Beroepen van Samuel ab Hooghland jr.

Beroepsbrief by welke ds. Samuel ab Hooghland jr. den 13den september 1736 te Vaassen beroepen werd.

 

Eerwaarde WelGeleerde Godsalige Do Samuel ab Hooghland. Veel geliefde Broeder in Christo,

 

Alsoo van wegen de ouderdom en lichaamsswakheit onses seer lieven en getrouwen Herders Do Samuel ab Hooghland[1] de Kerkendienst alhier tot Vaassen is komen te vaceeren, en derhalven hoog nodig dat dezelve by tyds wederom met een godsaalig, suyver, geleerd, wel begaafd en onstraffelyk Predicant werd voorsien, soo is ‘t, dat wy ondergeschreven op huyden in den naam Christi by elkanderen gekomen zyn, om volgens kerken-order ten overstaan van de E. E.[2] Inspectoren des E. Classis en twee naburige Predikanten en na aanroeping van des Heeren Heiligen Naam, tot nominaatsie, electie en beroepinge van zoodaanigen Herder en Leeraar, als bovengemeld te treden.

 

Dewyle het dan nu alsoo is, seer lieve Broeder, dat alle de stemmen deser onse vergaderinge op U waarde Persoon ge­vallen zyn, de gemeente soodanig genoegen aan Uwe gaven en andere comportementen geschept hebbende dat sy nie­mand anders tot haaren tweeden[3] Herder en Leeraar begeerden: soo is ‘t, dat wy niet twyffelen of dit werk zy van den Heere, en hebben derhalven U Eerw. tot eenen tweeden Herder en Leeraar onser Kerk willen versoeken en beroepen, gelyk wy dan ook mits desen U Eerw. met correspondentie van allen die sulks aangaat versoeken en beroepen, ten einde opdat U Eerw. vervullende wat gy vervullen moet, niet alleen door des Heeren genaderyken zegen, ’t werk des Heeren moge staande houden, maar ook meer en meer bevorderen, tot eere van Gods Naam, stigtinge der gemeynte, en veeler menschen zaligheid, zynde en blyvende de kudde Christi een levendig voorbeeld in geloof en allen Christelyke deugden; vertrouwende U Eerw. zal te dezen eynde in de vreese des Heeren de goddelyke en wettelyke beroepinge veerdig en onbeswaart aannemen, waartoe wy ons verlatende, wenschen U E. van den Vader der ligten, dat hy U E. met het ligt Zyns Heiligen Geestes soo langs soo meer verligte ter glorie van Zyn Heerlyken naam en opbouwinge van Zyn dier-gekogte gemeinte, belooven wy alle behoorlyke Liefde en respect volgens Kerken-order aan U Eerw. te bewysen.

 

Actum[4] in onse Vergaderinge tot Vaassen den 13 September 1736.

 

Alb: Wilfr: Arendzen V. D. M. te Hattem Cl. h. t.[5] Inspector

Christianus van Elsen h. t. Inspector

J. Buschman Cl. h. t. Inspector

Petrus Ayers V. D. M. te Oen.

S. Westhusius V. D. M. tot Epe.

Samuel ab Hooghland Senior.

Marten Kroon, ouderl.

Guert Pannekoek,  ,,

Aert Gerris,               ,,

Gerrit Kroon,         Diaken.

Derck Janssen Syl      „

Warner Veenhuysen    ,,

Cornelius Jansen

Lucas Coldewey [6]

Looge Henriks

Jan Langen

Evert Leendersen Vijs[7]

De Classis Neder-Veluwe examineerde hem op 13 november daaraanvolgend peremptoir, met gevolg dat hij met volle tevredenheid werd toegelaten, zoodat hij 9 december 1736 door Ds. Arendzen van Hattem in den dienst werd bevestigd, terwijl hij des namiddags zijn intrede deed met Psalm 19 vs. 15: “Laat de redenen mijns monds en de overdenking mijns harten welbehagelijk zijn voor Uw aangezicht, o Heere, mijn Rotssteen en mijn Verlosser”.

Het mocht echter niet lang zijn deel zijn, den dienst met en nevens zijn vader waar te nemen, want deze zijn getrouwe raadgever en leidsman werd hem alras door den dood op 13 mei 1738 ontrukt. Zoo volgde hij dus zijn vader geheel in den dienst op, waarin hij zoolang zijn krachten het toelieten, met ijver en getrouwheid heeft mogen bezig zijn.

 


[1] Vader van den beroepene.
[2] Eerwaarde.
[3] Nl. als hulp van zijn vader.
[4] Gedaan.
[5] h.t. = thans.
[6] De laatste vier zullen volgens voor­beeld elders oud-kerkeraadsleden geweest zijn.
[7] Vijs = Visch.