aeltje Kroon. Laatstgenoemde naam is ontstaan uit de voormalige bakkerij “de Kroon” aan de Dorpsstraat bij de Kerk. In 1774 gaat zij naar Amsterdam, doch in 1780 is zij weer in Vaassen en treedt als doopgetuige op bij den doop van Andries, geb. 28 januari, zoon van Heimen van den Brink en Hendrika de Goeyen. Zij heeft haar bekeeringsweg zelve be­schreven, welke boekje herhaaldelijk is herdrukt en waarvan ook een exemplaar in het Kerkeraadsarchief berust. Zij over­leed 5 juli 1817 te Apeldoorn. Uit deze familie hebben velen als kerkeraadslid de gemeente gediend.

 

Begraafboek

Er is ook een tijdlang een begraafboek bijgehouden en wel van 1760—1811. Zij bevinden zich in het Rijksarchief te Arnhem[7]. Daaruit blijkt ons een hoog percentage levenlooze geboorten en kindersterfte. Een enkele maal staan de begraafkosten er bij: ƒ3.— 12 st. De overledenen werden in de kerk of op het kerkhof bij de kerk begraven. Sedert 1804 staan er bij vermeld de doodsoorzaak, de leeftijd en de ge­zindheid, daar het voorkwam dat Roomsch-Katholieken in de kerk begraven werden.

Ziehier eenige voorbeelden:

1760 Den 6 september is Gerrit Kroon, Kerkmeester, overleden en den 10 dito begraven in de kerk.

1762, 24 december is een kind van Jacob van Laar overleden en den 30 dito begraven, dit is de eerste waarvan wy moesten houwen.

1771 den 7 mey is zyn Exelentie de Generaal van Cannenburg overleden en den 13 dito begraven (grafkelder in de kerk).

1773 6 januari is een kind van Willem Evers uit de dwarsfluite overleeden en den 12 dito begraven.

1776 den 6 februari is een kind van Roelof de bunte overleden en den 8 dito begraven.

1785 de 17 februari is den Hoog Welgeboren en gestrengen Heer Elbert van IJzendoorn à Bloys heer tot Cannenburg overleeden en den 22 begraven in den Kelder. Domheer van de Cathedraale Kerk van Luyk.

1789, 22 april is Jan Palm overleeden en den 27 dito be­graven. Aanteekenen en rogge ƒ2.—.

1789 den 10 november is de heer J.H. Rentink, Rooms Priester overleden en den 16 dito begraven.

1804, 14 september is Geisje Cornelis, Wed. van Cornelis Mentink overleden aan ’t water[8] (dog niet zeker) of aan de kanker, oud 80 jaren, en 18 dito begraven. Roomsgezind.

1805 den 6 september is een zoon van Frans Palm genaamd Jan overleden aan de ieuwers[9], oud byna 7½ jaar en den 10 dito begraven. Gereformeerd.

1805,  18 Oct. is Geertruyda Everts subiet overleden oud 61 jaar, roomsgezind, en den 22 dito begraven in de kerk.

Ook wordt vermeld de familie Frans Jan Haack van het Haackshuis.



[1] Tot 1824 rekende men in drie kolommen: guldens, stuivers, penningen. 1 gld. = 20 st.; 1 st. = 16 penn.
[2] dit zijn gras en restanten van vorige jaren
[3] Belasting.
[4] De dokter genoot ƒ42.-.
[5] belasting.
[6] Mei.
[7] No. 528 en 529.
[8] Waterzucht
[9] Mazelen.