Ds. Samuel ab Hooghland Sr. (1709-1736)

In den loop van het jaar 1708 is na 8 mei ds. van Loo gestorven, en opgevolgd door Samuel ab Hooghland. Vader en zoon van denzelfden naam hebben wij respectievelijk tot 1736 en 1782, als predikant hier gehad.

Ds. Samuel ab Hooghland Sr. werd hier den 29 januari 1709 beroepen, en, zoo verhaalt de Boekzaal[1] “te Garderen geboren in het jaar 1673 uit godvruchtige ouders. Zijn vader was Ds. Samuel ab Hooglandt, predikant te Garderen (1670 — + 1709), wiens vader was Ds. Petrus ab Hooglandt, in zijn leven Predikant te Doornspijk, en zijn moeder Juffrouw Everharda Schlebusch, dochter van Ds. Otto Schlebusch, in zijn leven Predikant te Kootwijk[2]. Zijne ouders hebben dezen hunnen Samuel al vroeg den Heere toegewijd, terwijl zijn Eerw. Vader, met wien hij in den jare 1691 is te velde geweest, door de groote aanbiedingen van den Generaal Ouwerkerk, die dezen Samuel gaarne in den krijgsdienst wilde employeeren, van dit goede voornemen niet kon afgetrokken worden. Daarom bestelden zijn ouders hem al vroeg op het Gymnasium te Harderwijk, waarna hij ging naar de Utrechtsche academie, alwaar hij eenige jaren heeft genoten het onderwijs der wijd-beroemde professoren Witzius, Leydekker, Leusden en De Vries. Toen hij van loflijke Academische getuigschriften voor­zien was, heeft hij zich voor het Examen Praeparatoir bij de E. Classis van Nederveluwe aangegeven, werd tot Proponent aangenomen, heeft eenige jaren als Proponent doorgebracht, en werd in het jaar 1705 aangezocht om in den toenmaligen oorlog in het leger van dezen Staat den Heilige Dienst als Predikant waar te nemen. Als zoodanig kwam hij bij de Hollandsche Artillerie alwaar hij zich door leer en wandel dermate aangenaam maakte, dat Z.Eerw. op het aanhoudende ver­zoek der Officieren op zich nam het volgend jaar weder bij hen te blijven.

Na deze twee legertochten is zijn Eerw. den 29 januari 1709 beroepen te Vaassen, alwaar hij door zijn vader den 3 maart is bevestigd met 1 Thessalonicenzen. 5 vs. 12 en 13: “En wij bidden U broeders, erkent degenen, die onder U arbeiden enz.”, waarna de bevestigde predikte uit 1 Samuël 3 vs. 10: “Toen kwam de Heere, en stelde Zich daar, en riep gelijk de andere malen: Samuel, Samuel, en Samuel zeide: Spreekt, want Uw knecht hoort”.

In november van datzelfde jaar begaf hij zich in het huwelijk met Juffrouw Antonia van Beaumont, jongedochter van Apeldoorn, uit welk huwelijk twee kinderen zijn geboren,

14 juli 1712 een zoon Samuel, die in september 1736 tot ondersteuning van zijn vader is beroepen en hem in 1738 na zijn dood[3] volledig opvolgde, en

5 Oct. 1710 een dochter Johanna Geertruyd, die in 1725 geloofsbelijdenis aflegde, den 2 october 1733 trouwde met Joh. van Ommen, predikant te Hoevelaken, daarna weduwe werd, en in 1749, den 25 september hertrouwde met Bernh. Wilbers, leeraar aan de School te Harderwijk.

Met wat ijver, kracht en liefde hij den ganschen tijd van 29 jaren het werk van zijn bediening vervuld heeft, ondanks zijn zwakheid der laatste jaren, kan, moet en laten wij zijn Gemeente zelve getuigen. Deze betreurt hem, evenals de nagelaten Weduwe en hare kinderen, met hartelijke rouw, verlangende hem in de wederopstanding der rechtvaardigen gansch heerlijk en verheerlijkt te aanschouwen, wanneer hij tot den vollen loon van zijn getrouwen arbeid, wettig ge­kroond, en ten volle met God verzadigd, opwaken zal”.

Uit dezen tijd hebben wij ook een beschrijving van ons dorp[4], als volgt:

“Vaassen ligt een groot uur gaans ten Zuid­oosten van Epe. Het is een lang dorp, zich vertoonende als een straat, ter weerszijden met huizen betimmerd, van welke er eenige met pannen gedekt zijn. De kerk is oud. Men ziet er veel duifsteen aan. Zij wordt door éénen Predikant bediend. Om de kerk is een deftig kerkhof. Aan de eene zijde van Vaassen loopen verscheiden waterbeekjes, die eenige Papier­molens aan ’t gaan helpen. Zij ontspringen op de hooge Veluwe. Het getal der Papiermolens onder Vaassen beliep in het jaar 1736 al twintig. Dicht bij Vaassen aan de Grift staat het oude Heerenhuis Raay.

Voorts zijn er twee Heerenhuizen Kannenberg en Oosterhuizen genaamd. Kannenberg is een zeer oud gebouw, ge­sticht door den Gelderschen Veldoverste Marten van Rossem[5], wiens beeld men nog in den voorgevel ziet, en wiens bekkeneel alhier bewaard wordt. Het is een prachtig slot met twee vierkante torens, die ieder op de spits met een gesloten appel versierd zijn. Het behoort aan den Heere Baron van IJzendoorn van Blois. De Roomschgezinde Statie van Vaassen en Kannenberg wordt door een wereldlijken Priester bediend. Eertijds verrichtte hij den dienst op het Huis Kannenberg; doch zulks door ’s Lands Staten verboden zijnde, geschiedt nu in het huis Oosterhuizen, ’t welk eertijds een klooster, naderhand een Heerenhuis geweest is en nu tot een Roomsche kerk gebruikt wordt. Ter zijde van dit Oosterhuizen staat een kopermolen. Men rekent dat er in het gansche Schout-ambt Epe, met de dorpen Vaassen en Oene omtrent zeven honderd huizen gevonden worden.”


[1] Juni 1738 bl. 712—714 vertaald en aangevuld.
[2] Komt ook voor in de gedichten van C. Goddaeus. Het heele voorgeslacht wordt beschreven in het volgende opstel over Hoogland Jr.
[3] 13 Mei 1738. Hij werd 1 Dec. 1736 emeritus.
[4] Staat van alle volkeren, deel XIII bl. 504, uitg. Isaak Tirion 1741.
[5] onjuist.