Ds. Bernard Everwyn Christiaan van Niel (1805-1836)

Den 2 october 1804 was de Kerkeraad bijeen ten einde uit een opgemaakt drietal een keuze te doen, waarbij twee con­sulenten, de predikanten van Oene en Epe tegenwoordig waren. De keuze viel op B.E.C. van Niel, proponent onder onze classis. Na weinige dagen heeft hij dit beroep aangenomen.

Hij was een zoon van ds. Joh. Henr. van Niel en Aleida Maria Stulen, een predikantsgezin te Wilsum in Bentheim, alwaar B.E.C. van Niel geboren werd in 1782. Daarna woonde de familie te Hasselt 1792, en te Putten op de Veluwe sedert 1799. De proponent was naar zijn grootvader genoemd, eveneens destijds predikant te Wilsum.

De gemeente, verblijd over de bereidwilligheid van den proponent om over te komen, zag dan vader en zoon den 6 januari 1805 in haar midden tot bevestiging en intrede. Het eerste geschiedde naar aanleiding van 1 Timoth. 6 vers 20a en 21b: “O, Timotheus, bewaar het pand, u toebetrouwd; de genade zij met U, amen”. Daarna deed de zoon intree met Colossensen 1 vers 28 en 29: “denwelken (Christus) wij verkon­digen, vermanende een iegelijk mensch en leerende een iegelijk mensch in alle wijsheid, opdat wij een iegelijk mensch zouden volmaakt stellen in Christus Jezus, waartoe ik ook arbeide, strijdende naar zijne werking die in mij werkt met kracht”.